Ondernemer-minister Andriessen sloeg plank mis

Fokker en Daf, twee van de kroonjuwelen van de Nederlandse industrie, dreigen meer dan hun glans te verliezen. Het is dezer dagen een jaar geleden dat Fokker en Dasa aan de onderhandelingstafel plaatsnamen. Al vele ultimatums zijn overschreden, maar de deal is nog steeds niet rond. Recenter zijn de ernstige problemen bij Daf. Een geschikte partner bleek niet te vinden. De reddingsoperatie strandde. Massa-ontslag dreigt om een faillissement te voorkomen. De vergelijking dringt zich op. Beide ondernemigen hebben behoefte aan een sterke partner. De strategische alliantie is het kernbegrip in de bedrijfsplannen van beide ondernemingen, en heeft het aloude oranjegevoel verdrongen. Beide opereren in een markt die er slecht voorstaat. Potentiële klanten houden hun hand op de knip, stellen opdrachten uit. Bedrijfsterreinen zijn te klein voor de opeenhoping van niet bestelde vrachtwagens en bussen en op vliegveld Woensdrecht kan na een simpel telefoontje direct een Fokker 100 worden afgehaald.

In beide gevallen gaat het om ingewikkelde onderhandelingen tussen meer partijen, waarbij nu eens de een, dan weer de ander er niet voor terugschrikt weer eens wat uit te laten lekken om de tegenspeler verder onder druk te zetten. Met, zeker bij Fokker, voor het publiek amusante hoogtepunten, die door de media nog eens mooi in woord en beeld konden worden vastgelegd.

In beide gevallen speelt de overheid, ofwel minister Andriessen, een grote rol. Bij Fokker als grootaandeelhouder en bij Daf als "redder in nood'. De onderhandelaar Andriessen als spin in het web tussen een aantal grote ondernemers en beleggers. Dat lijkt spekkie naar zijn bekkie. Maar als we het slagveld van het afgelopen jaar overzien, blijkt deze "ondernemer-minister' niet door louter onderhandelingsvaardigheden te hebben uitgeblonken.

Toen de minister voor het eerst vernam van de gesprekken tussen Fokker en Dasa maakte hij een belangrijke taxatie-fout. Hij koos er voor zelf afzijdig te blijven en riep de beide industriële ondernemingen op om eerst zelfstandig tot een akkoord op hoofdlijnen te komen. Als grootaandeelhouder had hij juist wel moeten aanschuiven, omdat ook hier geldt: voorkomen is beter dan genezen. Maar zoals bekend liep het anders. Want over het akkoord dat Dasa en Fokker sloten, waren alle andere betrokkenen (vakbonden, ondernemingsraden, Kamer èn de minister) zeer negatief. Het reparatiewerk, met alle bijbehorende irritaties, kon beginnen.

Vervolgens heeft "Nederland' (Fokker en de overheid) zich bijna volledig afhankelijk gemaakt van Dasa. Mijn stelling is altijd geweest: Dasa heeft Fokker nodig, en Fokker op termijn een sterke partner. Dasa heeft Fokker nodig omdat met de overname zeer veel geld bespaard kan worden bij de ontwikkeling van een nieuwe generatie vliegtuigen. De voorsprong die Fokker op dit gebied heeft, is echter absoluut onvoldoende benut in de onderhandelingen. Als je bij voortduring benadrukt dat Fokker alleen kan overleven door een deal met Dasa, dan zal tegenspeler Dasa zijn eisen steeds verder opschroeven.

Tenslotte de recentste ontwikkeling. Plotseling blijkt dat Fokker al een tijdje praat met de Nederlandse Investerings Bank (NIB) over een lening voor het geval de onderhandelingen die de minister nu met Dasa voert alsnog mislukken. Toen dat via deze krant uitlekte bleek de minister daar volstrekt niets van te weten.

Op het eerste gezicht lijkt dit lek in het belang van Fokker. Misschien zelfs een bewuste poging om Andriessen en Dasa tegen elkaar uit te spelen. Of is dit te simpel? Fokker heeft er immers nooit een geheim van gemaakt per se met Dasa in zee te willen. In die zin zouden ze met deze druk onbedoeld hun eigen glazen kunnen ingooien. Juist nu de minister bezig is in de finaleslag met Dasa, worden hem de poten onder de stoel vandaan gehaald. Deze laatste slag draait om aanvullende financiële eisen van Dasa, gesteund door Fokker, waar geen enkele rechtvaardiging voor bestaat. Doordat nu bekend is dat Fokker met de NIB praat, heeft Andriessen als onderhandelaar geen troef meer in handen. Want als Fokker enerzijds Dasa steunt in de eis meer overheidsgeld uit te trekken ter versterking van het vermogen van de onderneming, maar anderzijds zonder medeweten van de overheid bezig is met een eigen overlevingsscenario, wordt de positie van Andriessen als onderhandelaar onmogelijk. Dasa wordt in een fluwelen zetel naar een goedkope overname gedragen. Andriessen had dinsdag een streep moeten trekken. Maar in plaats daarvan zweeg hij en had voor het eerst in een jaar niets over Fokker te melden.

In de veel kortere geschiedenis van het reddingsplan van Daf vallen twee publieke uitspraken van de minister op. Allereerst vlak voor de Kerst, toen de kranten berichtten dat Andriessen "bereid' was "Daf te redden'. Alleen zo'n uitspraak al kost je miljoenen, als de onderhandelingen met banken nog in een beginstadium verkeren. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat de Engelse banken op het laatste moment probeerden het grootste risico bij de overheid te leggen. Het was terecht dat Andriessen hier wèl een streep trok. Zijn geld zou in een bodemloze put verdwijnen. Maar met zijn voorbarige kerstboodschap heeft Andriessen het mislukken van het reddingsplan wel ten dele over zich afgeroepen.

Ook twee weken geleden deed de minister uitspraken die hij niet kon waarmaken. Het personeel was in afwachting van het verlossende woord. Het reddingsplan leek nabij. Totdat ineens het bankenconsortium een nieuw financieel onderzoek eiste. Het betekende nieuw uitstel van een aantal weken. Maar de minister reageerde optimistisch. Hij verwachtte deze tegenslag snel te overwinnen. Toen al was zijn optimisme verbazingwekkend. Sinds Daf vorige week dinsdag in surséance moest, kan iedereen zijn eigen conclusie trekken.