"Ritter Roet' op carnavalsavond

AKEN, 8 FEBR. Premier Lubbers is blij dat Duitsland aan Nederland grenst. Zonder Duitsland zou Nederland een schiereiland zijn “en waren we gedwongen geweest Duitsland in te dijken en droog te leggen”. Als Duitsland er niet was, had Nederland het moeten maken. Tataa, tataa, tataa.

Ruud Lubbers als moppentapper. Even geen WAO-gezeur of coalitieperikelen aan zijn hoofd. Zaterdagavond viel hem, op de jaarlijkse zitting van de Akener carnavalsvereniging, de hoogste carnavalsorde van Duitsland ten deel, de Orde Tegen de Dodelijke Ernst.

"Der MP', "Ritter Roet', deed vrolijk mee. Zijn rede tot honderden Duitse carnavalsvierders - meer chic dan carnavalesk gekleed - was een aaneenrijging van grollen en kwinkslagen. Met de Orde Tegen de Dodelijke Ernst onderscheidt de carnavalsvereniging AKV van Aken sinds 1951 jaarlijks mensen wegens “vermenselijking van de politiek door humor”. Ook geestelijken, juristen en figuren uit het culturele leven worden zo vaak tot de carnavalistische ridderstand verheven. Wijlen bondskanselier Konrad Adenauer prijkt op de lijst van onderscheidenen, evenals de Franse president Mitterand.

Lubbers was het middelpunt van een avondvullend feest, als een show van Joop van den Ende. Op het podium, afgebiest met plastic tulpen, dansten kaasmeisjes de Radetzky-mars en hupten als kaasmeisjes verklede mannen rond op de maten van de klompendans. Lubbers stond zich meer dan drie uur lang tussen de Duitse cultuur-elite en politici als minister van werkgelegenheid Norbert Blüm, oud-SPD-voorzitter Hans-Jochen Vogel, voetbalcoach Franz Beckenbauer en Rinus Michels, oud-trainer van FC Köln en Bayer Leverkusen.

Nadat prins Hubert de Tweede Lubbers had verwelkomd, begon de kanselier van de carnavalsvereniging een lange lofrede aan het adres van de premier, een enkele keer onderbroken met de kreet "Lubbers Alaaf' (3x). Hij werd geroemd als fanatiek hockeyspeler, er werd verteld hoe hij in Saoedie-Arabië een goed woordje deed voor zijn familiebedrijf Hollandia Kloos en hoe hij ooit een molotov-cocktail die zijn woning was binnengegooid eigenhandig naar buiten werkte. “En hij kan zolang praten zonder iets te zeggen dat hij Genscher zou kunnen heten.”

Lubbers, mèt steek en inmiddels door twee dansmariekes op het podium gebracht, sloeg hard terug. Een greep uit zijn grappen: van Wilfried Martens had hij ooit gehoord hoe een Duitser een oester opent. Door er met zijn vork omheen te prikken en "raus' te roepen. Dat kon het publiek maar matig waarderen. De volgende sloeg wel in. Lubbers had zijn zoon gevraagd wat hij van de Europese beschaving vond. “Goed idee”, was het antwoord.

Lubbers was los. Een paar Nederlanders bereiken in de Zwitserse bergen bij slecht weer een berghut. Na een paar dagen klopt iemand van het Rode Kruis aan. “We hebben al gegeven”, roepen de Nederlanders hun redders toe. Ook Clinton kreeg ervan langs. “Als hij hier in Aken komt, zal hij roepen: "Ick bin ein Kölner'.” Met de uitroep "Oche Alaaf' verliet de minister-president het podium.