Theatersolo Keetje Tippel mist felheid

Voorstelling: Keetje Tippel, naar Neel Doff, door Lotte van Dam. Regie: Simon Besteman. Gezien: 5/2 in Crea-theater, Amsterdam. Herhaling aldaar: 6/2, daarna elders.

Lotte van Dam heeft, in zomerse bloemetjesjurk en halfhoge rijglaarsjes, haar theatersolo Keetje Tippel de afgelopen weken met veel succes gespeeld in zeven verschillende Amsterdamse theaters uit het kleine circuit. Overal zat het vol. Het eenvoudig herkenbare verhaal van het meisje dat moest hoereren om aan de negentiende-eeuwse verpaupering te ontsnappen, spreekt tot veler verbeelding. Nu gaat ze er in de rest van het land mee op toernee.

Uit de autobiografische bundels van Neel Doff (1858-1942), vooral bekend door de oppervlakkige prentenboekfilm die Paul Verhoeven ervan maakte, zijn tien episoden geselecteerd - van de aardappelarmoede bij moeder thuis tot het moment waarop ze bij haar eerste rijke vriend onder de pannen kwam. Lotte van Dam vertelt de meeste van die verhalen rechtstreeks aan het publiek. Langdurig zit ze op een autoband die ik niet kon duiden. Af en toe loopt ze rond.

De actrice heeft zich terdege ingeleefd, dat is evident, en de aanvankelijkemeisjesachtigheid van Keetje Tippel gaat haar bewonderenswaardig goed af. Maar veel verder komt ze, vind ik, niet. Haar spoedige verbittering en de berekenende houding die daaruit voortvloeide, klinken mij in deze voorstelling te onpersoonlijk in de oren, te aangeleerd, te weinig geaccentueerd. Ik had haar spel puntiger gewild, scherper gefileerd en minder mikkend op de vertedering van de voorspelbare emotie. Feller, onsympathieker misschien. Alleen van de verkrachtingsscène weet ze, op fluistertoon, een barre gebeurtenis te maken waarbij al die zacht uitgesproken woorden opeens de hardheid krijgen die ze verdienen.