Sopraan Martile Rowland maakt debuut in Nederland met waanzinscènes; Gezongen wensdromen en inbeeldingen

Concert: Radio Symfonie Orkest en Groot Omroepkoor o.l.v. Kees Bakels m.m.v. Martile Rowland, Joke de Vin, Hubert Claessens, Math Dirks en Andrea Poddighe. Programma: delen uit I Puritani en Il Pirata van V. Bellini; delen uit Roberto Devereux en Anna Bolena van G. Donizetti. Gehoord: 7/2 Muziekcentrum Vredenburg Utrecht. Uitz.: 11/2 20.02 uur KRO Radio 4.

Martile Rowland, de Amerikaanse sopraan die twee jaar geleden als invalster furore maakte in de Carnegie Hall en in de Met in New York en daarna een internationale carrière begon, maakte gisteren haar Nederlandse debuut in de serie Bijzondere Concerten van de KRO.

Bijzonder was inderdaad het programma: vier complete waanzinscènes uit opera's van Bellini (I Puritani en Il Pirata) en Donizetti (Roberto Devereux en Anne Bolena). Opmerkelijk was ook dat zo'n veeleisend programma werd gezongen door één sopraan die vrijwel voortdurend op het podium stond. En verrassend was zeker het hoogstpersoonlijke en innemende optreden van Rowland: ze heeft een gevarieerde mimiek, ze produceert bij voortduring met armen en lichaam een geëxalteerde dramatische gebarentaal en ze acteerde en danste bijna swingend tijdens haar toegift: Glitter and be Gay uit Candide van Bernstein. Het publiek in het Utrechtse Muziekcentrum Vredenburg juichte.

Minder bijzonder dan verwacht was toch het pure zingen van Rowland in de vier waanzinscènes. Op het podium en tijdens voorstellingen is ze ongetwijfeld een attractief vertolkster van zulke rollen. Maar beweringen in de Amerikaanse muziekpers die Rowland in één adem noemen met Maria Callas en Joan Sutherland kan ik niet onderschrijven. Daarvoor ontbreekt het te veel aan perfectie in de techniek, vooral op het gebied van coloratuur, en ontbeert ze een gemakkelijke, ongeforceerde hoogte.

Ook sopranen als Montserrat Caballé, Edita Gruberova en Nelly Miricioù paren een evenwichtiger en geraffineerder techniek aan veel bijzonderder interpretaties. Rowland zingt bijna voortdurend rechttoe-rechtaan en geeft in expressie en dynamiek zelden blijk echt contact te hebben met de keerzijde van de realiteit, de "waanzin' van de vier vrouwen die zich overgeven aan hun wensdromen en inbeeldingen. Waar bijvoorbeeld Caballé en Gruberova ijzingwekkend etherische pianissimi zingen, daar produceert Rowland het liefst een veel gemakkelijker en toch vaak niet eens echt fraai fortissimo.

Al was er dan geen reden voor superlatieven, het algehele niveau van het concert was zeker bevredigend en de reeks waanzinscènes was goed opgebouwd naar een pakkende uitbeeelding van de slotscène van Donizetti's Anna Bolena, waarin Rowland goed terzijde werd gestaan door een zangerscast uit eigen land: Joke de Vin, Hubert Claessens, Math Dirks en Andrea Poddighe, geboren in Geleen.

Bijzonder was verder het zelfverzekerde en animerende optreden van Kees Bakels, een dirigent die in ouvertures met muzikantesk plezier het effect niet schuwt maar in de begeleiding ook voor veel nuances zorgt en op stilistisch gebied blijk geeft van een grote affiniteit en ervaring met dit repertoire.