Trouw en de EO (1)

Jaffe Vink van het dagblad Trouw bestrijdt in NRC Handelsblad van 2 februari het cliché, dat christelijk geassocieerd wordt met saai, degelijk en conservatief.

Hij vervalt echter in de fout die hij bij anderen zo afschuwelijk vindt, in zijn denigrerend en generaliserend oordeel over andersdenkenden. Driemaal noemt hij agnosten: “er is geen woord dat in het kamp van de verlichte agnosten zoveel jeuk veroorzaakt dan het woord God”. De tweede maal licht hij het toe: “Onze agnostenclub”, die zich het beeld vormt “van een almachtige vaderfiguur, zo'n Baardaap Daarboven, gehuld in een witte wijde jurk”. En “Onze agnostenclub denkt niet alleen dat God dood is, ze denkt ook dat de kunst opvolger kan zijn van de godsdienst.”

Hier wordt een karikatuur gegeven van agnosten, die niet onderdoet voor het misvormde beeld dat soms helaas van christenen wordt gegeven. Beide zijn verwerpelijk en getuigen van gebrek aan respect. Bij Vink komt dat tevens voort uit een zekere blindheid, want hij schrijft: “We leven in een christelijk-joodse cultuur en we weten het”. Weet hij niet, dat onze cultuur ook andere elementen dan joodse en christelijke bevat? En dat die eveneens positieve en negatieve aspecten hebben?

Er zijn respectvolle en denigrerende agnosten, evenals christenen zowel respectvol als denigrerend kunnen zijn. Die respectvolle agnosten hebben niet alleen grote belangstelling voor geestelijke waarden als ethiek, filosofie en spiritualiteit, maar ook voor het samen-leven met andersdenkenden en voor hun gedachtenleven. Dat laatste wordt uitstekend verwoord door J.L. Heldring in dezelfde krant. Daaruit blijkt tevens dat deze krant de religie niet minacht, zoals Vink beweert. Wij leven in een geestelijk plurale cultuur. Het is goed dat men daarin zowel negatieve als positieve verschijnselen signaleert, maar vooral beide zowel bij andersdenkenden als bij geestverwanten.