LANGS DE VARKENSROUTE; Beklemde tocht naar Zuid-Europa

Van de 24 miljoen varkens die jaarlijks in dit land worden gefokt, gaan er 5,5 miljoen levend de grens over. Dat leidt tot een reusachtig vervoersaanbod: honderden vrachtwagens, volgepakt met drie lagen dieren, rijden dagelijks van Nederland tot aan de boorden van de Middellandse Zee. Binnenkort stelt de EG nieuwe regels vast voor deze ritten, maar of ze zullen worden nageleefd is de vraag. Verslag van een varkensreis dwars door Europa.

De groene Espace staat geparkeerd op een onopvallende plaats langs de E-25, net over de Belgisch-Luxemburgse grens bij Arlon. Het achterdeel van de auto is gevuld met flessen water, een krat bier en tassen vol brood, kaas, vlees en fruit: proviand voor een lange tocht met onbekende bestemming. De uitrusting telt verder een verrekijker, een camera, een fors uitgevallen mes en een dozijn cassettebandjes van Roy Orbison, Robert Palmer en nogal wat soul-groepen.

Terwijl de avond valt, turen de inzittenden roerloos naar de verregende weg. Een paar uur gaan in stilte voorbij. Pas als tegen half 8 een veewagen uit het duister opdoemt, verandert de situatie. De riemen worden vastgeklikt, de motor wordt gestart en binnen enkele seconden is de achtervolging ingezet. ""We hebben beet'', zegt de bestuurder, zijn snelheid aanpassend aan die van zijn voorganger. Maar als na een half uur Luxemburg is gepasseerd, wordt duidelijk dat zijn conclusie voorbarig was. De veewagen, naar nu blijkt slechts half gevuld, slaat een kleine zijweg in en declasseert zich daarmee tot lokaal vervoer.

Het is een eerste tegenslag voor het team in de Espace, dat wordt aangevoerd door Dick Duyzer van de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID). Op deze missie verkeert hij in gezelschap van twee Britse collega's, de gezette Hamish Rogers en diens tengere collega Bryn Pass van de Special Operations Unit van de de RSPCA, de Engelse organisatie die zich sinds 1824 inzet voor de bescherming van dieren. Beide instellingen doen al lange tijd onderzoek naar het vervoer van vee over grote afstanden. Voor dat doel volgde de RSPCA, zonder dat de vervoerders daarvan op de hoogte waren, 250 veetransporten van Noord- naar Zuid-Europa; in een gezamenlijke actie, opgezet op verzoek van de Eurogroup for Animal Welfare in Brussel, schaduwden de twee verenigingen bovendien nog tien andere transporten.

Nu de elfde van deze tochten op het programma staat, zijn de problemen voor de volgers groter dan ooit. Sinds de EG op 1 januari haar binnengrenzen opende is het onmogelijk om, zoals daarvoor, al bij de Nederlands-Belgische grens het reisdoel van de dieren te achterhalen. Daarom werd besloten voortaan op een zuidelijker punt een transport te selecteren: een oplossing die, naar de ervaring in Luxemburg leert, het nodige tijdverlies kan opleveren.

Maar een dag na de eerste poging zijn voor Dick Duyzers ploeg de kansen gekeerd. Even buiten Metz, waar zij kort tevoren nog snel de kathedraal hadden bezichtigd, signaleren de inspecteurs 's middags een zwaarbeladen Nederlandse oplegger. De klok staat op één minuut over half 3 als hun auto de weg op schiet en er achteraan gaat. Dichterbij komend om poolshoogte te nemen, constateren zij dat de drie laadvloeren van de wagen zijn volgepakt met varkens. De chauffeur, die in zijn cabine gezelschap heeft van een compagnon, zet er de vaart in: een aanwijzing dat hij nog een flinke afstand voor de boeg heeft. ""Ik voel het, ditmaal hebben we goed gegokt'', zegt Duyzer, als even later het natuurpark Lorraine voorbij flitst. De eerste etappe van de varkensroute is begonnen.

