Verbijsterde reacties op bekentenis vernieling

AMSTERDAM, 6 FEBR. Verbijstering klinkt door in de reacties op de bekentenis van de Amsterdamse glazenier S. dat hij vorige week zaterdagnacht het Auschwitzmonument in het Amsterdamse Wertheimpark heeft vernield. De glazenier meldde zich donderdagavond vrijwillig bij de Amsterdamse politie.

“Het is een bizarre aangelegenheid”, zegt drs. R. Naftaniël, directeur van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI). “Die man moet op een geestelijk eiland leven als hij niet heeft kunnen beseffen dat de vernieling van het monument een enorme schok teweeg zou brengen.”

Volgens Naftaniël voelen mensen zich nu toch bedreigd. “Gesteld dat de man, zoals hij zelf zegt, geen racisitsche motieven had voor zijn daad dan is hierdoor toch het gevoel gecreërd dat het weleens opnieuw zou kunnen gebeuren”.

In het CIDI-periodiek "Israel Nieuwsbrief', dat donderdag verscheen, reageert Naftaniël fel op de gebeurtenis van het afgelopen weekeinde. “Zolang de Nederlandse bevolking en de politiek geen vlammend protest tegen antisemitisme laten horen, heerst er een klimaat waarin misdrijven, zoals van afgelopen zondag, kunnen gebeuren”, schrijft hij.

Desgevraagd zegt Naftaniël dat hij zijn commentaar vlak na het bekend worden van de vernieling heeft geschreven. “Op dat moment was het aannnemelijk dat de vernieling een antisemitsche achtergrond had. Misschien is het wat overtrokken wat ik heb geschreven maar toch niet helemaal onjuist. Het racisme neemt toe, zowel in het buitenland als in Nederland. Ik kon ook niet weten dat afgelopen maandag zoveel mensen met bloemen hebben laten weten dat ze een vernieling als deze niet pikken.” Volgens hem zou het “veel erger zijn geweest wanneer zich een racistische antisemitische beweging had opgedrongen. In die zin mogen we blij zijn”.

Ook de hoofdredactrice van het Nieuw Israelietisch Weekblad, T. Benima, toont zich verbijsterd over de handelwijze van de glazenier. En evenals Naftaniël laakt zij het feit dat de man niet in de verste verte heeft voorzien wat zijn daad teweeg zou kunnen brengen. “Er is een enorme ongevoeligheid ontstaan in de maatschappij. Die ongevoeligheid vind ik minstens zo erg als wanneer iemand tot zo'n daad komt uit racisitische motieven”, aldus Benima.

De Anne Frank Stichting reageert desgevraagd terughoudend. “Wij weten niet precies wat ervan waar is. We kunnen alleen maar blij zijn wanneer blijkt dat het geen antisemitische daad is geweest.”