De kerk controleerde het leven in Twisk; Geen zondaars aan den tafel des Heeren

Voor meer informatie: Dina Reijnders, Rositastraat 10, 1676 GX Twisk, telefoon: 02274-1816

“De 17de wet is oock bij Kerkenraet geresolveert, dat soo wanneer eenich lit van Kerkenraet onder de predicatie sal bevonden worden te slaepen sal daer voor telkens van stonden aen verbeuren 2 stuijvers.” Zo staat het op het schutblad van het Karckeboeck van Twisch, het kerkeboek van de hervormde kerk in het Noordhollandse Twisk. De afgelopen jaren besteedde een aantal ingezetenen van Twisk veel tijd aan de transcriptie ervan, wat uiteindelijk resulteerde in een kloeke uitgave.

Vanaf 1658 tot 1755 schreef de kerkeraad in het boek onder meer de besluiten van zijn vergaderingen bij. Oorspronkelijk was men begonnen zestien "Ordre deser Kerkcke' te vermelden, waaronder regels voor het tijdstip waarop het Heilig Avondmaal gehouden moest worden en wie daaraan moest deelnemen. De orders vulden precies drie bladzijden en boden geen plaats aan de later kennelijk noodzakelijk geworden zeventiende regel die ouderlingen en diakenen tijdens de dienst wakker moest houden. Vandaar waarschijnlijk dat die zeventiende wet na 1666 op het schutblad werd bijgeschreven.

Toen Charlot Abma in opdracht van Monumentenzorg een brochure moest schrijven over de voltooiing van de restauratie van de hervormde kerk in Twisk, trof zij in het streekarchief in Hoorn het kerkeboek aan, dat een schat aan informatie bleek te bevatten. Niet alleen over de kerk, maar ook over het leven van alledag in het Twisk van de zeventiende en achttiende eeuw. Met name werd opgetekend wat er in de ogen van de kerkeraad niet door de beugel kon. Abma: “Om deel te mogen nemen aan het Avondmaal, dat vier keer per jaar werd gehouden, mocht men niet in opspraak zijn gebracht. Als dat wel het geval was, bijvoorbeeld als er geruchten over iemand de ronde deden, of als men dronken was geweest, dan ging de kerkeraad bij zo iemand op huisbezoek. Wie het te bont had gemaakt, kwam onder censuur te staan totdat hij berouw had getoond.”

In het kerkeboek zijn de Avondmalen dus steeds de aanleiding voor verslagen van de huisbezoeken en de besluiten die het kerkbestuur naar aanleiding daarvan nam. Zo werd naar aanleiding van het Avondmaal van 6 april 1670 genoteerd:

“In de huijs soekinge gekoomen ten huijsen van mari willems alwaer wij seer groote klachte van haer man over haer gehoort hebben, over haere quaede huijshoudinge, misbruijck van godts gaeven, en haer daer over aen gesproocken stont wel overtuijght van haere begaene fouten, maer gaf ons gedurich niet alleen verkeert andwoort, maer spotte genoegsaem met de kerkereat, het welcke wij in kerkeraet in gebrogt hebbende, geresolveert is, om haer aen te dienen niet aen den taefel des heeren te koomen.”

Om een en ander te kunnen ontcijferen raadpleegde Abma aanvankelijk dorpsgenote Nel Boelis, die paleografische ervaring had. Abma: “Wat we lazen was zo leuk dat we besloten om met een paar mensen aan de transcriptie van het boek te gaan werken.” Met twee andere dames, Wil van der Linden en Dina Reijnders, werd zo de werkgroep "Karckeboeck Twisch' geboren. Bijna tien jaar werkte men aan de transscriptie van het 147 pagina's tellende boek, waarin verhalen over een voerman die “het ligaem soo vol soop, dat hij de waagen niet stuuren konden” en over de echtelijke ruzie tussen Meester Abraham Wijbrantze en zijn vrouw Geert Crelis die bijna als een rode draad door het boek loopt. Een ruzie die “niet bij gekijf en schelden bleef: maer self tot slaen toe dikwijl uijtborst”.

Aanvankelijk was de transcriptie slechts bedoeld als aangename vrijetijdspassering voor de vier Twisker vrouwen, maar gaandeweg groeide de gedachte aan een uitgave. Reijnders: “Onze transcriptie voerde ik in op een computer. We bedachten dat het voor een eventuele uitgave mooi zou zijn om elke transcriptie precies naast het origineel te krijgen. Mijn zoon, die een computerfreak is, maakte daarvoor een programma, dat hij later bij wijze van stage voor zijn studie communicatietechniek heeft verbeterd.”

Het resultaat is nu dat iedere regel, zelfs elk woord in de transcriptie op dezelfde plaats staat als in het origineel. Grotere letters in het handschrift zijn in de transcriptie uit grotere korpsen gezet, tussen de regels geschreven toevoegingen zijn precies zo overgenomen en doorhalingen in het manuscript zijn zwarte balkjes in de transcriptie. Vergelijken van handschrift en de ertegenover liggende transcriptie is daardoor erg gemakkelijk geworden.

Voor de uitgave werd uiteindelijk subsidie verkregen van het dr.J.E. Baron van Steenwijkfonds van de provincie Noord-Holland en van het Anjerfonds. Het kerkeboek is daardoor nu verkrijgbaar voor de relatief geringe prijs van 65 gulden.