Dramatiek Peter Zegveld en Valentin Passoni bij Reflex; Lijven beuken tegen elkaar

Gezelschap: Reflex. Werken: Bombast; choreografie, decor en kostuums: Peter Zegveld; muziek: Miklos Rozsa. O don fatale; choreografie en decor: Valentin Passoni; muziek: Béla Bartok en Guiseppe Verdi. Gezien: 5/2 Stadsschouwburg Groningen. Nog te zien: 12/2 Alkmaar, 13/2 Zwijndrecht, 17/2 Zutphen, 20/2 Arnhem, 23/2 Leeuwarden, 26/2 Schiedam, 28/2 Wageningen, verder tot april tournee.

Artistiek leidster van Reflex Patrizia Tuerlings heeft vanaf het moment dat zij het heft bij het Nederlandse gezelschap in handen nam duidelijk gesteld dat zij naast dansante werken ook theatrale produkties op het toneel wilde brengen. Daarmee wordt dan vooral bedoeld dat er een felle, ongepolijste, vaak absurdistische dansstijl wordt gehanteerd waarbij esthetiek taboe is en dat er fors gebruik wordt gemaakt van ontwikkelingen in toneel, film, literatuur en beeldende kunst.

Het nieuwe programma van Reflex is geheel aan deze theatraliteit gewijd. Oorspronkelijk waren er drie niet uit de dansvloer komende makers aangetrokken: theatermaker/beeldend kunstenaar Peter Zegveld, de Duitse filmregisseur Rosa von Praunheim en zijn medewerker script-schrijver, acteur en voormalig danser Valentin Passoni. In de uiteindelijke voorstelling kwam Von Praunheims bijdrage te vervallen daar de werkresultaten niet aan de volwachtingen bleek te voldoen.

Over bleven de twee, zo'n dertig minuten durende stukken Bombast (Peter Zegveld) en O don fatale (Passoni). Zij zouden een verfrissende nieuwe bijdrage moeten leveren aan de traditionele choreografie. Ik heb in dit programma dat nieuwe en verfrissende niet kunnen ontdekken. Noch dat die andere aanpak nieuwe facetten in de kwaliteiten van de dansers naar voren bracht.

Peter Zegveld schiep een werk Bombast voor zes dansers. In een aardig toneelbeeld, witte projecties op zwarte achter elkaar hangende doeken, ontmoet een in een wit tricot gestoken onbekommerd rondwarende man onder het getjilp van vogeltjes "de vrouw', ook al in een onschuldig naakt suggererend wit gehuld. Er worden drie kindertjes gemaakt waar zij echt niet raad mee blijken te weten. Het familieleven wordt verstoord door een lieflijk fladderend wezentje. Eerst wordt deze vrolijke indringster als bedreigend ervaren en ze wordt zonder pardon de grond ingestampt. Later blijkt ze de inspiratrice te worden voor het vluchten uit de werkelijkheid en dartelt iedereen als vogel over het toneel of verschijnt hoog in de lucht met bovenlichaam, armen of benen vanachter de zwarte doeken. Het is een kinderlijk aandoend geheel, niet ontbloot van een primitieve charme, maar verder volstrekt oninteressant van beweging en uitwerking en bijzonder onflatteus aangekleed. De uitvoerenden doen hun best maar lijken in hun streven om toch vooral te "spelen' veel van hun danstechnische verfijning kwijt te zijn geraakt.

Bij Valentin Passoni's O don fatale gaat het heftiger toe. Een man en een vrouw zijn het slachtoffer van een onmogelijke relatie waarbij de aanwezige verbondenheid zich uit in het elkaar vertrappen, vernederen en pijnigen. Lijven beuken tegen elkaar, worden over de grond gesleurd, zakken slap in elkaar, vingers dringen in het gezicht, handen klauwen. Een uitzichtloos gevecht onderbroken door korte momenten van hulpeloze tederheid. De blauwe rozen op de achterwand, het brandend vuurtje waarboven de man als een Mefisto in de weer is, het stenen hart waarvoor kaarsjes branden en waar de vrouw de hand van de man opduwt moeten allemaal bijdragen aan de sfeer van troosteloosheid, agressie en machteloosheid. Ook hier staat het spel centraal. De beweging fungeert als illustratie evenals de muzikale fragmenten uit Bartoks opera Blauwbaard en Verdi's Don Carlos.

Interessant, vernieuwend of aangrijpend is het volstrekt niet, al laten Patrizia Tuerlings en Dietmar Janeck zien flink wat dramatische kracht in huis te hebben, maar dat hebben we in vroegere werken al eerder kunnen constateren en dit O don fatale voegt er niets aan toe.