Kleumende reizigers aan tafel bij de NS; Profiel van ROVER

Het gaat slecht met het openbaar vervoer en de reizigersvereniging Rover vaart er wel bij. Zo'n drieduizend leden telt de vereniging nu, allemaal mensen die zich opwinden over de dure kaartjes, de vertragingen en de slechte aansluitingen in het openbaar vervoer. Voor de busmaatschappijen en de NS is Rover sinds een paar jaar “een serieuze gesprekspartner”. Zelf hoopt Rover nog eens tienduizend leden te tellen: pas dan zal de vereniging zich kunnen meten met de autolobby.

De taart met het in mokka opgespoten "te laat' was eigenlijk voor de NS bedoeld. Maar die weigerden hem in ontvangst te nemen: negatieve publiciteit krijgen de spoorwegen al genoeg. Dus overhandigde Pieneke Wiertz, als bestuurslid verantwoordelijk voor de public relations van de reizigersvereniging Rover, het gebak na afloop van de presentatie van een onderzoek naar vertragingen, een paar weken geleden op het centraal station in Utrecht, aan de eerste de beste vertraagde reiziger.

De presentatie van het onderzoek naar vertragingen was de eerste persconferentie in de geschiedenis van de "vereniging reizigers openbaar vervoer'. Nog diezelfde dag viel op de radio te beluisteren dat volgens Rover een kwart van de treinen vertraging oploopt. Enkele weken eerder haalde een actie tegen de tariefsverhogingen in het openbaar vervoer het NOS-journaal. De actie leverde de reizigersvereniging zo'n driehonderd nieuwe leden op.

De in 1971 op initiatief van een bij de bushalte kleumende pater opgerichte "vereniging reizigers openbaar vervoer' heeft het tij mee. Hoewel nog altijd door vrijwilligers gerund, is Rover inmiddels “een serieuze gesprekspartner” van busmaatschappijen en NS, zoals de spoorwegen het uitdrukken. Sinds in het midden van de jaren tachtig bomvolle treinen, vertragingen, slechte aansluitingen en peperdure kaartjes steeds meer reizigers ertoe brengen om lid van Rover te worden, houden de NS met de reizigersvereniging zes "periodieke overleggen' per jaar. Bijna alle busmaatschappijen beleggen bijeenkomsten om Rover bij te praten over de dienstregelingen, in plaats van te wachten op commentaar van bij bushaltes turvende verenigingsleden. Sinds 1 januari maakt Rover deel uit van het "overlegorgaan personenvervoer' van het ministerie van verkeer en waterstaat.

“In het begin”, zegt directeur S. Renkema van busmaatschappij Centraal Nederland, “ging de discussie vaak over de representativiteit van Rover.” De verenigingsleden reisden uit idealisme met het openbaar vervoer, hadden geen rijbewijs en maakten zich druk om het milieu. “Principiële gebruikers” noemden ze zichzelf en daarmee waren het heel andere klanten dan bejaarden en jongeren die op de bus zijn aangewezen. In de ogen van veel busmaatschappijen waren de eisen van Rover exorbitant hoog, terwijl de vereniging toch maar een kleine achterban vertegenwoordigde: enkele honderden leden (inmiddels drieduizend) op één miljoen busreizigers per dag.

Dit activisme van de leden van Rover is in 22 jaar nauwelijks veranderd: nog steeds zijn velen actief in een van de 25 regionale afdelingen, in een werkgroep of simpelweg door het noteren van aan den lijve ondervonden vertragingen. Inmiddels maakt Centraal Nederland echter net als andere busmaatschappijen dankbaar gebruik van de suggesties van de reizigersvereniging, die vaak tot op de minuut nauwkeurig op de hoogte is van overstaptijden en vertragingen. Door gezamenlijk verzet van Rover en Centraal Nederland is in Hilversum een plan van de gemeente om de bus uit het centrum te weren niet doorgegaan. In Amsterdam nam het GVB een voorstel van de reizigersvereniging voor een ander traject van lijn 10 ongewijzigd over.

Een belangrijke reden voor de omslag van de busmaatschappijen is dat de stroming binnen Rover die zich bezighoudt met consumentenaspecten steeds sterker wordt - ten koste van de leden die zich bekommeren om het milieu of die zich interesseren voor alle mogelijke aspecten van het openbaar vervoer. De laatste tijd worden steeds vaker mensen lid die menen daardoor net als bij de ANWB recht op individuele belangenbehartiging te krijgen. Ook is de reizigersvereniging voor de busmaatschappijen belangrijker geworden nu hun subsidie afhankelijk is gemaakt van het aantal vervoerde reizigers. Wensen van de reizigersvereniging die vroeger schouderophalend als onnodig of overdadig terzijde werden geschoven, blijken nu vaak wonderwel in een commerciëlere opzet van het busvervoer te passen. “Via Rover”, zegt H. van den Berg van het Amsterdamse GVB, “hebben we de gelegenheid om met onze reizigers te overleggen. Dat komt de dienstverlening ten goede.”

Tegelijk staat het fanatisme van veel actieve leden Rover nog steeds in de weg. Van de bestuursleden en de leden van de zes werkgroepen, het kader van de vereniging, heeft bijna niemand een rijbewijs. De vergaderingen van de werkgroep tarieven vinden traditioneel plaats in een restaurant met uitzicht op het spoor.

