Belgisch parlement stemt in met federatie

BRUSSEL, 8 FEBR. België heeft het afgelopen weekeind een historische stap gezet. Zaterdagavond rond een uur of negen stemden 143 Kamerleden voor het voorstel om artikel 1 van de Grondwet te wijzigen, net voldoende voor de tweederde meerderheid die nodig was om van België officieel een federale staat te maken. Maar nergens in Brussel, in Vlaanderen of in Wallonië gingen de vlaggen uit of kwamen de mensen de straat op om feest te vieren - of om uit te huilen.

Vijfentwintig jaar geleden ging het er wel anders toe. In februari 1968 weerklonk in de straten van de universiteitsstad Leuven de kreet "Walen eruit!'. Die Vlaamse revolte aan de katholieke universiteit leidde achtereenvolgens tot de val van de toenmalige regering-Vanden Boeynants, tot de scheuring van de universiteit van Leuven in een Vlaams en een Waals (Louvain la Neuve) gedeelte en tot een reeks staatshervormingen die van het unitaire België uiteindelijk een gedecentraliseerde staat zouden maken, met verregaande eigen bevoegdheden voor Vlaanderen, Wallonië en het aparte hoofdstedelijke gewest Brussel.

De jongste staatshervorming - waarover de afgelopen dagen voor het eerst in Kamer en Senaat werd gestemd en waarvan de parlementaire afronding pas op zijn vroegst tegen Pasen wordt verwacht - is in feite het (voorlopige) sluitstuk van de in Leuven in gang gezette ontwikkeling. Maar anders dan 25 jaar geleden blijven hoogoplopende publieke emoties nu uit. De voortdurende taalstrijd, de steeds terugkerende pesterijen in Voeren, de conflicten in de randgemeenten rondom Brussel, al die elementen zijn nu afwezig. Kennelijk is men in België nu zo ver dat men in stilte kan scheiden.

Pag.5: De pacificatie heeft de burgers buitenspel gezet

Verklaringen daarvoor zijn wel te vinden. Over het pakket maatregelen waarover nu wordt gestemd, bereikten de christen-democratische en socialistische regeringspartijen en de oppositionele "Groenen' en Volksunie afgelopen september al een akkoord. Het forceren van die politieke doorbraak had duivelskunstenaar premier-Dehaene dus al aan zijn conduitestaat toegevoegd. Het ging nu alleen nog maar om de vraag of er niet te veel individuele parlementariërs zouden deserteren uit het kamp van Dehaene cs, waardoor de meerderheid van tweederde niet zou worden gehaald. Uiteindelijk behaalden de ja-stemmers zaterdagavond één stem meer dan nodig was.

Dat vooral de Volksunie als authentieke Vlaamse emancipatiepartij de laatste maanden last heeft van "overlopers' - naar de hernieuwde liberale (oppositie)partij van Guy Verhofstadt, die hoog scoort in de jongste opiniepeilingen - is in dit verband ook niet zonder betekenis. Niet alle Vlamingen zijn flaminganten. Een gematigd figuur als de christen-democratische oud-premier Martens, die nooit heeft willen pleiten voor seperatisme, heeft als jong advocaat leiding gegeven aan Vlaamse marsen op Brussel. Hij kan dus nog uit eigen ervaring getuigen van de betekenis van de Vlaamse "ontvoogdingsstrijd'. De generaties Vlamingen die na hem zijn gekomen weten eigenlijk al niet beter dan dat in Vlaanderen Nederlands wordt gesproken en dat Vlamingen in belangrijke mate hun eigen boontjes doppen.

De Volksunie heeft haar doel bereikt en heeft zichzelf daardoor overleefd, zo motiveerden enkele prominente leden hun recente vertrek uit die partij. Een Vlaamse kennis die de debatten en de stemming in het parlement afgelopen weekeinde niet had gevolgd op radio of televisie, omschreef gisteravond dat “het geruzie” over de staatshervorming als een zaak die uitsluitend de politici bezig houdt en niet de gewone Belg. “Ze doen maar”, zo formuleerde hij een cynische onverschilligheid tegenover de politieke klasse die overigens niet typisch Belgisch is.

Ook koninklijk commissaris voor het migrantenbeleid, Paula d'Hondt, heeft de afgelopen jaren ervaren dat de meeste "gewone' mensen in België het communautaire vraagstuk niet als belangrijkste probleem ervaren. Dat politici en intelligentia het communautaire vraagstuk desondanks steeds weer laten opflakkeren, leidt er alleen maar toe dat de kloof tussen burger en politiek steeds groter wordt, aldus mevrouw D'Hondt vrijdagavond op een bijeenkomst van de socialistische partij in Antwerpse deelgemeente Berchem. “We moeten ons meer bezig houden met de echte problemen van de mensen, met de problemen in hun woonomgeving, met hun veiligheid, met het schoonhouden van de straten. De mensen hebben er genoeg van om politici alleen maar te horen praten over de staatshervorming of over de budgettaire problemen”, sprak ze, terwijl de aanwezigen haar instemmend toeknikten.

