Particuliere belegger in de kou bij hervormingsplan effectenbeurs

AMSTERDAM, 5 FEBR. Het besluit van het bestuur van de Amsterdamse effectenbeurs af te stappen van het principe van centrale koersvorming is het voorlopige hoogtepunt van een jarenlange ontwikkeling, waarbij de institionele beleggers (pensioenfondsen, verzekeraars) in de watten worden gelegd. De grote Nederlandse banken (ABN Amro, ING Bank, Rabo) zien de particulier die zélf wil beleggen via de Amsterdamse effecten steeds minder staan.

De kleine belegger heeft als gevolg van de invoering van aparte schermenhandel voor grote transacties het nakijken, zo leert de ervaring met de Londense beurs. Een recent voorbeeld was een geruchtmakende transactie in Londen van aandelen Nedlloyd tussen de Noorse reder Torstein Hagen en het pensioenfonds van Nedlloyd. Het pakket, vijf procent van het totaal aantal uitstaande aandelen Nedlloyd, werd drie weken geleden via een effectenhuis in Londen verhandeld zonder dat beleggers in Amsterdam daar weet van hadden. Nadat het nieuws in Amsterdam met forse vertraging bekend werd kelderde de koers van Nedlloyd.

Het belang dat de particulier die een aandeel koopt of verkoopt tegen een gunstige prijs wordt afgerekend weegt voor de banken bij een dergelijke transactie minder zwaar. En met reden: de Nederlandse pensioenfondsen zijn met een totaal kapitaal van meer dan 500 miljard gulden de meest kapitaalkrachtige groep van cliënten in Europa. Die financiële slagkracht van de pensioenfondsen is onderwerp van grote wedijver. De afgelopen jaren werd de Amsterdamse beurs geteisterd door groeiende concurrentie van de beurs van Londen, het financiële centrum van de Europese Gemeenschap.

Een van de gevolgen was dat een Brits effectenhuis als Barclays de Zoete Wedd, lid van de Londense schermenbeurs Seaq International, binnen enkele jaren een marktaandeel in Nederlandse aandelen wist te verwerven groter dan dat van fusiepartners Pierson en Mees en Hope (beide dochters van ABN Amro) samen. Ook andere buitenlandse huizen zoals Credit Suisse First Bosten, Goldman Sachs en Warburg boekten succes bij Nederlandse institutionele beleggers.

Sedert 1986 werd een reeks maatregelen genomen - uitsluitend gericht op de institutionele belegger - die het weglekken van de professionele effectenhandel naar Londen moesten stuiten. Het aantal financiële instrumenten werd uitgebreid, de regels voor grote aandelentransacties werden versoepeld, de handel op de vloer werd geautomatiseerd en de provisies die grote beleggers betaalden werden verlaagd.

Ondanks deze maatregelen bleef de beurs handel aan Londen verliezen. Het beursbestuur gaat nu over tot de meest drastische maatregel: De transacties op deze aparte "beurs voor grote beleggers' zullen met grote vertraging of helemaal niet aan de rest van de markt worden gemeld, net als bij transacties via Seaq International. Dat de particuliere belegger hierdoor in de kou wordt gezet is minder van belang.

Die particuliere belegger is de afgelopen jaren toch al relatief minder actief geworden op de beurs. De banken berekenen hoge commissies voor aan- en verkoop van effecten en zien eigenlijk liever dat particulieren hun spaargelden in de groeiende reeks beleggingsfondsen stoppen. Bovendien is de particulier zich in toenemende mate zélf ook van bewust dat wat informatie betreft de kloof met de institutionele belegger steeds verder verwijdt. Die kloof neemt als gevolg van de nieuwe maatregelen verder toe.

Het officieel toestaan van "in-house-matching', waarbij interne koop- en verkooporders tegen elkaar worden weggestreept, is evenmin erg gunstig voor particuliere beleggers. Omdat banken en commissionairs aan- en verkooporders van verschillende cliënten eerst binnenshuis vereffenen, wordt het handelsvolume op de beurs veel kleiner en dit levert het risico op dat de prijsvorming minder evenwichtig zal zijn. Daarnaast is de belegger afhankelijk van de bank voor wat betreft de prijs en de gevolgde procedure. Overigens is "in-house-matching', hoewel officieel niet toegestaan, al behoorlijk ingeburgerd in Amsterdam. Volgens het beursbestuur blijft er via arbitrage - het profiteren van koersverschillen op twee markten - een koppeling bestaan tussen de markt voor grote posten en de gewone beurs. Maar de winst van de arbitrage vloeit niet in de zakken van de kleine beleggers, die wordt opgestreken door de grote effectenhuizen.

Blijft de vraag waarom de banken hebben besloten in Amsterdam een apart handelssysteem voor grote transacties op zetten. Een reden zou kunnen zijn dat het moeilijk zal zijn zich toegang te verschaffen op de gevestigde markt in Londen, waar de marges als gevolg van de concurrentie zijn teruggelopen. En dat terwijl ABN Amro vorig de Britse effectenbank Hoare Govett, lid van Seaq, heeft overgenomen.

De rol van de hoekman, tot nu toe de spil van het Amsterdamse handelssysteem, zal na de splitsing van de handel grotendeels zijn uitgespeeld. Volgens de voorstanders van het hoekmanssysteem bewijst de beurskrach van "Black Monday' op 19 oktober 1987 dat de hoekman wel degelijk in een hectische markt een belangrijke schakel is, ook voor de institutionele belegger. Op Seaq lag die dag de hoorn naast de haak, terwijl in Amsterdam via de hoekman nog wel prijzen konden worden afgegeven. Maar volgens deskundigen, die handelssystemen hebben bestudeerd, is de hoekman geen weldoener, die bij een beurskrach de markt redt door zelf posities in te nemen. Ook bij een krach staat het orderboek nog vol orders, die eerst verplicht uitgevoerd moeten worden.