ARTHUR ASHE 1944-1993; Tennisser en activist

Arthur Ashe, de tennisser en strijder voor mensenrechten en sinds vorig jaar april leider van de Arthur Ashe Foundation ter bestrijding van aids, is gisteren gestorven. Hij werd niet ouder dan 49 jaar. De doodsoorzaak was longontsteking. Hij was verzwakt door aids, een ziekte die hij in 1983 opliep, toen er iets mis ging bij zijn tweede hartoperatie. Hij kreeg besmet bloed.

Ashe was een bijzonder mens. Hij was de zoon van een politieagent uit Richmond (Virginia), die een buitengewone aanleg voor tennis bleek te bezitten, kampioen van de Verenigde Staten werd, Davis Cup speelde en Wimbledon won. Dat laatste gebeurde in 1975, toen hij de onstuimige Jimmy Connors uit de finale wierp. Ashe won met 6-1, 6-1, 5-7 en 6-4. Het was een merkwaardige finale waarin Ashe een slimme strategie ontwikkelde. In plaats van het te laten aan komen op een match vol harde slagen en spierballentennis, ontregelde hij Connors dynamiek door half hoge, zachte returns, die de angel uit het spel van zijn tegenstander haalden. Het was tekenend voor Ashe, een originele denker op de baan.

Zijn tenniscarrière kende menig hoogtepunt. Hij versloeg in de finale van de Open Amerikaanse Kampioenschappen onze landgenoot Tom Okker in 1968, was verliezend finalist in '72, won de Australian Open in 1970 en drong nog tweemaal tot de eindstrijd door. Hij verloor toen van respectievelijk Emerson en Rosewall. Ashe werd diverse malen Amerikaans kampioen op verschillende baansoorten. Later gold hij als de ontdekker van Yannick Noah, die hij in Kameroen zag spelen en die via hem naar Frankrijk verhuisde en serieus aan zijn carrière ging werken.

Ashe was een man die zich doelen in zijn leven stelde. Hij had een natuurlijke beschaving, vandaar dat hij wel eens in botsing kwam met ongelikte beren aan de overkant van het net en met komedianten als Ilie Nastase, die altijd de show wilden stelen. Bekend is een verhaal, waarin Nastase Ashe aansprak met de term "negrito'. Het gebeurde in een clubhuis ergens in Amerika waar beiden elkaar de volgende dag zouden bestrijden. “Nu ben je nog een zwarte negrito”, zei Nastase, “maar morgen ben je van angst een witte negrito want ik zal je wegvagen.”

Ashe liet dat alles rustig over zich heen gaan. Eenmaal in de wedstrijd had hij Nastase goed onder controle tot een toeschouwer zich met de Roemeen ging bezig houden. Steeds als Nastase wilde gaan serveren brulde de toeschouwer een scheldwoord. Nastase schold ijverig terug zonder aan serveren toe te komen. Dit duurde een klein kwartier en opeens scheen er iets te knappen in Ashe. Hij liep naar de umpire en dreigde te stoppen met de match als de man op de stoel er niet voor zorgde dat Nastase eindelijk aan serveren toe kwam. Toen dat niet lukte wandelde Ashe naar de kleedkamer - en werd gediskwalificeerd. Het werd een hele rel. Nastase bood excuses aan, offreerde zijn tegenstander een enorme bos rode rozen en Ashe accepteerde de bloemen met de woorden: “Het is onmogelijk om op jou lang kwaad te blijven.”

Ashe speelde tussen 1965 en 1970 regelmatig Davis Cup voor Amerika: 25 overwinningen en slechts vier nederlagen. Later werd hij non-playing-captain. En hij was een zeer goede captain. Op een kalme manier straalde hij overwicht uit. Ooit verraste hij de Fransen via een keurige speech in hun landstaal aan het eind van een finale in Grenoble.

Hij was niet alleen de eerste gekleurde speler die op Wimbledon zegevierde, hij doorbrak ook de "ban' in Zuid-Afrika, waar de apartheid nog in bloei stond toen Ashe kans zag daar aan een groot toernooi deel te nemen drie jaar nadat hem een inreisvergunning was geweigerd. Hij was op een uiterlijk kalme manier een geweldige doorzetter, op en buiten de baan. Een overwinning in de Davis Cup tegen West-Duitsland in een partij tegen de veel atletischer, van machtige fysieke krachten voorziene Christian Kuhnke, vergde niet minder dan vijf lange sets verdeeld over 84 games.

Na zijn actieve loopbaan ontwikkelde Arthur Ashe zich als een gedreven activist ten bate van de mensenrechten. De man, die tweemaal de nummer een van de wereld was geweest (in 1968 en 1975) verklaarde, dat de mooiste dag van zijn leven het moment was waarop Nelson Mandela uit gevangenschap was ontslagen. Ashe was op een heel natuurlijke wijze een ambassadeur tegen het onrecht dat met name zwarte mensen werd aangedaan. Hij vocht met moed, stijl en volharding.

Zijn persoonlijke leven kreeg een nieuwe tragische wending, toen hij in 1983 aids opliep. Tevoren had hij problemen met zijn hart. Tot tweemaal toe werd hij geopereerd en bij de tweede keer ging er iets mis met een bloedtransfusie. Sindsdien was hij een aidspatiënt, maar niet een die weg kroop uit de wereld van de gezonden. Hij richtte in '92 de Arthur Ashe Foundation op, die vorig jaar vijf miljoen dollar bijeen bracht voor de bestrijding van aids. Hij publiceerde ook menig artikel en schreef een standaardboek over de geschiedenis van de "zwarte' sport in de Verenigde Staten. Zijn dood deed een schok door zijn land gaan. In New York hingen de vlaggen halfstok, in zijn geboorteplaats Richmond heerste diepe en algemene rouw.