Ik ben in mijn foto's op zoek naar intimiteit, naar vrienden

AMSTERDAM, 6 FEBR. Ze staat middenin een zaal van het Stedelijk Museum. Een rijzige gestalte, zonder make-up en volledig gekleed in het zwart. Haar bewegingen zijn ferm, haar diepe stem ook. Ze lacht niet om aardig gevonden te worden. En niets verraad dat dit het zoveelste interview is.

Annie Leibovitz (1949) is zeer tevreden over de inrichting van haar tentoonstelling in Amsterdam. "Als het maar chronologisch hangt, want dan wordt mijn ontwikkeling zichtbaar." Ze is gisteren gearriveerd, en vanmiddag alweer naar huis gevlogen. Zo doet Amerika's meest vooraanstaande portretfotografe de negen Europese steden aan waar haar 145 foto's naar toe reizen. De recente tentoonstellingen in Parijs, Hamburg en Madrid waren goed voor zo'n 320.000 bezoekers. Ze heeft net een sessie met de Amerikaanse president Clinton achter de rug. "Ik kreeg er een kwartier voor, en voelde me na afloop een wrak. En dat is zacht uitgedrukt."

Elke dag schuifelen er in Amsterdam honderden mensen langs de 'rich and/or famous', geplaatst in een bonte, esthetische of vermakelijke setting. Velen portretteerde ze voor bladen als Rolling Stone (1970- 1983) en het 'glossier' Vanity Fair (vanaf 1983), of voor reclame- campagnes van American Express: Van de ongenaakbare Joan Collins, wier borsten dankzij het plakband flink gerezen zijn, tot de innemende Vaclav Havel. Van Ivana Trump, die als een verkrampt Barbie-popje op een gouden stoeltje balanceert, tot Betty Midler, mijmerend in een bed vol rozen.

Annie Leibovitz kreeg als fotografe al jong erkenning. Negentien jaar oud keek ze toevallig Rolling Stone in, het blad van de tegencultuur; ze liet de redactie een paar foto's zien, en kort daarna kon ze op pad om John Lennon te portretteren, toen nog met baard. Later zou zij die allerlaatste foto van hem maken; Lennon, naakt, een koele en geklede Yoko Ono omhelzend, een paar uur voor zijn dood.

Menig ster kwam op een cover terecht. Covers die niet tentoongesteld worden, omdat, aldus Leibovitz, "sommige vanwege de eisen die de advertising stelt, niet sterk genoeg zijn aan de wand. Op covers moet vooral het hoofd groot en herkenbaar worden afgedrukt. Er mogen geen ruggen op, en ik houd zo van ruggen. De foto van Steve Martin bijvoorbeeld, die ten voeten uit voor dat schilderij van Franz Kline poseerde, want dat wilde hij graag, was goed voor de laagste oplage die Rolling Stone ooit heeft gehaald. Men zag gewoon niet wie het was."

De Stedelijk-tentoonstelling begint met aandoenlijke huis-tuin-en keuken-foto's van mensen die Leibovitz heten. "Thuis bij mijn ouders en vijf broers en zussen heb ik mijn eerste snapshots gemaakt. Fotografie komt bij mij dus voort uit genegenheid. Mijn vader werkte bij de luchtmacht, we moesten vaak verhuizen, daarom werden mijn familieleden mijn beste vrienden. Mijn moeder, die haar carriere als danseres had moeten opgeven, stimuleerde ons, hoe arm we ook waren, te musiceren, te dansen, te schilderen. Ze hoopte dat wij die carriere wel konden maken. We waren volkomen vrij te doen en laten wat we wilden.

