Peter van Dijk (48) ging na het gymnasium ...

Peter van Dijk (48) ging na het gymnasium politieke en sociale wetenschappen studeren in Amsterdam en Leiden. Na zijn afstuderen (internationale specialisatie) in 1973 werd hij redacteur bij NRC Handelsblad. In 1983 zette Van Dijk als chef Mens en Bedrijf het economisch supplement op, drie jaar later werd hij correspondent in Parijs. Op 1 oktober 1990 werd Peter van Dijk adjunct-hoofdredacteur van NRC Handelsblad. Vanaf 1 februari 1993 is hij hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad. Van Dijk woont samen met de vertaalster Catherine Orsot en heeft twee kinderen, Pepijn (13) en Maite (10).

Donderdag 28 januari

Gisteravond uit Normandië in Parijs aangekomen en godzijdank buitengewoon weinig glazen heerlijke Bordeaux gedronken tijdens het diner dat Philip Freriks en zijn vrouw voor ons, Rudolph Bakker, oud-correspondent van de GPD, Ed Craanen, directeur van het Institut Néerlandais en ik, bereid hebben. Ik moet in conditie blijven om het Algemeen Dagblad te ""dynamiseren'', zoals dat tegenwoordig in de wandelgangen van het Dagbladunie-gebouw heet. Niet dat ik de pretentie koester zoiets in mijn eentje te kunnen, maar ik weet wel dat conditie en alertheid daarbij helpen. Nog altijd uitgerust door zee, wind en zout wandel ik vanuit het Institut Néerlandais, waar ik een nachtje slaap, over de Bd Saint Germain naar de bar Aux Ministères voor een afspraak met Angeline Arnken, de Parijse correspondent van het AD. In de kiosk vlak voor het Institut vind ik geen Algemeen Dagblad, ook geen andere Nederlandse kranten, wel The Times, USA Today, Herald Tribune en uiteraard de Franse ochtendkranten.

Gesprekken met correspondenten vertonen immer dezelfde trend: gebrek aan overleg en liefde op de centrale redactie, geld, de laatste opwinding in de eigen lokale wereld. Angeline, die ik nog ken uit mijn eigen vijfjarige Parijse correspondententijd, zorgt niet voor een trendbreuk en ik op mijn beurt kan me prettig verschuilen achter het excuus dat ik pas vanaf 1 februari hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad ben.

Na afloop van onze ontmoeting lees ik nog wat in de ochtendkranten en voel me gesterkt door een zin van William Rees-Mogg in The Times: ""Leaders are sometimes wrong, but non-leaders are never right.'' De gedachte een leider te zijn vind ik niet erg opwindend, maar ik besef dat er vanaf 1 februari wel een aantal beslissingen van me verwacht wordt. Ik hoop in ieder geval beslissingen te nemen omdat ze nodig zijn en niet omdat ik me identificeer met mijn positie.

De buurt waarin ik koffie drink en een croissant eet stemt me melancholiek. In het begin van mijn correspondentschap voor NRC Handelsblad bivakkeerde ik in dit 7de arrondissement maanden op een hotelkamer in de rue Bellechasse. En zoals uit een onderzoek van Le Figaro bleek kom je nooit meer los van het arrondissement waarin je voor het eerst neerstreek. De schrijver Patrick Modiano beweerde in dezelfde krant dat hij zijn dorp, het 17de, nauwelijks uitkwam. Een journalist voor wie Frankrijk de eerste post was kent dit melancholische gevoel zelfs in tweevoud. Ben Knapen, mijn hoofdredacteur bij NRC Handelsblad, heeft als stelling dat je nooit meer loskomt van het land waar je voor het eerst al je energie, talent en wanhoop in genvesteerd hebt. Dit mag gerust de stelling van Knapen genoemd worden, want wat mij betreft is hij juist. Dus niet van het land en ook niet van het arrondissement. Met mijn dubbele melancholie wandel ik verder. Ik geniet van de aanblik van de vele bars, die het stuk voor stuk waard zijn om binnen te gaan. Etalages met Dracula-boeken, vanwege de film van Francis Coppola. Omelette op de Bd Saint Michel. Geen AD's in de kiosken. Ditmaal wel de Volkskrant en verderop zelfs de Telegraaf. Vreemd beleid, geen enkele kiosk heeft ze alle drie en geen enkele, tot nu toe, het AD. Ik voel me een hoofdredacteur zonder krant. Ik ga het centrum in op zoek naar een regenjas, maar alles is te duur.

