Jurie Mentz is een blanke Zulu

KAAPSTAD, 6 FEBR. In de vloeibare Zuidafrikaanse politiek tussen apartheid en democratie lopen alle kleuren door elkaar heen. Zo kon het deze week gebeuren dat de blanke volksvertegenwoordiger Jurie Mentz in een lift van het parlementsgebouw in Kaapstad grappend een kleurling-collega probeerde te ronselen voor de zwarte Zulu-partij Inkatha. In deze fase van voorsorteren voor het nieuwe Zuid-Afrika stapte Mentz vorige week tot verrassing van zijn Nationale Partij (NP) als eerste over naar Inkatha. Jurie Mentz (67) noemt zichzelf nu, na veertig jaar trouwe dienst voor het architectenbureau van de apartheid, “de blanke Zulu”.

Mentz wil vooral “bemiddelaar” zijn tussen de NP van president De Klerk en de gematigde Inkatha-partij van Mangosuthu Buthelezi. Hij wil “misverstanden en wantrouwen” uit de weg ruimen, want de voormalige bondgenoten tegen de radicalere zwarte partijen zijn uit elkaar gegroeid. De NP koos eind vorig jaar voor directe onderhandelingen met het Afrikaans Nationaal Congres (ANC), de belangrijkste zwarte partij en tegenstrever van Inkatha. Sindsdien heeft Buthelezi zich afgewend van de NP en spreekt hij dreigend over afscheiding van de provincie Natal, waarin het versplinterde thuisland KwaZulu ligt dat hij regeert.

“Als de Nationale Partij en het ANC daadwerkelijk een consensus denken te kunnen bereiken zonder Inkatha, komen er grote moeilijkheden in dit land”, voorspelt Mentz in het parlementsrestaurant met uitzicht op de Tafelberg. “Dat zou een verschrikkelijke fout zijn. De Zulu's zullen niet aanvaarden dat ze door een andere etnische groep worden geregeerd. Als hun verlangen naar zelfbestuur wordt genegeerd, dan gaat het net zo mis als in Mozambique - dan zal Zuid-Afrika onregeerbaar worden.”

Jurie Mentz is ondanks zijn twintig jaar als parlementariër geen hoofdrolspeler op het politieke toneel, maar zijn overstap naar Inkatha is een gevaarsignaal voor de NP-leiders. De rechterflank van de NP-fractie, die zich meer verwant voelt met Inkatha, staat wantrouwend tegenover gesprekken in afgelegen oorden in de bush met het ANC. De jongere garde in de partij wil voortgang maken en is daarom eerder geneigd een akkoord te sluiten met de mogelijke winnaars van de eerste verkiezingen, het ANC, dan met de weerspannige Buthelezi. Bilaterale onderhandelingen met Inkatha eindigden vorige maand in een ondiplomatieke scheldpartij, die met moeite werd bijgelegd.

De eerste scheurtjes in het hechte bolwerk van de "Nats' toonden zich toen Buthelezi in een tegenzet zijn ontwerp-grondwet voor een onafhankelijke federale staat Natal/KwaZulu presenteerde. Terwijl president De Klerk het plan scherp afkeurde, waren de Natalse NP'ers die veel voelen voor een eigen federale staat positief. Met Mentz' vertrek uit de fractie scoort Buthelezi een politiek punt. Na de parlementariër voor de Democratische Partij Mike Tarr, die zich deze week als nummer twee bij Inkatha aanmeldde, sluit Mentz meer overlopers uit de Nats-fractie niet uit. “Het zal van de onderhandelingen afhangen. De collega's wachten af. Als de Nationale Partij zich hard blijft opstellen tegen Inkatha zullen er meer volgen.” Nu zijn er zeven vertegenwoordigers van zwarte partijen in het blanke parlement: twee voor Inkatha en vijf oud-DP'ers die vorig jaar overliepen naar het ANC.

Mentz zegt zich politiek thuis te voelen bij Inkatha wegens de ideeën over federalisme en vrije-markteconomie. Hij blijkt als veel blanken in Natal tevens aangestoken door een soort Zulu-romantiek, een verering van de trotse zwarte strijder en de band die zou bestaan tussen de Zulu en blanke Afrikaner. Mentz groeide op de boerderij in Vrijheid, Noord-Natal, op met de Zulu-kinderen van zwarte landarbeiders en spreekt hun taal. “Ik bewonder de moed van de Zulu's. Ik wil niet dat ze vechten, maar ze zijn de beste vechters van Afrika, met een discipline die je zelfs in het leger niet vindt. Ik heb al die jaren in Natal zonder een wapen rondgelopen en mijn deur nooit op slot gehad. Dat kan, want de Zulu die steelt wordt gestraft door zijn chief. Ze hebben ook het grootste respect voor de Boeren. Hun woord voor kampioen of overwinnaar is ipungu, wat ze ook gebruiken voor Boer. Ze hebben de vorige eeuw veel veldslagen met de Engelsen geleverd, maar door de Boeren zijn ze in één keer verpletterd in de slag bij de Bloedrivier (1838, red.). Ze zeggen: de Engelsen zijn makkelijk om tegen te vechten, de Boeren niet.”

Het einde van de apartheid is niet het einde van etnisch denken in Zuid-Afrika. Met dezelfde overtuiging waarmee de NP jarenlang probeerde bevolkingsgroepen kunstmatig te scheiden, beweert Mentz nu dat Zulu's zich nooit zullen laten regeren door leden van de Xhosa-bevolkingsgroep. Het ANC, dat zich een non-raciale partij noemt en leden van alle bevolkingsgroepen heeft, wordt door Zulu's gezien als een Xhosa-partij wegens de vele Xhosa's binnen de leiding, meent Mentz. De enige oplossing is volgens hem een federale staatsstructuur, zodat Buthelezi in Natal, waar hij de meeste aanhang zou hebben, als president zijn eigen volk kan regeren. “De Zulu's en de Xhosa's hebben door de geschiedenis heen gevochten om macht en land. De Zulu's wonnen altijd. Ze zullen nooit het gezag van een andere groep aanvaarden. Racisme bestond tussen blank en zwart. Nu worden we één land, maar geen zwarte etnische groep zal zich laten overheersen door een andere. Mensen willen bij hun eigen groep blijven, daar waar ze dominant zijn. Het verschil is dat het zal gebeuren op vrijwillige basis, en niet meer afgedwongen door de wet.”

De Inkatha-parlementariër geeft toe dat ook het ANC veel Zulu's onder zijn aanhang rekent. In Natal zou volgens het ANC tegen de vijftig procent van de Zulu's de beweging van Mandela steunen. Het is maar de vraag of Buthelezi bij verkiezingen de alleenheerschappij zal krijgen. Maar Mentz rekent op de invloed van de koning der Zulu's, Goodwill Zwelithini. “De Zulu's zijn de enige groep die een eigen koning hebben. Ik verwacht dat hij voor de verkiezingen de Zulu's zal oproepen om op Inkatha te stemmen. Dat zal een grote uitwerking hebben, want de koning heeft veel gezag onder mensen die niet zo politiek denken.”