Steun voor inheemse volken blijft uit

UTRECHT, 6 FEBR. Wat zijn inheemse volken, wat willen ze en wat kan het ons schelen? Julian Burger, secretaris van de Groep van de Verenigde Naties voor Inheemse Volken, probeerde deze week aan de hand van deze vragen het belang van het VN-jaar van de Inheemse Volken uit te leggen aan een groep studenten in Utrecht. Voorbeelden van zulke volken zijn de Nieuwzeelandse Maori's, de Australische Aborigines, de Amerikaanse Sioux, de Afrikaanse Masai en de Groenlandse Inuit (eskimo's).

Dit jaar moet volgens de uit Groot-Brittannië afkomstige Burger aandacht afdwingen voor de inheemse volken en hun problemen. Veel meer dan aandacht zit er vooralsnog niet in, want het succes van het VN-jaar is voor een groot deel afhankelijk van de steun van de lidstaten. Die kunnen bijvoorbeeld geld storten in het VN-fonds voor de inheemse volken of leden van inheemse groepen benoemen in afdelingen van de VN. Maar tot nu toe hebben zich slechts een paar landen met concrete bijdragen bij Burger aangemeld, waaronder Denemarken en Australië.

Burger is verbaasd dat de regeringen tot nu toe zo weinig steun aan de inheemse volken hebben toegezegd. “Zij hebben 1993 toch uitgeroepen tot jaar voor de inheemse volken?” Wat betreft het Nederlandse beleid vertrouwt Burger op een substantiële inbreng. Hij baseert dat vertrouwen op de reputatie die de nieuwe minister van buitenlandse zaken, Kooijmans, binnen de VN geniet op het gebied van de mensenrechten en verwacht van hem dan ook een leidende rol. De ministers Kooijmans en Pronk (ontwikkelingssamenwerking) zullen begin maart hun beleidsnotitie inzake het jaar voor de inheemse volken aan de Tweede Kamer presenteren.

Volgens de definitie die de VN-werkgroep hanteert, zijn inheemse volken de afstammelingen van de originele bewoners van een gebied, dat door anderen is overgenomen. Ze leven vaak als nomaden, staan een terughoudend gebruik van hun natuurlijke hulpbronnen voor en hebben een sterk besef van de eigen cultuur. Hun belangrijkste kenmerk is volgens Burger dat ze zichzelf als inheems volk beschouwen. Op de hele wereld leven ongeveer driehonderd miljoen mensen die gerekend worden tot ten minste vijfduizend verschillende inheemse groepen, op tien tot vijftien procent van het aardoppervlak. En juist op de kwetsbare natuurgebieden die voor het Westen om economische redenen belangrijk zijn. De zoektocht van de Westerse landen naar de laatste natuurlijke hulpbronnen eindigt vrijwel altijd in territoria van inheemse volken en de door het Westen gebrachte ontwikkeling heeft vaak destructieve gevolgen voor die gebieden.

Inheemse volken die in de moderne maatschappijen leven, worden geconfronteerd met discriminatie en achterstelling bij werkgelegenheid, huisvesting, onderwijs en dergelijke. Als voorbeeld noemt Burger de Maori's in Nieuw Zeeland, onder wie de werkloosheid zeven keer zo hoog is als onder de rest van de bevolking. “Wat ze willen”, zegt Burger, die al jaren actief is op het gebied van de mensenrechten en wordt beschouwd als vertrouwensfiguur voor veel inheemse volken, “is waardigheid en de erkenning dat ze een volk zijn.” Ze willen zelf hun toekomst kunnen bepalen en claimen hun recht op het land, dat zowel hun economische als hun spirituele basis vormt.

Deze vragen werken op de meeste Westerse regeringen in Burgers woorden als de spreekwoordelijke rode lap op een stier. “Ze vrezen dat een recht op zelfbestuur leidt tot het uiteenvallen van het land. En de hulpbronnen hebben ze veel te hard nodig voor de nationale ontwikkeling.” Die angst is volgens Burger voor een groot deel ongegrond, aangezien de meeste inheemse volken zelfbestuur niet automatisch verbinden aan de roep om een eigen staat. De meeste hebben nooit een staatsvorm gehad, dus waarom zouden ze er nu naar verlangen. “Daarbij zijn veel inheemse volken niet per definitie tegen het delen van de natuurlijke hulpbronnen, maar zijn ze vooral bang voor vernietiging van het land.”

Burger onderstreept dat het VN-jaar niet uit altruïstische motieven aan de inheemse volken is opgedragen. “Inheemse volken zijn verenigd in grote en invloedrijke organisaties en gebruiken de internationale politieke arena om druk uit te oefenen op hun nationale regeringen. De VN worden op deze manier wel gedwongen iets te doen.” Desondanks verwacht Burger geen wonderen van het VN-jaar. “Aan het eind van dit jaar ligt er een universele verklaring voor de rechten van inheemse volken, maar daarmee is het nog niet voor elkaar. Het duurt jaren om een eind te maken aan racisme, want dat is het.”