In de rue Tronchet koop ik een NRC Handelsblad, die geeft tenminste een vertrouwd gevoel. Ik stap de avondvoorstelling van Les Nuits Faux van regisseur Cyril Collard binnen. Deze film is de hit onder Franse jongeren. Maar ik ben geschokt. Het verhaal gaat over Jean, die seropostief is en niet kan kiezen tussen één meisje en vele jongens. Ettelijke zeer harde homo-scènes onder bekende Parijse bruggen, veel seropositief vrijen. En dat alles toegelaten vanaf 12 jaar. Halverwege de film raak ik gerriteerd door de onderhuidse en openlijke geweldadigheid, maar ik blijf zitten, want ik wil weten hoe het verhaal afloopt en dat is positief. Geforceerd door de dreigende dood komt de echte liefde boven, de opoffering is dan al achter de rug.

Vrijdag

Stralend weer. Wandeling naar de rue de Rennes, boekhandel FNAC. Ik speur in kiosken naar het AD, alleen de al genoemde ochtendbladen liggen er. Koffie op een terras, stel je voor: eind januari! Maar het is echt waar. Bij de FNAC koop ik een dictionaire van het gesproken Amerikaans voor mijn Franse vrouw, Catherine en voor mezelf Critique sur la modernité, het laatste boek van de socioloog Alain Touraine. Ik hoop dat ik, als ik het uitgelezen heb, en dat moeten we nog zien, heel intelligente commentaren in het Algemeen Dagblad kan schrijven. Uiteraard laad ik mijn boeken eerst uit in mijn hotel, want met Touraine ga je niet op bezoek, en spoed me naar de lunch bij Henri Wynaendts, onze ambassadeur te Parijs en te Joegoslavië, op wie ik zeer gesteld ben geraakt. Het geeft een gevoel van weldadige luxe om in burgerpak te mogen aanbellen bij een van de prachtigste hotels particuliers die Parijs kent en de deur te zien openzwaaien alsof je van boodschappen doen terugkomt. Henri regelt iets in de tabaksproblemen en Ed Craanen, vriend tijdens mijn PSF-studie in Amsterdam en vriend gebleven, neemt de honneurs waar. We praten wat over het Institut Néerlandais dat hij nog enige tijd zal leiden, onze ""lieux de mémoire'', het Algemeen Dagblad, mijn plannen, die nog vaag zijn. Tot Henri binnenkomt en het gesprek, na enkele hartelijkheden, overspringt naar Joegoslavië, zijn recentste obsessie, omdat hij de laatste hand legt aan een boek over zijn ervaringen als reizend en bemiddelend ambassadeur van de EG, tijdens het Nederlandse voorzitterschap vorig jaar. Gepland voor dit jaar bij een Franse uitgever, en in vertaling bij Thomas Rap. Wynaendts vertelt zeer onderhoudend. Dat weet hij langzamerhand na eindeloze diners, lunches, ontmoetingen met iedereen, maar het effect van zijn teksten over Carrington, Vance en Owen zijn hem als debuterend schrijver minder vertrouwd. In de poort, aan de straatkant, probeert hij zijn Franse zinnen op Ed en mij uit, wij stellen hem in alle oprechtheid gerust. Zijn zorgen lijken mij het gevolg van de begrijpelijke strijd tussen de diplomaat, die geneigd is tot diplomatie, en de beginnend schrijver, die geneigd is tot eerlijkheid.