Volgens L. Jacobs van busmaatschappij NZH “zouden sommigen het liefst overal openbaar vervoer zien. En dat kan natuurlijk niet, dat is niet zakelijk.” Door de financiële verzelfstandiging en door een aantal bezuinigingen zullen er juist buslijnen moeten verdwijnen. H. de Vroome van de VSN groep, de overkoepelende organisatie van de busmaatschappijen, vindt dat “de professionaliteit van Rover een andere basis heeft dan die van bijvoorbeeld de ANWB. Rover heeft ook veel kennis van zaken, maar de uitstraling is anders.”

Mede door die uitstraling, maar vooral ook omdat het aantal van zo'n tienduizend leden dat individuele belangenbehartiging mogelijk maakt nog ver weg is, heeft Rover geen invloed op belangrijke zaken als tariefstelling en voorzieningenniveau. Waar de autolobby erin is geslaagd de stijging van de variabele kosten van het autovervoer gelijke tred te laten houden met die van de kosten van levensonderhoud, zullen de tarieven in het openbaar vervoer volgend jaar voor de derde achtereenvolgende keer met zes procent stijgen. Acties van de werkgroep "tarieven' leveren weliswaar nieuwe leden op, maar het is de vraag of een brief aan de Tweede Kamer over de tariefsverhoging van de fietsenstallingen bij stations, effect zal hebben. Volgens Pieneke Wiertz, door de ENFB over de zaak ingelicht, is de kans groot dat Groen Links er vragen over gaat stellen. “Een verhoging van 1,40 naar 1,75 gulden voor een hele dag lijkt niet veel, maar intussen gaat het wel om 25 procent”. Het ministerie van verkeer en waterstaat kan ook een schrijven tegemoet zien waarin Rover protesteert tegen het naar boven afronden van de prijs van de roze strippenkaart.

Ook in de regelmatige contacten met de NS, de "periodieke overleggen', is het gebrek aan landelijke invloed van Rover nog merkbaar, al worden ze tegenwoordig voorgezeten door het hoofd marketing van de NS en bijgewoond door een voorlichter. Tegenover vier heren in pak zitten dan vier leden van Rover met verwaaid haar en windjacks aan de kapstok. Tijdens het overleg van drie weken geleden werden de voorstellen van de reizigersvereniging met betrekking tot het materieeltekort beleefd maar resoluut van tafel geveegd. Er zou “nog eens worden gekeken” naar het idee om spitsbussen in te zetten, maar het risico was groot dat die zouden vastlopen in de file. Aan het voorstel om snellere dubbeldekkers te kopen hing “natuurlijk een prijskaartje”. Tegelijk kondigden de NS aan dat door een slimmer rooster van de werkzaamheden aan treinen in de werkplaats, een aantal treinstellen voor de spits vrij zou komen.

Met enige regelmaat gaan binnen Rover stemmen op om het overleg met de NS te staken maar dat is tot nu toe niet gebeurd. Evaluatie van een aantal jaren vergaderen met de NS heeft uitgewezen dat enkele voorstellen wel degelijk zijn overgenomen: kleine, praktische zaken, of dingen die de spoorwegen zelf ook al van plan waren. Tot de successen worden ook suggesties gerekend die de spoorwegen aanvankelijk afwezen maar een paar jaar later toch invoerden, zoals een late trein op het traject Amersfoort-Wageningen en het weer laten rijden van extra spitstreinen tussen Den Haag en Gouda.

De laatste tijd gaat het overleg met de NS vaak over Rail 21, het ambitieuze uitbreidingsplan van de spoorwegen, en de problemen met het materieeltekort, de vertragingen en de overvolle treinen. “Dan heb je het dus over de grote lijnen”, zegt secretaris Klaas Wierda van Rover, “en daar krijg je minder gemakkelijk een vinger achter.” Ook is veel van wat Rover voorstelt volgens de NS te duur.

Volgens R. Verdenius, namens de NS voorzitter van het periodiek overleg, nemen de spoorwegen “ongeveer een op de tien” voorstellen van Rover over. Zo maakte tijdens het vorige overleg het idee om in Zeeland op zon- en feestdagen de aansluiting op de bus te verbeteren “kans op navolging”. Verdenius noemt de reizigersvereniging “een onbevangen spiegel”, waarvan misschien wel het grootste belang is “dat we zo aan de reiziger kunnen uitleggen waarom we iets wel of niet doen.” “Het gaat om de uitwisseling van informatie. Natuurlijk horen we ook veel via marktonderzoek, maar Rover heeft net weer een andere invalshoek.” Net als de busmaatschappijen moeten ook de spoorwegen commerciëler gaan werken en dat betekent dat Rover binnenkort “niet meer ons, maar de overheid moet aanspreken op de maatschappelijke taak van het openbaar vervoer”.

Mede om die reden gaat Rover bij het ministerie van verkeer en waterstaat een aanvraag voor een subsidie van zo'n 80.000 gulden indienen. Nu wordt het secretariaat in Den Haag nog bemand door vrijwilligers die onderweg de vertragingen op het traject noteren, maar voor een consumentenvereniging die sterk wil staan tegenover steeds onafhankelijker opererende vervoersmaatschappijen is meer nodig. In ieder geval komt in het eerstvolgende nummer van "De Reiziger', het vijf keer per jaar verschijnende verenigingsblad, een oproep te staan aan deskundige leden op het gebied van “organisatie, communicatie, financiering, marketing, voorlichting en juridische zaken” om “mee te denken en te werken aan een professioneler ingestelde Rover”.