Opwindend ballet Patrick Delcroix; Dansers Djazzex jakkeren als op hol slaande tankdivisie

Dansgezelschap: Djazzex. Werk: Bidonville. Choreografie, decor, kostuums: Patrick Delcroix; lichtontwerp: Ron Straatman; muziek: Les Tambours du Bronx. Tevens: Light's Shadow en Cell Walk van Glenn van der Hoff en From Tokyo to France van Neel Verdoorn. Gezien: 6/2 AT&T Danstheater Den Haag. T/m 17/4 elders in het land.

Het Haagse gezelschap Djazzex heeft Bidonville van Patrick Delcroix toegevoegd aan het reeds in oktober gepresenteerde programma met dansstukken van Glenn van der Hoff en Neel Verdoorn. Oppervlakkig gezien, is het nieuwe werk van Delcroix een opwindend ballet voor acht dansers en zestien olievaten.

De Fransman Delcroix is vanaf 1986 verbonden aan het Nederlands Dans Theater. Daar blinkt hij uit in solistische rollen. Zijn choreografisch oeuvre is nog bescheiden. Eerst deed hij ervaring op in de workshops van het Scapino Ballet (1985) en het NDT (1989). In opdracht van Djazzex maakte hij in 1990 Un Sac de Noeuds.

Voor Bidonville putte Delcroix inspiratie uit de "ketelmuziek' van de Franse slagwerkformatie Les Tambours du Bronx. Een groep ex-spoorwegarbeiders die ooit op een unieke manier zijn ongenoegen uitte over het onverwachte ontslag. De mannen pakten alles wat voorhanden was en trommelden erop los in een niet aflatende cadans. Met het opzwepende ritme grepen zij onbewust terug naar de wortels van de jazzdans.

Die is eigenlijk een "uitvinding' van de Amerikaanse negers. Zij ontwikkelden rond 1920 een nieuwe bewegingstaal door Afrikaanse danstechnieken al improviserend aan te passen aan deze eeuw. Die mengvorm werd het specifieke uitdrukkingsmiddel van de zwarten. De blanken op hun beurt haakten hierop in en gebruikten de nieuwe dansstijl in hun shows. Zo werd de jazzdans synoniem met entertainment.

Djazzex zet zich al tien jaar in voor de emancipatie van de jazzdans tot een volwaardige podiumkunst. Dat proces voltrekt zich schoksgewijs. In vergelijking met gelijksoortige groepen uit andere landen blijkt echter dat het peil van het Nederlandse gezelschap uitmuntend is. Niet alleen wat het repertoire betreft, maar tevens door de kwaliteit van de dansers. Die vormen ook nu weer de draagkracht van het hele programma.

Voor de nieuwe choreografie Bidonville ontwierp Patrick Delcroix ook de kostuums en het decor. Het toneelbeeld wordt gedomimeerd door zestien zwartgelakte en met goudkleurige graffiti bespoten olievaten. Onder de geraffineerde belichting van Ron Straatman bewerken vier trommelslagers met brede armgebaren de drums. Als antwoord hierop dalen vier parachutisten uit de lucht. Allen dragen camouflagepakken. Heerst er soms oorlog in Bidonville?

Er volgt een gedisciplineerd bewegingsspel met en rond de ijzeren tonnen. In een hoog tempo worden de gevaartes door de dansers beklommen. Zo soepel als olie kruipen zij erin en eruit. Zij rollen de vaten naar voren en naar achter of laten ze rondtollen als jongleurs in het circus. Op het ritmische gedreun van Les Tambours du Bronx jakkeren de dansers voort als een op hol geslagen tankdivisie. Toch stagneert de handeling soms door de logheid van de requisieten.

Waarom bedacht Delcroix echter een "frappe'? Halverwege het stuk gaan de legerpakken uit en transformeren de dansers zich in een revue-ensemble, uitgedost in kokette pakjes van glimmend zwart plastic. Om de beurt brengen zij hun nummer, een solodansje in een spotlicht. Verwijst de choreograaf hiermee naar oorlog en vrede, naar het verleden van de jazzdans of naar het hedendaagse entertainment? Het zou beter zijn als die boodschap vorm had gekregen in de bewegingstaal. Nu is Bidonville even glad en glibberig als olie.