RIOOLHISTORIE

Blauwsloten en riolen. Een milieu-historische studie over Tilburg en zijn rioolstelsel door Henk van Doremalen 160 blz., gell., Stichting tot Behoud van Tilburgs cultuurgoed 1993 (Tilburgse Historische Reeks, deel 2), f 24,50 ISBN 90 74418 02 3

Er zit brood in milieu-vervuiling. Veel zakenmensen zijn de afgelopen jaren al tot deze conclusie gekomen en historici lijken hard op weg hen hierin te volgen. Afgelopen september organiseerde de Studievereniging voor Sociaal-Economische Geschiedenis een symposium onder de titel "Onvoltooid verleden tijd: geschiedenis en milieu' en in december was er een studiedag over "De groene golf in de geschiedenis'. Bovendien was het novembernummer van het tijdschrift voor geschiedenisleraren, Kleio, geheel gewijd aan het milieu.

Momenteel wordt er op diverse plaatsen "toegepast industrieel-historisch milieuonderzoek' verricht. Zo heeft het Tilburgse gemeentebestuur, ter ondersteuning van het Gemeentelijke Rioleringsplan Tilburg, de historicus Henk van Doremalen belast met het schrijven van een studie over de wijze waarop men in het verleden met het afvalwater omging. Het resultaat is zijn zojuist verschenen Blauwsloten en riolen.

Tilburg bestond in de 19de eeuw uit een tiental verspreide gehuchten of "herdgangen'. Door de vele open ruimten kon het regen- en afvalwater door slootjes wegstromen zonder dat er een buizenstelsel nodig was. Toen in de tweede helft van de vorige eeuw de wolindustrie een sterke expansie beleefde, ontstond er een immens milieuprobleem. Het sterk vervuilde afvalwater van de ververijen bezorgde de diverse stroompjes de naam "blauwsloten'.

Rond 1870 werd over deze waterlopen geschreven dat ze een ""slijm-achtige, zwarte vloeistof'' bevatten die soms zelfs zo verdikt was dat ""een daarop geworpen steen, slechts zeer langzaam zinkt''. Talrijk waren ook de klachten over de ""walgende reuk'' en de ""ondragelijken stank'' van de afvalstoffen.

Uit het boek van Van Doremalen blijkt dat het Tilburgs gemeentebestuur lange tijd geen vinger verroerde om aan deze toestanden een eind te maken. Reeds in 1867 verzocht de regionaal inspecteur voor de volksgezondheid met klem een rioolstelsel aan te leggen. Zijn verzoek was mede ingegeven door de cholera-epidemie van het jaar daarvoor. Met onverholen tegenzin liet het Tilburgse gemeentebestuur in 1870 wel een ontwerp voor riolering maken, maar voerde dit vervolgens niet uit. Men vertrouwde, zo werd gesteld, op het particulier initiatief.

Uiteindelijk werd zo jaarlijks niet meer dan een paar honderd meter riool aangelegd. Van enige samenhang was hierbij geen sprake. Het aandeel van de gemeente bestond uit het steeds maar verbreden en verdiepen van de vervuilde waterlopen. Hierdoor verbeterde de mogelijkheid om het water af te voeren, maar over de vraag waar dat naartoe ging, bekommerde zich niemand.

De gemeenten en landeigenaren stroomafwaarts van Tilburg lieten het er echter niet bij zitten en spanden een juridische procedure aan. Over deze "Leijkwestie' zijn in totaal zeven arresten bij de Hoge Raad behandeld. Telkens wanneer de Tilburgse gemeente in het ongelijk werd gesteld, koos men voor het betalen van de boetes, daar dit goedkoper was dan het nemen van maatregelen. Koeltjes vermeldt Van Doremalen dat in de jaren negentig van de vorige eeuw van de 23 raadsleden er 13 textielfabrikant waren.

Pas in deze eeuw kwam het stadsbestuur tot daden. In 1919 werd een plan aangenomen voor een systematische riolering van Tilburg. Van Doremalen verklaart deze abrupte koerswijziging uit de gewijzigde politieke verhoudingen. Na Troelstra's mislukte oproep tot revolutie waarde eind 1918 ""het rode spook'' door Nederland. Het deed ook Tilburg aan: na de invoering van het algemeen mannenkiesrecht werd de gemeenteraad een meer gem^eleerd gezelschap. Naast middenstanders deden ook vertegenwoordigers van de arbeidersklasse hun intrede.

Vanaf dit moment werden tal van initiatieven ontwikkeld, en enkele milieu-technische experimenten beleefden in Tilburg hun primeur (zoals de "vloeivelden' en een proef met een septictank-installatie). Belangrijk daarbij was dat de kern van het probleem nu herkend werd: niet de afvoer van het afvalwater was problematisch, maar het feit dat dit water, ook volgens de toenmalige normen, ontoelaatbaar sterk vervuild was.

Dat op het gebied van de zuivering veel werk is verricht, blijkt uit het feit dat de vervangingswaarde van het Tilburgse rioolstelsel thans ongeveer een miljard gulden bedraagt. Naar de inhoud van het "Gemeentelijk Rioleringsplan' kan ik wel gissen: er zullen grote financiële offers geleverd moeten worden. Om de raadsleden over de streep te trekken, werd hen dit boek ter hand gesteld. Als ze het lezen, zal genoemd plan een hamerstuk worden.