Limiet

Als leverancier van vee heeft Nederland de afgelopen tijd zijn leidende Europese positie verstevigd. In 1992 exporteerde ons land 5,5 miljoen varkens en biggen die, met een gewicht van 303.000 ton, een waarde vertegenwoordigden van 1.418.700.000 gulden. Daarnaast gingen er nog enkele miljoenen runderen en schapen de grens over. Het gevolg is een intensief internationaal verkeer, waarbij de belangen van transporteurs en dieren tegengesteld zijn. Pogingen tot een compromis leidden de laatste jaren tot een moeilijk te volgen strijd rond maten en gewichten.

Een belangrijke rol was weggelegd voor dr. Bert Lambooy, als dierenarts verbonden aan het DLO-Instituut voor Veeteeltkundig Onderzoek in Zeist. Op grond van proefnemingen met varkens adviseerde hij niet meer in te laden dan 235 kilo per vierkante meter: een limiet die de dieren ruimte biedt om (zij het met moeite) te staan en te liggen. Dit ging de veehandel te ver. Dank zij een succesvolle lobby wist men te bereiken dat de norm werd verhoogd tot 260 kilo, een gewicht dat sindsdien binnen de EG als maximum is aanvaard.

Niettemin gaan sommige transporteurs, zo wijst de praktijk uit, daar nog eens 40 kilo overheen. Dit betekent dat tijdens internationale reizen drie varkens van elk 100 à 110 kilo, op en over elkaar liggend, samen één vierkante meter delen. Hoewel dit voor binnenlands vervoer acceptabel wordt gevonden, leidt deze "beladingsdichtheid' tot verwondingen en stress. Tegen deze overtredingen, mochten ze al worden geconstateerd, blijven sancties uit.

Hetzelfde geldt voor de bepaling dat dieren na een reistijd van 24 uur voedsel en drinken dienen te krijgen. De tien door Britse en Nederlandse dierenbeschermers gevolgde transporten duurden 30 tot ruim 45 uur, maar geen enkele maal werden de dieren onderweg gevoerd en gedrenkt. Dat was geen toeval. Volgens inspecteurs van de LID en de RSPCA ging het net zo toe tijdens reizen naar Sardinië, Portugal en Sicilië, die respectievelijk 46, 56 en 58 uur vergden.

In antwoord op een brief over dergelijke overtredingen, schreef staatssecretaris Gabor van landbouw enkele maanden geleden dat Nederland, als bekend, niet de bevoegdheid heeft in het buitenland te controleren. Niet lang daarna volgde een geruststellende mededeling van het directoraat-generaal Landbouw van de Europese Commissie. De veterinaire dienst van de commissie, zo werd verzekerd, gaat controleren of de lidstaten naar behoren controles uitoefenen. Tot nu toe is daar niets van gebleken: in de praktijk staat het een vervoerder nog vrij dagenlang met 230 dorstige varkens door Europa te trekken. Van de chauffeurs vergen deze reizen een inzet die tot ver van huis verbazing wekt. ""Hoe is het mogelijk dat er mensen zijn die zo elke week 5.000 kilometer willen rijden'', zei de directeur van een Italiaans slachthuis pas tegen een LID-inspecteur. ""Voor mij is dat een raadsel.''

Wagenziekte

Op weg naar het zuiden via Nancy en Dijon blijft de ploeg van Duyzer op zeshonderd meter afstand van de varkenswagen. De Espace, ook wel aangeduid als Space Wagon, loopt op deze manier niet in het vizier en bovendien is het zo makkelijker op koerswijzigingen van de voorganger te reageren. Met een snelheid van 120 kilometer per uur haalt deze nu en dan een voorganger in, een manoeuvre die volgens Hamish Rogers het gevoel van wagenziekte bij de varkens versterkt.

Ter hoogte van Macon slaat de oplegger af naar het oosten en een paar uur later, tegen half tien in de avond, volgt voorbij Genève een rustpauze. Zo gauw de wagen stilstaat, slaat de damp door de roosters naar buiten waar hij als een wolkje blijft hangen in de vrieslucht. We zijn hier op een hoogte van 2.000 meter, boven ons flonkeren de sterren; de stilte wordt slechts verstoord door het gegil van de varkens. Maar dat is niets bijzonders, weet Rogers: ""Zodra de auto niet meer rijdt, gaan ze vechten. Dat is altijd zo als ze op elkaar gepakt zitten.''