Met bus 83 rijd ik langs de Seine, naar het Palais de Tokyo en de tentoonstelling over het Duitse expressionisme, die ten onrechte nog altijd niet gerecenseerd is, noch door het Algemeen Dagblad, noch door NRC Handelsblad en bovendien voorbij. De laatste jaren zijn in Parijs overzichtstentoonstellingen de grote mode. Deze is gelukkig stiller dan de gelijktijdige expositie in Musée d'Orsay over Sisley, waar een uur wachten in de rij normaal is. Het overzicht is weer perfect verzorgd. Teksten aan de muren met alle informatie over Die Brücke, Der blaue Reiter en Der Sturm en een chronologische afwikkeling van schilderijen, houtsneden en aquarellen per beweging. Nieuw voor mij is onder meer het werk van de schilderes Gabriele Münter, een tijdje de vriendin van Kandinsky, ook lid van Der blaue Reiter: landschappen in rustige vlakken, gedekte kleuren en verrassende kleuraccenten.

Samen met en dankzij Hadewych Bouvard, die voor NRC Handelsblad de Parijse uitgaansrubriek schrijft, zit ik 's avonds bij Un Ballo in Maschera van Verdi in de Opéra Bastille, achter Mircea Snecur, de president van Moldavië, die met zijn gastheren en gevolg de rij voor ons, van links tot rechts, heeft ingenomen. Opera zorgt in Parijs al jaren voor deerniswekkende scènes en onoplosbare problemen. De vaste dirigent, de Koreaan Myung Whun Chung, verzorgde twee uitvoeringen van Un ballo en verdomde het verder vanwege een financieel conflict. Zijn vervanger, de Brit Fulton, zei ja maar kwam niet opdagen en vanavond staat er de Chileen Veltri. In elke pauze komen twee lijfwachten naast de president staan, hoewel deze blijft zitten en ik hem tijdens het gezang makkelijk had kunnen doodschieten. Bewaking is veel intimidatie en weinig intelligentie.

Op het eind, als Ricardo stervende is, wordt mij duidelijk dat het thema van Un ballo en de film van gisteren eigenlijk hetzelfde is: de naderende dood geeft de onmogelijke liefde eindelijk haar ware dimensie van intensiteit. Aan Snegur is niet te zien of hij er ook van genoten heeft. Ik wel. Het is al 11 uur, we eten wat kaas in Willy's bar, achter het Palais Royal.

Zaterdag

Ik loer weer in de kiosken. Eindelijk tref ik het AD in een krantenstal voor het Paleis van Justitie, in de rustige bomenrijke boulevard du Palais. Op pagina drie vind ik een bericht van Ron Abram aan de lezers waarin hij aankondigt dat hij weggaat en ik maandag kom. Ik krijg een rotschrik. Is dat al zo gauw? Wonderlijk om in Parijs in je toekomstige krant te lezen wat je over twee dagen gaat doen. Bijna nog wonderlijker dan je eigen smoel zien op de voorpagina van een krant, zoals mij een keer is overkomen in het Shell-station aan de Nederlands-Belgische grens. Gauw een hoed gekocht bij Anthony Peto, om een zwierig souvenir uit deze frivole wereld mee te nemen. Ik wandel van winkel naar winkel, door de Rue des Halles, St Honoré, in de tuinen van het Palais Royal. Als afscheidscadeau voor de hoofdredactie koop ik sokken, precies dezelfde voor Ben, Max en Joost, de hoofdredactionele unisok. Voor de secretaresses koop ik ansichtkaarten van het begin van deze eeuw. 's Avonds bij een opwindende recital/revu/show, getiteld Mortadela, moeilijk in toneeltermen te definiëren Argentijnse nostalgie van Arias, een regisseur van Argentijns/Italiaanse origine, die in Parijs ook opera's regisseert en een groot succes is. In het Theatre Montparnasse.

