Milko Djurovski: een zwerver verdwaald

LEEUWARDEN, 8 FEBR. Als hij daar zo zit, in de hoek van het volle spelershome, veilig met zijn vrouw en zijn tolk aan zijn zijde, bijtend op z'n nagels, terwijl hij kijkt naar de beelden op de televisie van zijn wedstrijd, zie je het onzekere, onbegrepen kind in hem. Of hij het naar zijn zin heeft bij Cambuur? “Kijk om je heen, dan weet je het.” Milko Djurovski glimlacht. Hij ziet zijn nieuwe, druk pratende, vrolijke, drinkende ploeggenoten en neemt een slok van zijn pilsje.

Hij is vriendelijk, verlegen, schichtig ook. Zo bang dat hij het weer verkeerd heeft gedaan vanavond. Dat ze hem weer niet zullen begrijpen. Verontschuldigend kijkt hij terug op zijn debuut met Cambuur tegen PSV. Dat het publiek enthousiast was over zijn spel, alleen al over zijn aanwezigheid, kan hem niet troosten. Hij heeft al zo lang niet gespeeld. Geestelijk gaat het allemaal wel, zegt hij, lichamelijk kan het beter. Over twee weken, belooft hij, thuis tegen Roda is hij volledig fit. Dan zullen ze wat beleven.

Vier jaar geleden zag ik hem voor het eerst. Bij een bezoek aan Partizan Belgrado, destijds toekomstige tegenstander in de Europa Cup van FC Groningen. Terwijl ik in het kantoortje van de secretaresse moest wachten op de manager, zat aan een groot bureau een jongen. Hij had lang haar, was ongeschoren en droeg een trainingpak. Hij telefoneerde, minutenlang. Hij droeg een moderne zonnebril en rookte de ene na de andere sigaret.

Toen hij vertrok, vertelde de secretaresse dat die mooie jongen de beste voetballer van Partizan, van heel Joegoslavië was. Op de vraag waarom hij dan niet in het nationale elftal speelde, reageerde het meisje met een schaterlach. Ze kon het zich wel voorstellen. Milko was onberekenbaar. Dat zal het wel zijn.

Dezelfde dag werd op het trainingsveld van Partizan duidelijk waarom Joegoslavische voetballers mij altijd boeien. Zo wil je toch met een bal kunnen spelen. Zo sierlijk, zo artistiek, zo heerlijk onberekenbaar, zo temperamentvol, niet zo grijs, niet zo ellendig Hollands. Zo was ook Milko Djurovski die middag. Tot grote ergernis van zijn trainer waarschijnlijk. Een paar weken later rolde hij in hoogst eigen persoon met een paar weergaloze bewegingen FC Groningen op. Een half jaar later voetbalde hij in Groningen.

Zoals het met enfants terribles gaat, zoals het met Romario en Djurovski gaat, zo worden ze ongrijpbaar. Bij volle maan zijn ze goddelijk. Anders, als het leven boeiender zaken biedt, zijn ze ergerlijk. Dan mogen ze weliswaar doorspelen, maar net zolang totdat er volop reden is om ze uit te kotsen. Het is niet aan trainers hun hart te laten spreken, dat ze in hun diepste ziel van zulke voetballers houden. Ze eisen prestaties, liefst collectieve. En daar kun je bij artiesten niet op rekenen.

Vorige week liet FC Groningen Djurovski gaan: naar Cambuur. Wederzijdse opluchting. Met die nieuwe trainer Verbeek kon hij helemaal niet opschieten. Met Westerhof, nu PSV, ging dat nog wel, zegt Milko verzachtend. Ze hadden elkaar voor de wedstrijd nog begroet. Na afloop zou Westerhof hem nog gefeliciteerd hebben. Een conflict betekent niet, dat je eeuwig vijanden bent, meent Milko. Ze zijn nu toch goed bevriend.

Wanneer een club als Groningen zoveel geld voor een spits betaalt, moet je toch de speelwijze aan hem aanpassen. Hij meent het. Ze hadden het hem nog zo beloofd. En dat is wat hij niet begrijpt als we hem vertellen dat Westerhof zojuist heeft gezegd dat Djurovski altijd verkeerd heeft beoordeeld. Hij is geen scorende spits, maar een bedienende, besefte de trainer te laat.

Via FC Groningen had hij vanuit Belgrado naar een topclub gewild. Hij zegt aanbiedingen te hebben gehad, vorig jaar, van Paris St. Germain, van Espanol, van Monaco. Maar Groningen hield hem tegen. Nu speelt hij dan voorlopig voor Cambuur, in Leeuwarden. Een leuke club in Friesland, Nederland.

Ach, zijn levenswandel, in Groningen spreken ze er nog schande van. Die cultuurverschillen kunnen onoverkomelijk zijn. Vraag het Romario. Vraag het andere mensen uit verre landen. Ze stuiten op een mentaliteit die hen vreemd is. Ze dienen zich aan te passen, wordt er dan gezegd. Als volwassen mensen.

Milko Djurovski, een 30-jarige man uit Montenegro, probeerde zaterdagavond 12.000 Friese harten op hol te brengen. Hij zwoegde, probeerde zijn trucs uit, probeerde zich collectief op te stellen, deed zijn best voor zijn trainer en scoorde bijna. Maar het lukte niet helemaal. Welke mensen zijn zo egocentrisch te denken dat voetballers voetballers blijven, dat voetballers in elke cultuur aarden, waar ze ook vandaan komem? Of ze nu uit Brazilië komen of uit Montenegro. Managers, voetbalmakelaars, trainers?

Een rocker, een zwerver, een zoekende, zo één die nog echt is, die zijn gevoel volgt, die past niet meer in de beroepsvoetballerij. Jammer voor Djurovski.