Rond middernacht staan veewagen en volgauto in de file voor de Mont Blanc-tunnel. ""Zo gaat het nu altijd'', zegt Bryn Pass. ""Wij reizen heel Europa door, maar we zien nooit iets. Alleen van verhalen weet ik dat hier op de bergen sneeuw ligt, steeds als we hier langskomen is het donker. Toen een kennis van me hoorde dat we pas in Rome waren geweest, zei hij: "Dan heb je zeker wel het Colosseum en het Vaticaan gezien'. Nee, moest ik antwoorden, alleen het slachthuis.''

Ruim een uur later is de Italiaanse grensstad Aosta bereikt. De veewagen, die nu naar schatting vijftien uur onderweg is, kan tot verbazing van de volgers ongehinderd doorrijden. Een paar weken geleden was dat nog anders: op dit punt in de Europese varkensroute zorgden de douane-formaliteiten voor vertragingen, die vaak opliepen tot vijf à zes uur. Al die tijd stonden de veewagens op een terrein zonder beschutting - soms in de kou (met de kans dat de varkensruggen bevroren), vaker nog in de brandende zon.

""Het was verschrikkelijk'', zegt Dick Duyzer als we langs een afdeling van het Ministero della Sanità rijden. ""Soms was het zo heet dat de varkens bijna stikten. Sommige chauffeurs namen de moeite om rondjes te rijden, dan kregen de beesten tenminste wat lucht. Deze wantoestand is nu dus voorbij, maar er blijft veel ellende over. De manier waarop de dieren 's zomers aankomen in het zuiden zegt genoeg: in de bloedhitte van die wagens loopt het zweet ze van de kop en kunnen ze nauwelijks nog op de poten staan. Op zulke ogenblikken blijkt eens te meer dat men levende have beschouwt als stukgoed.''

Ventilatiesysteem

In zijn werkkamer op het Instituut voor Veeteeltkundig Onderzoek stelt Bert Lambooy dat een gunstige temperatuur tijdens de transporten essentieel is. Zowel een lange reisduur als honger en dorst vindt hij minder nadelig dan het blootstellen van dieren aan (beurtelings) warmte en koude, zeker wanneer dit gepaard gaat met een hoge beladingsgraad. ""Onder zulke omstandigheden verbruiken de dieren zoveel energie, dat ze uitgeput raken. Dat is, nog afgezien van hun eigen welzijn, slecht voor de kwaliteit van het eindprodukt.''

Een constante temperatuur van 16 graden is ideaal, aldus Lambooy. Wat dit betreft vestigt hij zijn hoop op een nieuw ventilatiesysteem, dat een plaats moet krijgen in de Veewagen 2000: een project waarvoor de veehandel, NOB Wegtransport, DAF en de Dierenbescherming de ideeën moeten leveren. ""Maar daarmee zijn we er niet'', realiseert de dierenarts zich. ""In Nederland moet het besef doordringen dat de kwaliteit van vlees afhankelijk is van de manier waarop we met dieren omgaan. In Denemarken en Finland voelt men dat beter aan dan hier.''

Twee dagen later zie ik op de Bossche veemarkt hoe zestien runderen, naar het in vaktermen heet "voor de dood bestemd', hardhandig in een veewagen worden gedreven. Onwillige koeien krijgen een klap met de stok, soms ook wordt de staart een halve slag gedraaid. In de krappe laadruimte staan de dieren schots en scheef dooreen; het vereiste tussenschot ontbreekt, zodat de koeien aan de voor- en achterkant onderweg de druk van de anderen moeten opvangen. De kalveren, een eindje verder, laten zich gewillig leiden. Zij zijn nu een week oud en komen deze dag voor het eerst buiten. Over zes maanden zullen zij voor de tweede en laatste maal het daglicht zien; dan gaan ze, na een verblijf in een krappe box, als volgroeide kistkalveren naar de afnemers van blank kalfsvlees. Eén van de dieren, voorzien van het oornummer 7242, zal het zo ver niet brengen: levenloos ligt hij naast een vrachtwagen op de keien.

Daar niet ver vandaan strompelt een roodbonte koe op drie poten naar een rij scharminkels die zich, steun zoekend bij elkaar, met moeite staande weten te houden. Inspecteur Broekhuizen van de LID duidt hen aan als worstvee, afgedankte runderen die nog slechts geschikt zijn voor worstfabricage.

