TUSSEN ADAT EN INDIVIDUALISERING

De emancipatie van Molukse vrouwen in Nederland door Keebet von Benda-Beckmann en Francy Leatemia-Tomatala, m.m.v. Roos Latumahina 336 blz., Jan van Arkel 1992, f 30,- ISBN 90 6224 166 2

Molukse vrouwen in Nederland zijn nooit het onderwerp van een gedegen studie geweest, hoewel ze zich in een uitzonderlijke maatschappelijke positie bevinden. De ouderen zijn geboren en getogen in Indonesië; in 1950 kwamen hun mannen, die in het zich ontbindende Koninklijk Nederlands Indische Leger dienden, in opstand tegen de jonge Indonesische staat. Ter afkoeling van de verhitte gemoederen bracht Nederland de groep over naar Nederland, voor een verblijf dat voorgoed zou blijken te zijn. De Molukkers bleven evenwel een hechte groep, aanvankelijk in kampen, later in de speciaal voor hen gebouwde wijken.

De Molukse gezinnen in Nederland waren of werden groot; tien kinderen was geen uitzondering. Het gezin werd het bolwerk in het lijdzame verzet tegen de Nederlandse samenleving - vergeleken bij het Molukse gezin was het Nederlandse gezinsleven modernistisch flodderwerk. De vaders regeerden met lijfstraffen waar nodig; de moeders hielden het gezin bij elkaar en beheerden het geld. Maar langzamerhand was de opmars van Nederlandse waarden en normen onvermijdelijk. Anticonceptie, opstandigheid van de kinderen tegen het ouderlijk gezag, het buitenshuis werken door getrouwde vrouwen, eigen initiatief (zoals van jonge mannen tot kapingen van 1977) - de Molukse gemeenschap veranderde, maar overleefde.

Voor hun studie De emancipatie van Molukse vrouwen in Nederland interviewden Keebet von Benda-Beckmann (rechtsantropologe) en Francy Laetemia-Tomatala (sociologe) met de Arabiste Roos Latumahina acht-enzeventig vrouwen en meisjes vanaf achttien tot zesentachtig jaar. Daarbij stonden opvattingen over en gedrag inzake wonen, onderwijs, werk, religie, sociale en politieke instituties, alsmede vrijetijdsbesteding centraal.

Het resultaat is nu vastgelegd in een boek dat jammer genoeg niet wordt ingeleid met een historisch overzicht - de lezer plonst midden in het leven in Nederland zonder veel weet van de koloniale achtergrond en de specifieke plaats die de Molukse Knil-militairen in het leger innamen. Evenmin wordt veel informatie gegeven over de leeftijd der informanten en hun voertaal; een aantal citaten uit de interviews zijn duidelijk vertaald uit het Maleis, en dat zou iets kunnen zeggen over de aansluiting bij Nederland.

GRATUITE AANBEVELINGEN

Mannen worden niet aan het woord gelaten in dit boek, omdat andere onderzoekers, zoals D. Bartels in Ambon is op Schiphol (Leiden 1990), dat al gedaan hebben. We moeten dus op het gezag van (hun) vrouwen veel over hen aannemen, zoals de auteurs ook maar moeten aannemen dat wat de vrouwen zeggen over hun eigen gedrag klopt met de werkelijkheid.

Het onderzoek, dat in 1987 begon, werd gefinancierd door WVC en verricht op verzoek van het Inspraakorgaan Welzijn Molukkers. Desondanks is het gelukkig geen beleidssociologische studie waarmee de overheid achteraf haar eigen handelen rechtvaardigt dan wel rekent op een lijstje gratuite aanbevelingen voor de toekomst. De emancipatie van Molukse vrouwen in Nederland is een klassieke beschrijvende studie met een heel brede vraagstelling. ""In hoeverre kunnen Molukse vrouwen op voor hen belangrijke terreinen van hun leven zelf beslissingen nemen en welke beperkingen ondervinden zij binnen de Molukse samenleving? Welke veranderingen zijn daarin opgetreden gedurende de afgelopen 35 jaar waarin Molukkers in Nederland wonen?'' wilden de onderzoeksters weten.