Zondag

Met de trein terug. Heerlijk gewerkt en gelezen. Catherine haalt me op en thuis lees ik snel een week AD's, minus die van zaterdag, om mijn eerste dag enigszins mee te kunnen praten.

Maandag

Half tien. Ron Abram, de vertrekkende hoofdredacteur, ontvangt me in sigarerook en maakt me wegwijs in lege laden en kasten. Ik krijg de sleuteltjes van al deze opbergruimte. Ik haat sleuteltjes, omdat ze altijd zoek raken. Maar ik schrijf hier niet waar ik ze verstopt heb.

De officiële overdracht vindt plaats om 10 uur in de vergaderzaal van het Algemeen Dagblad. De ruimte, in mijn ogen nogal klein, puilt uit van chefs en redacteuren, en ondanks het ellendige ploegensysteem, alle adjunct-hoofdredacteuren, maar volgens collega's die langer dan 1 dag op de krant werken, kunnen op gewone maandagen de vergaderaars er gemakkelijk in. Ron neemt voor de laatste keer in 18 jaar de kranten van de afgelopen dagen onder de loep en zet de nieuwe, voor deze maandag, uit. De eerste contouren van het nieuws dat pas 22 uur later gelezen zal worden, worden zichtbaar. Vreemd, het nieuws van een ochtendblad lijkt zo heet na de nachtrust, maar kent een lange en kalme aanlooptijd, terwijl het nieuws van een avondkrant rustiger lijkt, na een dag van ochtendkranten, radio en tv, maar het wordt gemaakt in een veel zenuwslopender tempo. In ongeveer 5 uur.

Mijn eerste woorden als nieuwe hoofdredacteur van het AD richt ik tot Ron, ik vind dat hij mij joviaal ontvangen heeft en voorgelicht over mijn toekomstige taken. En ik besef dat een afscheid na 18 jaar hoofdredacteurschap geen sinecure is, dat was het voor mij beneden bij NRC Handelsblad ook niet. Voor zijn vakantie geef ik hem Otto's oorlog, een roman van de schrijver van de vitaalste stiltehoek van de Nederlandse journalistiek, Koos van Zomeren.

De verzamelde redacteuren leg ik uit wat ik kom doen, de komende dagen en weken. Een eenvoudig programma in feite, een kijkweek, een of twee weken zelf de krant leiden om te voelen waar de knopen en het enthousiasme zitten. Vervolgens brainstorm-sessie met chefs en redacteuren. Dit alles moet voor de zomer uitmonden in een journalistieke en organisatorische blauwdruk voor een gerevitaliseerd AD.

Om 11 uur hervat ik de cyclus van gesprekken van een kwartier met alle afzonderlijke redacteuren. Een sportredacteur grijpt zijn kans en bestookt me met allerlei kritiek op de krant, met suggesties voor veranderingen, commerciële vondsten. Hij neemt een uur, maar het is verkwikkend dynamiek en lef aan te treffen. Gesprekken gaan door tot half drie. Kwart voor drie commentaar-vergadering, de versterkers hangen als lelijke vijftiger-jaren-lampen aan het plafond en de aanwezigen kijken devoot omhoog waar het stemgeluid van Leo van Atten, de Haagse commentator, uit komt.

Drie uur grote vergadering. Tussendoor probeer ik wat kranten te lezen, lukt niet erg. Sportvergadering om 4 uur, duurt tot 5 uur. Smekende oproep van chef Müller tot ideeën. Ook ik beloof mijn best te doen.

Half zes, de leukste vergadering van de dag met aantal leden van de opmaakredactie en de hoofdredactie over vingeroefeningen ter verandering van de lay-out. Ik vind het verrassend om te zien, hoe met kleine ingrepen de voorpagina verrassender en lichter wordt. Mijn enige doel is het ritme en de relativiteit van het nieuws tot uitdrukking te brengen. Vaste regels leiden vaak tot starheid, en vrijheid tot creativiteit.