Het vee in de Baronie- en Meierij-hallen ziet er beter uit, al signaleert Broekhuizen wel onvolkomenheden. Hij wijst op ingegroeide horens, een huid die is aangetast door uit stront afkomstige ammoniak en op een wankele stier, die tijdens zijn verblijf op een betonrooster te zwaar is geworden voor zijn poten. ""De klauwen van dat beest hadden bekapt moeten worden, maar vaak komt het daar niet van'', zegt Broekhuizen. ""Heel wat boeren staan er alleen voor en laten op een gegeven moment, als ze het niet meer aankunnen, de zaak op zijn beloop. Zeker de laatste tijd leidt dit regelmatig tot wantoestanden. De Dierenbescherming wil die voorkomen door instelling van een vertrouwensteam voor boeren, dat in het hele land bijstand kan verlenen.''

Dat dit nodig is, bewijst een schonkige koe die niet meer op haar poten kan staan. Het als wrakvee bestempelde dier hoort niet thuis op de markt, vindt de inspecteur. ""Men had het ter plekke of in een nabijgelegen slachthuis moeten afmaken, maar hiervoor bestaan geen voorschriften. Daarom gebeurt het dat men zulke dieren, in de hoop er nog iets aan te verdienen, het hele land door sleept.'' Een transporteur bevestigt dit: ""Wij krijgen de laatste tijd vaak ziek vee te vervoeren. Dat is een slechte zaak, maar wat moet je? Als de ene vervoerder weigert, lopen ze onmiddellijk naar zijn collega. Zolang de markten niet strenger optreden, blijft dit probleem bestaan.''

Later in de ochtend hebben de veedrijvers, inmiddels moe geworden, minder geduld dan een paar uur geleden. Bij het inladen maken ze druk gebruik van stokken en (minder pijnlijke) elektrische prikkelaars, maar zo nodig worden hardere methoden toegepast. Een koe krijgt twee welgerichte schoppen tegen de kop, een andere een serie slagen met een ijzeren buis - en zo zijn meer voorbeelden te geven. ""In zulke gevallen zou een keurmeester moeten ingrijpen, maar zo iemand wil niet graag de kwaaie peer uithangen'', aldus Broekhuizen. ""Bovendien treedt in deze branche een vorm van bedrijfsblindheid op, na verloop van tijd zie je niet meer dat het ook anders kan.''

Mist

Als Dick Duyzer een half uur buiten Aosta is, komt plotseling de mist op. Het zicht is al gauw zo slecht, dat het hem moeite kost de lichtjes van zijn voorganger niet uit het oog te verliezen. De chauffeur van de veewagen laat zich door het slechte zicht echter niet weerhouden. Met een vaart van soms 130 kilometer per uur snelt hij als een Vliegende Hollander in de nacht de Po-vlakte tegemoet. Wanneer hij om kwart over drie onverhoeds een parkeerplaats oprijdt, zit er voor Duyzer niets anders op dan een paar kilometer verder zijn auto langs de kant van de weg te zetten en af te wachten. ""Daar staan we dan'', monkelt Hamish Rogers, ""zomaar ergens op een godverlaten plek in de vrieskou. Die beesten in de wagen zullen wel vernikkelen.''

""Niet iedereen tilt daar zo zwaar aan'', weet Duyzer. ""Een deskundige zei laatst op de televisie dat het met die transporten best meevalt: gaan de mensen soms niet voor hun plezier met de bus naar Zuid-Europa? Bovendien gaat hooguit twee procent van de dieren onderweg dood, wordt er gezegd. Dat is waar... maar je moet niet vragen hoe het met de rest is gesteld.''

Terwijl de anderen in slaap sukkelen, tuurt Rogers naar de weg. Als om zes minuten voor zes de vertrouwde oplegger voorbijkomt, slaat hij alarm. Een paar seconden later zit de Espace weer op het spoor dat, tegen de verwachting in, via binnenwegen naar de streek boven Milaan voert. Terwijl de mist geleidelijk aan optrekt, zien we landhuizen, een ristorante annex pizzeria, een kerk gewijd aan Maria Nascenti en borden met de plaatsnamen Bernareggio, Aicurzio en Imbersago. Als het eind van de reis nabij lijkt, verdwijnt de vrachtwagen plotseling uit het zicht. Even slaat de wanhoop toe: in zeventien uur tijd 903,3 kilometer afgelegd, maar zonder resultaat.

