De tijdgeest van een glazenier

Het was een steenkoude middag in de winter toen ik onder het "Arbeit Macht Frei' liep en door tegenstrijdige gevoelens werd besprongen. Wat zag het er allemaal vertrouwd uit. Heel vaak had ik dit beeld al gezien, elk hoekje was bekend en beladen. Tegelijk verwachtte ik iets aan te treffen dat ik niet kende. Tevergeefs. Alles was vooraf zo scherp omlijnd, dat ik niets meer zag. De gebouwen van rode baksteen lagen er keurig aangeharkt bij, als ware het een verlaten vakantieoord en niet één van de kampen in Auschwitz.

Een groepje mensen staat zwijgend in het park in Amsterdam bijeen. Het monument van Jan Wolkers dat vorig weekeinde werd vernield is begraven onder de bloemen. Naar verluidt waren het gebroken spiegels overdekt met glazen platen. Te oordelen naar de foto's is het een mooi, sober gedenkteken. Langzaam lopen nieuwe bezoekers voorbij. Ondertussen bestudeer ik mijn voeten, herdenken doe ik toch liever alleen.

Door een wat zurige oude man werd ik meegetroond naar een filmzaaltje ergens bij de ingang van het complex. Daar mocht ik tegen een klein smeergeld, moederziel alleen de documentaire zien die een Russische filmploeg heeft gemaakt van de bevrijding van het kamp. Erg zware muziek zong in de lege ruimte rond en trok de schokkerige beelden nog verder het graf in. De hele tijd prikten de gulzige ogen van de "suppoost' in mijn rug en hoorde ik hem schuifelen achter in de bioscoopzaal.

Tulpen overheersen en ook zijn er verschillende rood-wit-blauwe linten te zien. Op de bloemenzee ligt her en der een stuk spiegel. Een meisjeshand heeft aan een ingelijst velletje papier toevertrouwd dat scherven geluk brengen. Ik probeer me een voorstelling van haar ouders te maken. Een te professioneel vervaardigd stencil op een bord zegt: "Zichtbaar geweld is erg, onzichtbaar geweld is nog veel erger'.

Het meeste indruk maakte misschien wel de stationsrestauratie van Auschwitz. Nu zijn dergelijke kruispunten van haastige mensen zelden aangenaam, maar in deze Poolse stad was wel een dieptepunt bereikt. Vooral een dronken man die voorover met zijn hoofd in een bord soep was beland, is me bijgebleven. Hoe lang hij daar al zittend zijn roes uitsliep weet ik niet, duidelijk was wel dat het niemand interesseerde. Ook niet zijn tafelgenoten die langzaam in hun eigen nevel oplosten. Menigeen ziet in de vernieling van het Auschwitzmonument in Amsterdam een teken aan de wand. Vele woorden worden gewijd aan de vreemdelingenhaat in Europa. Er hangt wat in de lucht en omdat niemand precies weet wat het is, neemt men het zekere voor het onzekere. Of zouden we moeten zeggen, houdt men het onzekere voor het zekere? In de restauratie in Auschwitz stond een reusachtige, gekoelde vitrine, die uitzicht bood op drie boterhammen belegd met kromgetrokken kaas. Aan een tafeltje naast het mijne zat een boerenfamilie omringd door slordige pakketten. Ze waren op de terugweg van inkopen doen in Krakow. Onwillekeurig schoot een scène uit de film van Claude Lanzmann door mijn hoofd. Zijn gesprek met een boer uit Treblinka: “Daar had hij zijn veld? Ja, het lag er vlakbij. Hij mocht er werken, dat was niet verboden. Daar bewerkte en bebouwde hij het? Ja. Waar nu het kamp ligt was zelfs gedeeltelijk zijn veld. O, het was gedeeltelijk zijn veld. Je mocht er niet op, maar je kon alles horen. Kon hij er wel tegen zo dichtbij die kreten te werken? Aanvankelijk was het echt ondraaglijk. En daarna wen je eraan ...'.

Een herdenking heeft zijn reden in hetgeen herdacht wordt en moet nooit dienstbaar zijn aan iets anders. Nu gaan de herinneringen gebukt onder de last van het waarschuwende "nooit meer' of de dikke woorden over het "herlevend racisme'. Dat wijst op een gebrek aan zelfvertrouwen. Waarom zou een herdenking niet op eigen benen kunnen staan, waarom altijd die behoefte om de actualiteit erbij te halen? Zou die onheuse vermenging van heden en verleden iets verklaren van de nu al maanden slepende discussie over het antisemitisme van deze en gene? Die gretigheid om te beledigen en beledigd te worden, ik houd er niet van. Deze polemiek wekt enkel de indruk dat men het liefst tot in lengte van dagen elkaar in de staart zou willen bijten. Toe maar.

Ik realiseerde me wel het onrechtvaardige van mijn associatie met de film van Lanzmann. In een kritische bespreking van Shoah herinnert de Engelse historicus Garton Ash terecht aan het bestaan van een "nationalisme van het slachtoffer', dat veel Polen en joden gemeen hebben. Een dergelijk "nationalisme' maakt ongevoelig voor het lijden van anderen en verdringt de omstandigheid dat slachtoffers op hun beurt misdaden kunnen begaan. Ik probeerde met andere ogen naar de familie naast me te kijken en merkte dat het niet gemakkelijk was om me los te maken van het door Lanzmann opgerakelde cliché.

Even verderop in het park staan mannen met sombere petten luidkeels te praten. De Dokwerker revisited. Eerst gaat het over razzia's - "dan moest je je hoofd er wel bijhouden' - en dan in een vloeiende beweging komt het gesprek op de "revolutionaire lancering van een spiegel in de ruimte door de Russen'. "Trouwens', vervolgt de man die zoëven een ereteken van het verzet aan de omstanders heeft getoond, "ik heb nog nooit iemand in Moskou gezien die honger had'. Die spiegel van de Russen gaat niet zo snel aan diggelen, zie je hem tevreden denken.

Later die middag ging ik naar Auschwitz-Birkenau. Het was al gesloten, maar de beheerder wilde me wel de trap oplaten naar de uitkijktoren boven de ingang. Hier kwamen de treinen onderdoor en daar ergens moest het perron zijn waar iedereen uitstapte en geselecteerd werd. Even verder zouden de omtrekken van lange rijen barakken te zien kunnen zijn, maar het begon al te schemeren en de sneeuwstorm die was opgestoken omsluierde de observatiepost. Ik zag geen hand voor ogen en dacht dat ik iets begreep.

Met mijn voet schuif ik een bos bloemen weg en zie een tipje van de schade die is aangericht. Wat ik zie is een ster in het glas. Ik denk: nu is het herdenkingsteken van Wolkers onaantastbaar geworden, laat het liggen zoals het is. Dat lijkt me een mooi gebaar, totdat de verrassende dubbelcarière van een glazenier-junk alle bevlogen woorden uiteen doet spatten.

Sommige reacties op deze banale ontknoping doen overigens vermoeden dat niet iedereen zich zomaar van zijn verontwaardiging wil laten beroven. Zoals Naftaniël van het CIDI die zegt: “(...) er was hoe dan ook een massaal protest tegen racisme nodig”. Ook Wolkers houdt vol dat deze daad ondanks alles in de tijdgeest past. Deze toevallige samenloop van omstandigheden is een pijnlijke, maar ook een welkome ondermijning van het al te ijverige "anti-fascisme', dat uit dergelijke commentaren oprijst. Niet achter elke lantaarnpaal schuilt een potentiële antisemiet. Herdenken is echt iets anders dan waarschuwen.