Al snel heb ik gemerkt dat het AD veel regels en procedures kent, maar al eerder heb ik me voorgenomen het leven zonder al te veel voorschriften te leiden. Praat na met de drie adjunct-hoofdredacteuren over onze werkwijze en we maken afspraken over onze vergadergewoontes. Het is nog wennen aan elkaar, aan een andere toon, maar ik heb het prettige gevoel dat ik niet alleen voor een berg sta en dat we allemaal schik krijgen om dezelfde top te beklimmen.

Kwart voor zeven. Het lukt me nog net om eten te halen, 7 uur avondvergadering, de laatste voor de definitieve krant. Vanaf half acht verdeel ik mijn tijd tussen lezen, praten met mensen, redactie op lopen, kijken naar het produktieproces. Nieuw voor mij is dat de vormgevers ook koppen maken, maar alle vreemde gewoontes mogen hun recht van bestaan bewijzen.

Om half twaalf naar huis, ik voel me als confetti, versnipperd in duizend stukjes.

Dinsdag

Zeven uur op, blijkbaar heb ik veel zin in deze werkdag. Ik lees het Algemeen Dagblad zeer goed. De krant opent met DAF, als enige! In de loop van de middag blijkt hoe juist deze opening gekozen is. Hoewel ik er weinig invloed op had, ben ik zeer tevreden. In de ochtendvergadering onder leiding van adjunct Willem Vergeer roer ik me danig, ik weet van mezelf dat ik van discussies houd, dus waarom zou ik afwachten? Er ontstaat een geanimeerde sfeer. Dat bevalt me wel. Al met al te lang, een uur vergaderen, maar goed, oefening baart beknoptheid. Met Bernard van Bossum, adjunct, op bezoek bij de directie voor titeloverleg.

Broodje op mijn kamer. Korte gesprekken met de secretaresses over de taakverdeling. Wordt vervolgd. De cyclus met de individuele redacteuren begint weer, tot kwart voor drie. Daarna commentaarvergadering. Onder de luisterlampen discussiëren we een kwartier of Nederland een industriebeleid moet hebben of niet. Volgende dag luidt het antwoord op pagina 7: Ja. Mooi, dat is ook mijn mening en dat was de dag ervoor niet het geval. Enfin, een kwartier voor brainstormen levert natuurlijk niet meer dan een zuchtje wind. Misschien moeten we iets anders bedenken. Ik heb inmiddels wel in de gaten dat er zoveel prioriteiten te bedenken zijn, dat de kunst er vooral uit zal bestaan om de prioriteiten van de prioriteiten te stellen en mij daarop te concentreren.

Weer een opwekkend gesprek met de lay-out-mannen, Jan de Laat en Jan Kardol, Ren de Vree is verhinderd. Zo te zien krijgt iedereen lol in mogelijke veranderingen en dat is mooi. Hoofdredactie-overdracht, vanwege de ploegendienst. We filosferen wat over de formule van een aantal pagina's, dat hoort bij de verkenning van elkaars journalistieke gusto. Het AD van vandaag kent een kleine revolutie, geen naam van de hoofdredacteur op de frontpagina, maar een colofon binnenin. We hebben doctorandussen te over, zelfs twee doctoren. Een verrassing voor zelfs de zittende hoofdredactie. Aan een aantal economie-redacteuren leg ik uit dat kranten in teams gemaakt worden en dat een colofon die geest goed weergeeft. Hele respectabele kranten als NRC Handelsblad en het Parool doen dat precies zo.