In arren moede rijden we een van de zijwegen in, die na enkele minuten uitmondt op een bedrijfsterrein naast een donker landhuis. Eén blik is voldoende: daar staat, een paar meter van ons vandaan, een nog dampende veewagen. De varkens krijsen, ze zijn aangekomen op de plaats van bestemming.

Protesten

Een deel van het publiek toont zich geschokt door de dierentransporten. Het ministerie van landbouw ontving de afgelopen tijd 8.000 schriftelijke protesten van mensen, die reageerden op beelden in EO Tijdsein en Tros Aktua.

Beide programma's toonden stukjes uit The Road to Misery, een film van de Engelse organisatie Compassion in World Farming over wantoestanden tijdens en na de transporten. De film geeft een beeld van wat de makers de dagelijke praktijk noemen: varkens vol kalmerende middelen op eindeloze reizen door Europa, zieke schapen die na aankomst opzij worden gegooid om te sterven, aan haken gehangen lammeren waarvan zonder verdoving de keel wordt doorgesneden. Ook wordt de kijker geconfronteerd met een stier die, ondanks een gebroken heup, door middel van elektroshocks wordt geprest de loopplank van een schip op te gaan. Als dat niet lukt takelt men hem, bungelend aan één poot, naar de kade; even later belandt de inmiddels afgedankte stier alsnog aan boord, vanwaar hij straks levend in zee zal worden gedumpt - een goedkope oplossing waaraan de transporteur bij nader inzien de voorkeur geeft.

De Dierenbescherming stelt dat dit soort excessen zijn te voorkomen door het vee in het land van herkomst te slachten en het vlees vervolgens in koelwagens te vervoeren. Maar een afdoende oplossing is dat niet, zo werpen de veehandelaren en vervoerders tegen: veel afnemers, bijvoorbeeld de Italiaanse fabrikanten van Parma-ham, stellen prijs op een "vers produkt'. Aangezien de Nederlandse bio-industrie dit tegen een redelijke prijs kan leveren, gaan jaarlijks miljoenen dieren levend de grens over.

De kans bestaat dat hun omstandigheden er in de toekomst enigszins op vooruitgaan. De Europese Commissie komt binnenkort met voorstellen die "de bescherming van dieren tijdens het vervoer' afdoende moeten regelen. In navolging van wat Bert Lambooy indertijd adviseerde, is de commissie erop uit het maximum-gewicht voor varkenstransporten te beperken tot 235 kilo per vierkante meter, nog altijd 35 kilo meer dan wat Duitsland aanvaardbaar acht.

Verder is het de bedoeling per diersoort verplichte rusttijden vast te stellen. Kalveren bijvoorbeeld zouden na acht uur moeten worden gevoerd en gedrenkt, een voorstel dat bij de Nederlandse Bond van Handelaren in Vee niet in goede aarde valt. ""Op de boerderij krijgen ze eens in de twaalf uur voer, dus het is volkomen misplaatst om nu opeens acht uur aan te houden'', aldus voorzitter J.W. Diepeveen. ""Van reizen met een dikke buik worden de dieren trouwens niet lekker en onderweg drenken maakt ze onrustig. Naar mijn idee is 20 tot 24 uur een betere limiet: in die tijd kunnen we, zonder oponthoud aan de grens, net Rome en Napels bereiken.''

Evenmin gelukkig is Diepeveen over voorstellen de ruimte tussen de laadvloeren te vergroten. ""Als men die ideeën aanvaardt, is het niet langer mogelijk varkens in drie lagen te vervoeren'', zegt hij zorgelijk. ""Dat zou ons slecht uitkomen.'' Het is een van de kwesties die op de agenda staan tijdens de gesprekken die het ministerie van landbouw, de veehandel en de Dierenbescherming regelmatig met elkaar voeren. ""Op dat overleg zijn we trots'', aldus Sicco Beukema, beleidsambtenaar van het ministerie. ""Alleen in Nederland komen de betrokken partijen bijeen zonder elkaar de hersens in te slaan. De realiteitszin is hier groot, zo kan je tenminste iets bereiken.'' Maar de EG is nog een onzekere factor: ""We springen in een zwart gat en waar we terechtkomen is onbekend. Het wordt een spel van loven, bieden en invloed uitoefenen.''

