Domna Samiou zingt als juf

Concert: Domna Samiou begeleid door klarinet, fluiten, viool, sandouri en percussie. Gehoord: 5/2 Vredenburg, Utrecht.

Een flamboyante persoonlijkheid is ze niet, de Griekse zangeres Domna Samiou, zoals ze op het podium staat. Met haar bloemetjesbloes, grijze haar en strenge bril heeft ze nog het meest van een VUT-gerechtigde schooljuf of bibliothecaresse. Wat ze eigenlijk ook is, want het bewaren en doorgeven van cultuur is haar voornaamste bezigheid. Al tientallen jaren reist ze Griekenland en omstreken af op zoek naar oude liedjes die ze vervolgens laat drukken, op platen zet of gebruikt voor radio- en tv-programma's. Ze schijnt er al duizenden verzameld te hebben wat als voordeel heeft dat ze nauwelijks in herhaling hoeft te vallen.

De meeklapper waarmee het concert in Vredenburg (haar eerste in Nederland) werd besloten, kon worden herkend als de titelsong van het album Ehe Yia Panayia maar verder leek alles nieuw. Zo nieuw als traditionele muziek klinken kan natuurlijk, want echte mysteries werden er niet onthuld. Voor een deel kwam dat door het kennelijke uitgangspunt van mevrouw Samiou dat de boodschap belangrijker is dan de brenger ervan. Een heel respectabel standpunt dat echter wel tot gevolg heeft dat contact met de luisteraar maar moeizaam onstaat. Wie wil er iets leren van een juf die zich nooit over de schoolbank buigt?

In de eerste set wordt de leergierigheid pas geactiveerd door een klaaglijke instrumentaal die volgens de informatie uit Epirus komt. De klarinet van Nikos Filippidis weent aandoenlijk, de viool van Lázaros Efthimiou doet er nog een snikje bovenop. Ook mevrouw Samiou lijkt erdoor te ontdooien, haar Katsandónis is meer dan het oplezen van een les. Na de pauze lijkt er een andere Domna Samiou te staan; gevoeliger, betrokkener, en met een opmerkelijk lager volume. Heeft ze inmiddels vertrouwen in de klas? Ligt het aan het repertoire dat voor een deel uit Klein-Azië stamt, de geboortegrond van haar ouders? Het lijkt een wonder maar na een a capella gezongen wiegeleid verschijnt er zelfs een lachje op haar gezicht. Het handgeklap aan het eind komt toch nog onverwacht, maar de spontaan aangroeiende rij dansers in het gangpad kan niemand bedriegen: het ijs is gebroken.