Nederland moet zijn eigen bergen bouwen

Tentoonstelling: Hoog voor Amsterdam. T/m 6 maart in Arcam Galerie, Waterlooplein 213, Amsterdam, di. t/m za. 13-17u.

“Sommige vogels bouwen hun nest in de weilanden, andere in de struiken en weer anderen in de toppen van de bomen. Waarom zouden mensen niet in staat zijn hun nesten boven de bomen te bouwen?” Deze retorische vraag stelde de architect J. Bakema in de jaren vijftig. “In het vlakke landschap met een weidse horizon moet de Hollander zijn eigen bergen bouwen.”

Zowel Rotterdam als Frankfurt hebben gekozen voor het clusteren van hun hoogbouw. Rotterdam legt twee bergketens aan, een op het Weena en de andere op de Kop van Zuid. Frankfurt is teruggekomen op het lukraak neerlaten van spiegelende wolkekrätzer en staat nu hoogtes van boven de honderd meter alleen toe in het financiële district. Amsterdam, een stad met een kleinere schaal maar een veel hogere dichtheid, weet zich nog geen raad met hoogbouw, laat staan dat er een consensus over zou bestaan. Dit blijkt op de tentoonstelling van een tiental actuele plannen in de galerie van Arcam, een van de weinige instanties die opereren op het raakvlak van politiek en architectuur, naar aanleiding van het tienjarig bestaan de Stichting Hoogbouw.

De plannen die Arcam laat zien - bewonderenswaardig hoe zo'n miniscule ruimte zo aantrekkelijk en overzichtelijk kan worden ingericht - zijn deels woontorens, deels kantoren en aanverwante functies. Hoe betrekkelijk het begrip "hoogbouw' is, blijkt uit het project van Atelier PRO in de uitbreidingswijk Sloten: daar heet een gebouw van zeventien lagen al een toren. Het ontwerp van Ben van Berkel voor een overbouwing van de Piet Hein-tunnel in het Oostelijk Havengebied, met een toren van 65 meter lijkt er meer op.

Pas echt hoog, ook voor internationale begrippen, is de omstreden zeshoekige Maincourt-toren (voorheen de Larmag-toren) van architectenbureau LIAG & SOM dat in het stedebouwkundige Wilde Westen van Sloterdijk is gepland. Na bezwaren van Schiphol is de hoogte van 285 tot 210 meter teruggebracht. Helaas is de hoogte het enige opvallend eraan; verder zijn de plattegrond en de vormgeving van een treurigmakende gewoonheid, met een "kroon' als een halfhartige pastiche van de Newyorkse Art Deco-wolkenkrabbers. Het doet mij denken aan een uitspraak van de Amerikaanse architect Frank Gehry, toen hij zijn eerste opdracht kreeg voor een wolkenkrabber in Cleveland: “Onderaan gaat wel, boven ook, maar dat stuk ertussen!”

Amsterdam heeft de laatste jaren zijn vingers al een aantal maal gebrand aan hoogbouw. Onder wethouder Van der Vlis nog vlogen bestuurders en ambtenaren elkaar in de haren over wat nu precies wel of niet mocht aan de IJ-oevers. Het honderd meter hoge Hyatt Hotel van Helmut Jahn aan het IJ ging niet door, de zestig meter hoge torens van Wiel Arets voor de Hogeschool voor de Kunsten bij het Waterlooplein evenmin, en de Spaanse architect Ricardo Bofill wilde zijn kolos voor een bouwput in de binnenstad niet eens afstaan. De angst voor controverse zit er goed in, getuige de weigering van één opdrachtgever om illustraties voor de Arcam-tentoonstelling af te staan. Een curieus standpunt, gezien het feit dat de gebouwen zelf - drie torens van 135, 115 en 83 meter bij het Amstelstation - al bijna klaar zijn, maar wel tekenend voor de sfeer van argwaan en onzekerheid over de bestuurlijke rugdekking.

Inmiddels is aan de IJ-oevers, nog even leeg en winderig als altijd, te zien hoe l'histoire se répète: na het afvoeren van Jahns hotel wordt er opnieuw een gebouw van honderd meter hoog geprojecteerd, ditmaal een Indonesia House. Direct na de opening van de tentoonstelling in Arcam liet IJ-oeversupervisor Tjeerd Dijkstra weten dat hij het enthousiasme van B en W voor het plan bepaald niet deelt.

In december kwam het zoveelste ambtelijke advies van de gemeente, nu om door middel van een Hoogbouweffect-rapportage (HER) reeds ingediende bouwplannen, en dan alleen van boven de negentig meter, te toetsen. Net als de metro is hoogbouw in Amsterdam bespreekbaar geworden, maar deze voorbeelden tekenen de onmacht van opeenvolgende stadsbesturen om een standpunt over plaats en functie van hoogbouw in Amsterdam te bepalen - al was het bijvoorbeeld dat die er maar helemaal niet moet komen - en daar helder beleid van te maken.