Het effect van de nieuwe richtlijnen, hoe die ook zullen zijn, hangt af van de vraag of ze worden nageleefd. Wat dat betreft zijn de verwachtingen niet hoog gespannen. Een rapport van de stichting Lekker Dier, samengesteld door de Wetenschapswinkel van de Utrechtse universiteit, geeft aan dat de regels in Nederland nauwelijks worden gecontroleerd. Zich baserend op bevindingen van de Landelijke Inspectiedienst trekt de Dierenbescherming dezelfde conclusie: met name de controle door de Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees, zo liet zij staatssecretaris Gabor onlangs weten, schiet ""op onaanvaardbare wijze'' te kort. Elders is het niet anders. De Britse zusterorganisatie RSPCA stelt vast dat de autoriteiten in de EG-landen, waar het slachtvee betreft, blijk geven van totale apathie.

In Zuid-Europa zijn de gevolgen daarvan duidelijker waarneembaar dan hier. Zo bezochten inspecteurs van de LID in het zuiden van Italië slachthuizen, waar men nog te werk gaat met steekmessen, voorhamers en hakbijlen. Een moderner abattoir op Sardinië bleek enkele maanden geleden uitgerust met elektrocutie-apparatuur, die pas na drie, vier pogingen het gewenste resultaat boekte. Zoiets is in Nederland ondenkbaar, wordt verzekerd. Maar ook bij de slachthuizen hier is volgens getuigen vaak sprake van een ""ruige aanpak'', die kan leiden tot gebroken hammen en (als gevolg van stress) ""stroperig vlees met een hoge zuurgraad''.

Bert Lambooy geeft toe dat het in de laatste fase mis kan lopen. ""Wij weten niet goed hoe we moeten handelen met grote groepen dieren die in paniek zijn. Ons systeem is te veel gericht op snelheid en te weinig op de vraag hoe we met dieren behoren om te gaan. Zeker is dat er niet alleen betere voorzieningen moeten komen, maar ook duidelijke afspraken over de verantwoordelijkheden van alle betrokkenen.''

Ook op het ministerie vindt men dat er nog veel valt te verbeteren. ""De meeste transporteurs en handelaren zijn redelijke mensen, maar bij sommigen speelt het winstmotief een te grote rol'', zegt Sicco Beukema. ""Er zijn er bij die niet beseffen dat het nodig is zich aan bepaalde regels te houden. Als ze die overtreden en in de problemen komen, verwachten zij dat wij de zaak wel even in orde maken. Die mentaliteit moet nodig veranderen.''

Blue Angel

Naast een gebouw met het opschrift Salumificio Abba wacht de veewagen in de ochtendschemer op zijn beurt. Eromheen lopend zien we dat de cabine is beschilderd met een rij vrolijke biggetjes, daarboven prijkt de naam Blue Angel; hier en daar tussen de spijlen steken een paar zachte varkensneuzen naar buiten.

De uit een Gelders dorp afkomstige oplegger is met 243 dieren maximaal beladen en legde, naar schatting van zijn volgers, in 23 uur bijna 1400 kilometer af. Als een andere Nederlandse wagen na drie kwartier zijn lading heeft gelost, rijdt de Blue Angel naar een brede deur aan de achterkant van het gebouw. Dan opent de chauffeur de klep om even later met hulp van een Italiaan de varkens uit de auto te slaan. Als zakken meel donderen de dieren over een glijbaan naar beneden waar ze, bonkend tegen een ijzeren paal, op het beton terechtkomen. Terwijl de Italiaan met een stok klappen uitdeelt, krabbelen ze op om gebutst en verdwaasd in een donkere hal te verdwijnen. Daarbuiten staat, naast bakken met vellen en ingewanden, een installatie die sporen toont van geronnen bloed. Vijftig meter verder geeft bij de rand van het bos een bordje aan dat hier een wandeling voor natuurliefhebbers begint.

Op de terugweg brengen we de nacht door in Aosta. Geïnspireerd door het zonnige winterweer maken Hamish Rogers en Bryn Pass de volgende ochtend met een gehuurd vliegtuigje een rondvlucht: voor het eerst zien zij de sneeuw op de Alpen. ""Dat is het ware leven'', zeggen ze. Maar als we op weg naar de Franse grens enkele Engelse veewagens tegemoet komen, worden de inspecteurs onrustig. Het liefst willen ze er meteen achteraan.