Zestig procent van de Molukkers blijkt nog steeds in een "Molukse wijk' te wonen, zo leert dit boek. Verhuizing naar "Nederlandse wijken' stuit niet zelden op problemen, omdat contact met de buren daar moeilijk tot stand blijkt te komen, isolement dreigt en de sociale controle als prangend wordt ervaren.

De binding aan de wijk, of beter aan de familie, is groot onder Molukkers: van de 21 ongetrouwde vrouwen in het onderzoek wonen er 16 nog thuis, ook als ze al in de dertig zijn. ""Op eigen benen staan lijkt me een beetje eng,'' zegt bijvoorbeeld Menny die halverwege de dertig is. ""Ik denk dat mijn ouders dat ook niet zouden willen hebben.'' Ze bereidt zich erop voor haar ouders tot hun dood te verzorgen.

Inwonen na het huwelijk komt in Molukse kring vaak voor. Soms heeft dat een ideologisch doel: de moslim-Molukkers (een minderheid) willen hun nieuwe schoonkind voor zover nodig de islamitische gebruiken bijbrengen. De auteurs onderstrepen hierbij dat Moluks geen "etnisch' begrip is: vele Javanen, Indischen en Nederlanders zijn ingetrouwd in de Molukse gemeenschap.

Het huwelijk staat bij Molukkers nog nauwelijks op de helling: de kerk sluit samenwoners uit van het avondmaal, maar de ouders gaan wel degelijk langzaamaan overstag. Een oudere Molukse zegt daarover in dit boek: ""Gek, hè, dat het met ons volk zover is gekomen dat wij dit soort dingen toelaten in onze cultuur. Maar ja, we kunnen niet anders, we moeten met de tijd mee en ook met onze kinderen. Anders laten ze je in de steek.''

OUDERAVONDEN

Molukse zonen en dochters hebben het wat onderwijskeuze betreft in Nederland altijd moeilijk gehad: op een kind met een goede opleiding was je trots, maar schoolkeuze, het geworstel met huiswerk, de ouderavonden - daar kon de Molukse ouder, die vaak geen Nederlands sprak, zich niet bij betrokken voelen.

Het gevolg is dat er wel vaak hoog werd gemikt, vooral door jongens, maar dat er ook nogal wat afgebroken opleidingen zijn. Het belang van onderwijs werd er al, of juist, in de koloniale tijd bij Molukkers ingepompt: het onderscheidde hen als merendeels christelijke elite binnen het koloniale leger van de Javaanse boeren.

Veel Molukse mannen zijn werkloos, of zijn dat langdurig geweest. Werkloosheid onder Molukse meisjes is echter zeldzaam, en de auteurs lijken dat nogal vanzelfsprekend te vinden. Toch is het dat niet. Meisjes en vrouwen bleven werkwillig in de tijd na de kapingen toen werkloosheid onder een deel van de jonge mannen als "politiek correct', want anti-Nederlands gold.

A-religieuze Moluksen bestaan niet, ennoch in christelijke kring, noch binnen de kleine moslim minderheid is sprake van ontkerkelijking. Voor de christenen vallen religie en adat (gewoonten) in Nederland vrijwel samen. Maar er is kritiek op de leiding van de vele kerkgenootschappen (alle protestants) die door de dominee ("domina's' zijn zeldzaam) worden geleid. Onbesproken blijft in dit boek overigens hoe de vrouwen met de kerken een stilzwijgende deal hebben gesloten inzake de anticonceptie die bij Molukkers net zo gewoon is als bij de meeste andere inwoners van Nederland.

Opvallend is ten slotte dat de Molukse vrouwen vanouds het geld beheren en de administratie doen. Dat wil niet zeggen dat man en vrouw gelijk zijn. De taak van de vrouw blijft voornamelijk die van opvoeding en verzorging. Zeer Moluks is dat de plicht gevoeld wordt de bejaarde ouders te helpen - een taak die in de praktijk toch op een of twee vrouwen in de familie neerkomt. Overigens komen er nu toch ook Molukse bejaardentehuizen. Zo sijpelt heel langzaam de individualisering van de Nederlandse samenleving door in Molukse kring.