LORD KING; Smerige trucjes worden vechtersbaas fataal

Lord King, die gisteren vervroegd is afgetreden als bestuursvoorzitter van British Airways (BA), is een vechter. Noch zijn karakter, noch zijn loopbaan verhoudt zich met het beeld van de man die met het klimmen der jaren door mildheid wordt bekropen. Hij staat bekend als een meedogenloze, ambitieuze zakenman, bewonderd door ex-premier Thatcher onder anderen en gehaat door de 23.000 werknemers die hij in het begin van de jaren tachtig bij British Airways de laan uit stuurde.

King werd de dupe van een conflict met de veel kleinere concurrent Virgin die BA betichtte van smerige trucjes waarmee de maatschappij heeft geprobeerd Virgin onderuit te halen op de Atlantische route. Aanvankelijk noemde Lord King de beschuldiging nog “volledig ongegrond”. Maar het dagblad The Times stelde vorig jaar een eigen onderzoek in en kwam tot de conclusie dat er wel degelijk sprake is geweest van onderhands onderuit halen van Virgin - een feit waarover Virgin-baas Richard Branson zijn beklag deed bij EG-commissarissen in Brussel. Branson had uiteindelijk succes: BA kreeg straf en leed een pijnlijke en publieke nederlaag.

Het was niet de eerste keer dat BA onder King alles op alles zette om de concurrentie onderuit te halen. Lord King is gewend om alle kanonnen waarover hij kan beschikken in stelling te brengen ten einde te winnen: van zijn zorgvuldig gecultiveerde politieke relaties, aan beide uiteinden van het Britse politieke spectrum, tot aan zijn even zorgvuldig gecultiveerde journalistieke relaties.

De BA-baas was woedend over het feit dat de liberalisatie van het luchtverkeer betekende dat de Britse Civil Aviation Authority een deel van de Londen naar Tokio-verbindingen van BA afpakte en aan Virgin gunde. De beslissing stak te meer, omdat Virgin grotendeels op gang wordt gehouden door voormalig British Airways-personeel. King liet doorschemeren dat een dergelijke beslissing onder Margareth Thatcher, een persoonlijke vriendin, nooit doorgegaan zou zijn en trok prompt de substantiële jaarlijkse bijdrage van BA aan de kas van de Conservatieve Partij in.

John Leonard King is het voorbeeld van de man die zich zelf opgewerkt heeft, van een jongen uit een eenvoudig milieu - zijn vader was postbode - en zonder veel opleiding, tot de op 28 na best betaalde captain of industry in het Britse zakenleven, mèt een titel en mèt status. Hij was 19 jaar toen hij zijn eerste bedrijfje begon en 25 toen hij een klein familiebedrijf in de Midlands overnam, waarmee hij begon met de produktie van kogellagers, onder andere voor Rolls Royce. King is uiterst spaarzaam met mededelingen over zijn privéleven, maar de legende wil dat het de connectie met Rolls Royce was die hem de smaak van het gegoede upperclass-bestaan in de mond gaf. Vier jaar later al was hij jachtmeester van de plaatselijke (vosse)jachtvereniging en de jacht - nu bij de prestigieuze Belvoir Hunt - de paardenracerij en backgammon zijn sinds die tijd zijn favoriete vormen van ontspanning gebleven.

Toen King in 1969 zijn kogellagerbedrijf verkocht, maakte hij persoonlijk drie miljoen pond winst. Hij had zich toen al een uitgestrekt buitengoed in Leicestershire aangeschaft, een stap omhoog die door de "echte' upperclass met snobistisch opgetrokken wenkbrauwen werd gesignaleerd. Nu geeft King toe dat hij zelf ook een snob is geworden.

In 1972 werd hij voorzitter van de raad van bestuur van het constructiebedrijf Babcock International. Daar leerde hij precies datgene, wat hij tien jaar later bij BA zou herhalen: het halveren van het aantal werknemers. Toen de regering-Thatcher hem in 1981 aantrok als topman voor het, toen nog, staatsluchtvaartbedrijf, leed BA verliezen van 140 miljoen pond per jaar. Kings taak was om het bedrijf winstgevend te maken, als voorbereiding op de uiteindelijke privatisering. In 1984 had King 23.000 van de 57.000 werknemers ontslagen, de rest van de staf bijgebracht dat de klant koning hoorde te zijn en zo constructief met zijn boekhouding verschoven - aldus sommige critici - dat er een winst van 214 miljoen getoond kon worden. Premier Thatcher beloonde King door hem in de adelstand te verheffen, de vervulling van een droomwens met maar één smetje. De luchtvaart-tycoon had gehoopt dat zijn titel niet voor het leven alleen, maar erfelijk zou zijn.