Keizer Salinas wijst zijn troonopvolger aan ; Speculaties over kandidatuur Mexicaans presidentschap

MEXICO-STAD, 6 FEBR. De kandidaat-in-spe wil niet als eerste het woord voeren. Hij wacht de vragen wel af. Maar de antwoorden op de vragen stellen teleur: fraaie volzinnen waarin Latijns-Amerikaanse politici zijn gespecialiseerd, maar die eigenlijk "geen commentaar' betekenen. Spreker is Manuel Camacho Sols, de regent (burgemeester) van Mexico-Stad, een metropool met naar schatting twintig miljoen inwoners. Camacho, uiteraard een vooraanstaand politicus van de al sinds 1929 regerende Institutionele Revolutionaire Partij (PRI), is méér dan regent. Hij komt ook in aanmerking voor het Mexicaanse presidentschap, in elk geval in de ogen van buitenstaanders.

Wie zal Carlos Salinas de Gortari aanwijzen als zijn opvolger? Het speculeren op die vraag is opnieuw een veel beoefend gezelschapsspel. Want in zijn laatste volledige regeringsjaar is het aan de huidige president om via de befaamde dedazo - letterlijk: vingerwijzing - de kandidaat van de PRI te selecteren voor de verkiezingen, die vermoedelijk in juli 1994 zullen worden gehouden. In de afgelopen 64 jaar betekende nominering door de PRI automatisch het presidentschap. De PRI won immers altijd, al dan niet door massale stembusfraude.

“Het is een volkomen persoonlijke beslissing van de zittende president, net als van Caligula in het Romeinse keizerrijk”, zegt Oscar Hinojosa, de gerespecteerde politieke commentator van het dagblad El Financiero. “Tener pantalones, de broek aanhebben, noemen we die autoritaire vorm van regeren hier.” Volgens Hinojosa zal Salinas in zijn opvolger iemand zoeken die het door zijn voorganger Miguel de la Madrid (1982-1988) begonnen en door hemzelf verder uitgewerkte neo-liberale economische beleid kan voortzetten en vooral de dringend noodzakelijke politieke hervormingen gestalte kan geven.

Over de motivering van een Mexicaanse president om juist die ene persoon tot zijn opvolger te benoemen, is eigenlijk maar weinig bekend. De oud-presidenten zelf laten vrijwel niets los over de dedazo; niet over hoe ze zelf kandidaat zijn geworden en evenmin hoe zij hun kandidaat hebben uitgekozen. Zeker is, dat het in belangrijke mate om een vrij irrationeel proces gaat. Zo schreef José López Portillo (president van 1976 tot 1982) in zijn memoires, dat Miguel de la Madrid zelfs een psycholoog raadpleegde om te weten te komen hoe hij, López, het beste kon worden benaderd. Over López' voorganger, Lus Echeverrá (1970-1976), gaat de anekdote dat hij als minister van gobernación - binnenlandse zaken, geheime dienst, centrale kiesraad - 's ochtends voor dag en dauw al op de golfbaan stond, toen president Gustavo Dáz Ordaz zich eens had laten ontvallen graag in alle vroegte een paar holes af te gaan.

Vooral in het een na laatste jaar van een sexenio, de presidentiële termijn van zes jaar, lijkt het analyseren van de Mexicaanse politiek op het werk van de toenmalige Kremlin-watchers. Hoe staat het politburo erbij tijdens de 1 -meiparade? Is die ene generaal weer een plaatsje dichter naar de secretaris-generaal opgeschoven of juist de KGB-chef?

Recente wisselingen in het kabinet van Salinas hebben tot soortgelijke speculaties geleid. De benoeming van José Patrocinio González Garrido tot minister van het belangrijke Gobernación - en daarmee het verdwijnen op die post van een andere kanshebber - stuurde het onlangs nog courante opvolgingsschema behoorlijk in de war. González was tot voor kort de autoritaire en volgens mensenrechten-organisaties hardvochtige ex-gouverneur van de zuidelijke staat Chiapas. Wat moet de modernistische Salinas, zo luidde de borreltafelanalyse, nou met zo'n ouderwetse cacique van de PRI, zo'n type dat bij voorkeur met geweld de Indianen van Chiapas van hun land liet afzetten? Ook de benoeming van Salinas' studiegenoot uit zijn tijd aan de Autonome Universiteit van Mexico en later Harvard, Emilio Lozoya Thalmann, tot minister van energie, mijnen en staatsbedrijven, leidde alom tot verwarring.

