Kantorow springt als dirigent Kamerorkest van de hak op de tak

Concert: Nederlands Kamerorkest o.l.v. Jean-Jacques Kantorow, m.m.v. Vadim Repin, viool. Programma: Ligeti: Ramifications voor strijkorkest. Mozart: Vioolconcert nr. 5 in A, KV 219; Adagio en Rondo voor viool enorkest, KV 261 en KV 269. Von Dohnanyi: Serenade voor strijktrio, door Sitkovetsky bewerkt voor strijkorkest. Gehoord: 6/2, Concertgebouw Amsterdam.

Dikwijls is het een voordeel wanneer een dirigent ook zijn sporen als instrumentalist verdiend heeft. Zo zouden de strijkers van het Nieuw Sinfonietta Amsterdam zonder Lev Markiz, van huis uit een violist, waarschijnlijk nooit zoveel klankkleuren en dynamische schakeringen uit hun instrumenten weten te halen. Maar bij Jean-Jacques Kantorow, die behalve als dirigent ook bijzonder actief is als violist, lijken de rust en de toewijding te ontbreken om zijn ervaring als strijker bij het dirigeren te benutten. Kantorow slaagt er absoluut niet in het Nederlands Kamerorkest te stimuleren tot verfijnde en genuanceerde samenklanken. Zijn aanpak is veel te gejaagd en oppervlakkig om tot overtuigende resultaten te kunnen leiden.

Zo klonken de mysterieuze Ramifications voor 12 strijkers uit 1968-69 van Ligeti alsof er een troep jankende zwerfkatten in een reusachtig spinneweb verstrikt was geraakt. Van delicate contouren, fascinerende klankkleuren en dynamische contrasten was in deze rommelige uitvoering nauwelijks sprake.

Tijdens de hierop volgende Mozart-interpretaties verwaarloosde Kantorow niet alleen de orkestklank, maar ook de fraseringen en de beweging van de muziek. Door zijn hak-op-de-takkerige aanwijzingen speelde het Nederlands Kamerorkest onrustig en alles behalve melodieus, zodat het er voor solist Vadim Repin niet eenvoudiger op werd om zijn partij rustig uit te zingen. Zonder twijfel behoort Repin, die in 1989 winnaar werd van het Koningin Elisabeth Concours in Brussel, samen met Maxim Vengerov en Julian Rachlin, tot de meest getalenteerde violisten van de jongste generatie. Zijn frisse, sprankelende en intens muzikale aanpak van Mozart was wel indrukwekkend, maar nog niet optimaal. Voor iemand die technisch tot zoveel briljants in staat is als Repin, zijn herhaalde slordigheden op het gebied van de intonatie en een zekere eenzijdigheid in zijn overigens stralende toonvorming eigenlijk ontoelaatbaar. Maar met zijn spectaculaire cadensen wist Repin zich als het ware steeds weer even te revancheren.

Daarna vierde het effectbejag hoogtij in de weinig overtuigende orkestbewerking van Von Dohnanyi's Serenade voor strijktrio door Sitkovetsky. Het intens musicerende Nederlands Kamerorkest deed zijn best om iets moois neer te zetten, maar kon met de fladderende handen van Kantorow weinig aanvangen.