Ik eet in kantine met een deel van de redactie buitenland en Bert van Oosterhout, de adjunct die de avonddienst heeft. In mijn kamer bekijk ik post, televisie en foto's. Inmiddels begrijp ik dat ik het vandaag niet volhoud tot 12 uur, zoals ik van plan was. Later op de avond verzorg ik weer een revolutietje. De DAF-produktie van die dag past niet in de beschikbare paginaruimte en tot grote verrassing van iedereen help ik de redactie met het creëren van die ruimte door een rubriek, die al 20 jaar bestaat, één dag uit te stellen. Het is in ieder geval in de geest van Rees-Mogg. Elf uur naar huis.

Woensdag

Weer vroeg op. Tijd om het AD goed te lezen. Zeer tevreden over de economie-pagina's, vrijwel niemand treurt om mijn kleine ingreep. Nieuwe verrassing voor de hele redactie, mijn kamer wordt verbouwd. Groter. Het lijkt alsof mijn ego meer vierkante meters nodig heeft, maar de bedoeling is om met veel mensen te kunnen vergaderen en toch te kunnen ademen. Op de ochtendvergadering proberen we nieuwe invalshoeken te bedenken rond DAF. De inzet en het niveau zijn verfrissend, en ik zie de finale originaliteit, die nodig is voor een bruisende, aantrekkelijke nieuwskrant niet als een wijkende horizon. Het AD is blijkbaar, volgens een onderzoek, een sympathieke krant. Dat is meegenomen, maar mij in ieder geval niet genoeg.

Weer de gesprekken met redacteuren. Meestal zijn ze heel zinvol, niet alleen als kennismaking, maar ook als kennisvergaring. Ze worden in strikte vertrouwelijkheid gevoerd, zo blijft dat. Het getimmer in mijn kamer komt op volle sterkte en de rest van de dag breng ik in vele andere kamers door, lezend, pratend en schrijvend.

Het dagelijkse gesprek over de schaduw-voorpagina begint tot voorzichtige conclusies te leiden, de vormgevers komen met uitgewerkte ideeën, die ik hier niet kan onthullen, want de redactie heeft uiteraard als eerste het recht op informatie. Er wordt mij verteld dat het zingt en borrelt op de lay-out-redactie, dat mensen die er niet rechtstreeks bij betrokken zijn, met ideetjes en suggesties komen. Een aantal commerciële delen van het bedrijf begin ik voor te bereiden op lichte aanpassingen. In een van de warme stiltehokjes schrijf ik, en af en toe ijsbeer ik over de redactiezaal. Ik praat wat ter kalmering, veranderingen maken iedereen, ook mij, onrustig. Om 11 uur naar huis, dankzij een hartelijke ingeving van Vincent Mentzel, de fotograaf van de NRC, die mij per computermemo een lift aanbiedt. We zijn bijna buren. Bij NRC Handelsblad wordt veel aan mij gedacht, gezien mijn "memobak', en ik denk veel terug. Maar sinds 1 februari ga ik met het AD naar bed en sta er veel te vroeg mee op.

Donderdag 4 februari

Om 6 uur wakker. Volop tijd om te lezen en om links en rechts suggesties te geven op de ochtendvergadering. Dat gebeurt dan ook, soms denk ik: misschien wel te veel. Maar ja, aan de andere kant, de redactie kan ook terugtoeteren. Ben Knapen komt een verdieping hoger. En het is raar, maar dat vind ik ongelofelijk prettig. Als geen ander begrijpt hij wat ik meemaak en het werkt ontspannend om een beetje stoom af te blazen. Ben trekt uit ons gesprek de juiste conclusie, namelijk dat ik veel plezier beleef aan dit kwarwei en dat ik me omgeven voel door voldoende medestanders en meedenkers. Dat is inderdaad een zegen. Volgens mij gaat het al heel goed met het Algemeen Dagblad.

De beste slotzin luidt dat ik vanavond voor het laatst dineer met de hoofdredactie van NRC Handelsblad en de secretaresses. Een afscheid. En zo slecht is dat niet.