Aanvankelijk wilde Leibovitz schilderen. Ze nam les op het San Francisco Art Institute. Ze wilde geen schilderes worden, maar lesgeven in schilderen. "Het leek me wel wat om net zoals mijn lerares op 'high school' met je hobby je brood te verdienen. Flauwekul, natuurlijk. Ze maakten me op dat instituut snel duidelijk dat je met die intentie daar niet kon studeren. Ik zal mijn leven lang blijven worstelen met dat idealistische purisme dat bij dat schilderen hoort. Ik ben weliswaar in een commerciele wereld terechtgekomen, maar ik wil dat mijn werk naar dat purisme verwijst. Het moet sterk en persoonlijk zijn. Robert Mapplethorpe heeft eens gezegd dat fotografie alles met seks te maken heeft. Mij is het puur om de fotografie te doen."

Tot haar 35ste zou ze voornamelijk maken wat van haar gevraagd werd. Ze paste zich aan en keek naar het werk van illustere voorgangers als Richard Avedon, Diana Arbus en Irving Penn. Pas de laatste vijf jaar, zegt ze, bepaalt ze haar eigen koers.

Nee, ze heeft nu geen tijd meer om haar foto's zelf af te drukken. Een keer per jaar is ze in die "verleidelijke, sexy doka" te vinden. Nee, ze weet niet hoe ze koningin Beatrix zou vragen te poseren. Bij zo'n opdracht zou ze zich eerst lezend in de vorstin verdiepen, zoals bij elk model. En alweer: Nee, ze is het niet met me eens dat er zoveel beroemdheden om ons heen hangen. Het is een dwarsdoorsnede, zegt ze. Maar sommigen beweren dat die 'dwarsdoorsnede'-beroemdheden - Arnold Schwarzenegger, Jerzy Kosinski, Jerry Hall, Jodie Foster en een goudgeschilderde Jeff Koons - vooral naar hun eigen spiegelbeeld kijken; ze laven zich wel heel nadrukkelijk aan zichzelf. Vindt zij dat ook?

"Je kan niet alles, maar alleen iets van een persoon tonen. Mij staan lijn, vorm en licht ter beschikking om leven en emoties uit te drukken; geen geluid, geen tastzin. Of men zich in de camera spiegelt, weet ik niet. Zowel de fotograaf als zijn model beslissen elk voor zich wat hij of zij laat zien. Daarbij treedt een fotograaf op als rechter. De meeste personen zijn zich ervan bewust dat veel mensen die opname onder ogen krijgen. Sommigen laat dat koud, anderen maken zich daar zeer druk om."

Is het niet opvallend dat juist mannelijke kunstenaars naakt of halfnaakt voor haar poseren? "Sting en Mick Jagger worden beschouwd als 'art sex symbols'. Voor hen is het heel natuurlijk om hun shirt uit te trekken. Het is een manier om intimiteit uit te drukken. Dat portret van de dichter Robert Penn Warren kwam anders tot stand. Penn Warren was in zijn werk destijds met de dood bezig. Hij leefde zo gelaten, dat het leek alsof hij elk moment zelf kon bepalen wanneer hij zou sterven. Eerdere bezoeken leverden gewone foto's op. Bij mijn derde bezoek nam ik hem mee naar zijn compleet grijze slaapkamer, waar hij de meeste tijd bleek door te brengen. Ik vroeg hem zijn overhemd uit te doen, daarna zijn onderhemd. Als het had gekund had ik hem gevraagd zijn huid open te leggen om zijn botten te zien. Ik wilde alles uit de weg ruimen om uiteindelijk in zijn ogen te kunnen kijken.

"Steeds weer zoek ik in mijn werk naar intimiteit, naar vrienden. Ik wil het goede van mensen laten zien. Het is niet realistisch, ik weet het, maar ik ben dan ook geen journalist. Als journalist kan je geen standpunt innemen, alleen bij gebeurtenissen die met je op de loop gaan, zoals in Bosnie. Ik wil dat wel, ik wil net over de rand gaan, en heel nadrukkelijk ensceneren. De laatste tijd is mijn werk soberder geworden. Het grijpt terug naar vroeger."