Ongeluk F16 Hengelo gevolg constructiefout

DEN HAAG, 8 FEBR. De vlieger van de F16 die op 11 februari 1992 op de woonwijk Hasseler Es bij Hengelo viel heeft de motorstoring niet geheel juist beoordeeld en enkele niet geheel juiste acties ondernomen. De motor was echter, door het afbreken van een pin, zo zwaar beschadigd dat bij het uitvoeren van correcte procedures het zeer onwaarschijnlijk zou zijn geweest dat hij weer zou zijn opgestart. Dat schrijft de Raad van advies inzake luchtvaartongevallen in zijn rapport aan de minister van defensie.

De grondradar van de basis Twenthe was op 11 februari wegens onderhoud buiten werking. De Raad van advies heeft vastgesteld dat met behulp van andere beschikbare navigatiemiddelen veilig kon worden gevlogen. De Raad oordeelt dat zelfs wanneer de vlieger zes kilometer rechtdoor was gevlogen en niet meteen een bocht naar rechts had gemaakt, zoals het geval was, niet de garantie gegeven had kunnen worden dat de bebouwde kom van Hengelo vermeden was. De Raad zegt dat hier sprake is van een unieke samenloop van omstandigheden.

Het afbreken van de pin is het gevolg van een constructiefout in een nieuw type motor.

Pag.3: Ter Beek gelast naar procedures onderzoek

Minister Ter Beek zegt in een brief aan de Kamer naar aanleiding van het rapport dat hij opdracht heeft gegeven “alle vertrek- en naderingsprocedures bij alle militaire vliegvelden nog eens te bezien om zo mogelijk een verdere optimalisering van de veiligheid voor de nabijgelegen woonkernen te verwezenlijken.”

Het ongeluk is te wijten aan het afbreken van een pin in een nieuwe versie van de F16 motoren. De storing ging gepaard met hevige knallen en trillingen. De piloot verminderde vaart en begon aan een noodprocedure om op de vliebasis Twenthe terug te keren. Korte tijd later deed zich een tweede storing voor ernstiger dan de eerste. Een herstartprocedure lukte niet.

De vliegbasis Twenthe beschikte niet over een vluchtnabootser waarbij de noodproceduers van de nieuwe PW-220 motor voor het oplossen van motorproblemen niet werkelijkheidsgetrouw worden nagebootst, aldus het rapport. De vereiste hard- en software kwam pas na het ongeluk ter beschikking van de vliegers. Inmiddels is de vluchtnabootser ingesteld op PW-220 motoren.

De pin is gevoelig voor corrosie. Bij 48 F16's doen zich deze problemen voor. Honderdveertig toestellen hebben nog de oude motor. Inmiddels zijn 38 toestellen met de nieuwe pin uitgerust. In alle overige motoren wordt deze nieuwe pin in de komende twee maanden aangebracht. In de tussentijd worden deze motoren elke 25 vlieguren op spanningscorrosie gecontroleerd. Daardoor kan volkmen veilig mert deze nieuwere types motoren worden gevlogen.