Het lijstje potentiële kandidaten tot aan de recente kabinetsherschikking bestond namelijk al een tijd lang uit dezelfde mensen. In de eerste plaats Manuel Camacho, de burgemeester van Mexico-Stad. Diens nadeel zou een teveel aan populisme zijn. “Hij lijkt altijd wel campagne te voeren”, zegt politiek commentator Hinojosa, “maar hij is ook een jeugdvriend van Salinas.”

Camacho leek op een recente bijeenkomst met de buitenlandse pers in Mexico ongelukkig te zijn met vragen over zijn mogelijke kandidatuur. Zijn presentatie bij die gelegenheid werd als weinig energiek en voortvarend beschouwd; twee kenmerken die de huidige president voortdurend ten toon spreidt. Herhaaldelijk geconfronteerd met vragen over de ernstige vervuiling in de stad waarover hij het bevel voert, kwam Camacho niet veel verder dan: “Ik ben er gerust op dat we al het mogelijke hebben gedaan om de vervuiling te verminderen.”

Dat was op een dag dat er twee zogenoemde thermische inversies plaatshadden en de smogwaarden voor alle vijf sectoren van de Mexicaanse hoofdstad schommelde tussen "zorgelijk' en "verontrustend'. Een beroepswaarnemer van de Mexicaanse binnenlandse politiek over Camacho: “Ik denk dat ze hem willen afbranden door hem zo nadrukkelijk te presenteren als kandidaat. Daarna zal Salinas in alle rust met een volkomen andere persoon op de proppen komen.”

Die andere persoon zou Lus Donaldo Colosio kunnen zijn, voormalig voorzitter van de PRI en momenteel verantwoordelijk voor "Solidariteit' - het regeringsprogramma van infrastructurele werken - waarmee Salinas nu met groot succes de zielen wint van de meerderheid die in 1988 niet op hem stemde. Voortzetting van het beleid-Salinas na het huidige sexenio zal in elk geval moeten betekenen: doorgaan met Solidariteit. De potentiële opvolger van Salinas moet dus de komende maanden veel het platteland op om door Solidariteit gefinancierde scholen, rioleringen en wegen te openen.

Oscar Hinojosa meent dat Donaldo's kansen stijgen indien burgemeester Camacho “te onafhankelijk” wordt geacht en een andere sterke kanshebber, minister van financiën Pedro Aspe, als te zwak wordt gezien om het tegen de oppositie op te nemen. Want dat element mag natuurlijk niet uit het oog worden verloren. Salinas' eigen verkiezing in 1988 zou alleen hebben kunnen plaatshebben dank zij de ingrijpendste stembusfraude uit de geschiedenis van de PRI.

Volgens nooit bevestigde berichten was eigenlijk de linkse oppositieleider Cuauhtémoc Cárdenas de winnaar in '88. Maar op de stembusavond vielen de computers van de door Gobernación beheerste centrale kiesraad ineens uit, Salinas werd tot winnaar uitgeroepen en de stembiljetten werden later, ondanks protesten van de oppositie, vernietigd.

De Mexicaanse oppositie, die de afgelopen jaren verwoede en slechts ten dele succesvolle achterhoedegevechten voerde tijdens lokale verkiezingen, lijkt momenteel niet echt in staat om de combinatie PRI-Solidariteit-Salinas-Salinaskloon te kunnen verslaan. De hernieuwde kandidatuur van "verliezer' Cárdenas voor de linkse PRD zou volgens het dagblad El Dá gisteren officieel worden afgekondigd. Links gokt dus weer op Cárdenas, ondanks het duidelijk verminderde charisma van deze PRI-spijtoptant.

De rechtse oppositiepartij PAN kon de afgelopen jaren - dank zij persoonlijk ingrijpen van Salinas - twee gouverneursposten winnen, maar de uit de religieus-politieke en contra-revolutionaire Cristero-beweging van de jaren twintig voortgekomen partij is sinds het verongelukken van hun geliefde leider Manuel Clouthier onthoofd.

Toch menen vele analisten van de Mexicaanse politiek, dat de presidentsverkiezingen van 1994 niet een bij voorbaat gewonnen strijd voor de PRI zullen zijn. Bovendien is het (inter-)nationale klimaat voor verkiezingsfraude danig verslechterd. Op de valreep van een cruciaal handelsakkoord met de VS en Canada (NAFTA) is een door het Amerikaanse Congres overgenomen beschuldiging van verkiezingsfraude wel het laatste wat Mexico kan gebruiken.