De communautaire twisten hebben de afgelopen jaren in België enorm veel politieke energie weggezogen, waardoor andere bestuurlijke problemen niet of onvoldoende werden aangepakt. Niet voor niets heeft België verreweg de grootste staatsschuld in de EG en dreigt een aanzwellende rentesneeuwbal opnieuw de begroting te verstikken.

Bovendien is de "institutionele spitstechnologie' die de afgelopen decennia in Brussel is uitgedokterd om de communautaire conflicten beheersbaar te houden, zo ingewikkeld, dat de argeloze toeschouwer er nauwelijk wijs uit kan worden. Die afstotende complexiteit komt paradoxaal genoeg voor een belangrijk deel doordat in het federale België eigenlijk slechts twee partijen tegenover elkaar staan - waarbij de Vlamingen nationaal gezien in de meerderheid zijn en de Franstaligen in het "gemengde' gewest Brussel aan de touwtjes trekken. Om de belangen van iedereen te waarborgen, is in België in de jaren zeventig al gekozen voor een model dat bevoegdheden toekent aan drie economische gewesten (Vlaanderen, Wallonië en Brussel) en drie cultuurgemeenschappen (de Nederlandstalige, de Franstalige en de Duitstalige). Ook in de laatste staatshervorming wordt daarop voortgeborduurd.

De meeste federale staten in de wereld kennen meerdere territoriaal afgebakende deelgebieden, waardoor het gemakkelijker is in het openbaar compromissen te sluiten, legt professor dr. André Alen uit, die hoogleraar staatsrecht in Leuven is en jarenlang secretaris van de ministerraad was. In België staan in feite twee gemeenschappen tegenover elkaar en gaat een toegeving aan de ene gemeenschap onmiddelijk ten koste van de belangen van de andere gemeenschap en omgekeerd. Ze vormen communicerende vaten. Daarbij komt dat de politieke partijen gesplitst zijn naar deelgebied en dus in de eerste plaats optreden als belangenbehartiger van het deelgebied. De socialistische partij in Vlaanderen lijkt bijvoorbeeld in veel opzichten meer op de Volksunie dan op de Waalse Parti Socialiste. Die deling van de politieke partijen, in de jaren zeventig en tachtig, heeft de verhoudingen verscherpt.

Om in die omstandigheden de vrede te bewaren, moest in België op nationaal niveau altijd naar consensus worden gezocht. En dat was vaak alleen maar mogelijk in delicate onderonsjes van zwaarwichtige politici achter gesloten deuren, waarbij naar oplossingen werd gezocht waarbij niemand gezichtsverlies voor de eigen achterban hoefde te lijden. Zo is ook het zogeheten Sint-Michielsakkoord over de huidige staatshervorming vorig jaar september tot stand gekomen: discreet en zonder pottekijkers.

Over de toch niet onbelangrijke omvorming van de Belgische staat wordt dan ook geen referendum gehouden. Bij zo'n volksraadpleging is het risico veel te groot dat de zaak escaleert door toedoen van Vlaamse en Waalse militanten. Op die manier worden de Vlaams-Waalse tegenstellingen gepacificeerd, maar wel ten koste van de betrokkenheid van de burger.

Professor Alen gelooft niet dat de huidige staatshervorming snel zal leiden tot een volledige boedelscheiding van België, zoals bijvoorbeeld de Vlaamse minister-president Vanden Brande onlangs heeft gesuggereerd met zijn opmerkingen over “confederalisme”. Voortaan zullen de Vlamingen en de Walen rechtstreeks hun eigen parlementen kiezen. Het dubbelmandaat tussen het nationale parlement en het regionale parlement wordt afgeschaft. Dat betekent een versterking van de deelgebieden die zich logischerwijze steeds onafhankelijker van elkaar zullen ontwikkelen. Maar tegelijker tijd zal “het nationale denken” worden versterkt, omdat de leden van het nationale parlement, en dus ook de nationale ministers, na de realisering van de staatshervorming, niet langer de communautaire ballast met zich mee hoeven te dragen. Dat geeft wellicht nieuwe impulsen aan de nationale staatsstructuur van België.

Bovendien, zegt professor Alen, zal Brussel voorlopig een bindende factor voor België blijven. Rationeel gezien is de opdeling van België in vier deelgebieden het meest logisch: Vlaanderen, Wallonië, de Duitstalige kantons in het oosten en Brussel. Maar wie de geschiedenis kent, weet dat Vlaanderen Brussel (waar de Nederlandstaligen in de minderheid zijn) niet zullen loslaten.