“Het Leger des Heils is voor mij de beste ...

“Het Leger des Heils is voor mij de beste designer. De keuze die deze instelling de argeloze koper biedt is buitengewoon groot; je treft daar een collectie aan die je nergens anders ziet.

Zoveel stijlen, zoveel kwaliteiten, en zoveel jaargangen. Het aanbod gaat wel met een bepaalde vertragingsfactor, alles bereikt je zo'n tien tot twintig jaar later. Dan komt het pas van zolder. Het zijn altijd dingen die volkomen out of date zijn en daardoor heel interessant. Van C & A tot Pierre Cardin; Van Gils, Bosch en Societyshop. Bij het Leger des Heils is het gewoon ƒ 17,50 per costuum, welke kwaliteit dan ook of in welke staat. Dit is mijn voornaamste bron. Er zijn nog een paar winkels voor tweedehands spullen: Humana bijvoorbeeld, maar dat is toch wel minder. Eerst de visuele indruk: is het patroon interessant? Dan loop ik erop af en voel aan de stof. Kwaliteit is niet echt het criterium. Hoe het eruit ziet is belangrijker. Daarna of het past en daarin hanteer ik een vrij ruime marge. Ik heb kleding die te klein is; om die reden dus moeilijk draagbaar, maar er zijn toch momenten dat je dat specifieke kledingstuk wilt dragen. En veelal te groot. Vooral bij pakken komt dat voor, broeken zijn eeuwig en altijd veel te groot, te wijd. Ik zoek naar extremen, dus ook extreem lelijk. Dat vis ik eruit. Op een gegeven ogenblik is iets lelijk, maar nog een stap verder wordt het mooi van lelijkheid. Daar zoek ik naar, bijvoorbeeld bij stropdassen. Van die vreselijk brede tapijten. Het aanbod van stropdassen uit de jaren zestig is groot, maar de meeste zijn heel saai. Sokken zijn bij mij eveneens sterk vertegenwoordigd. Daarin heb ik een ruime keuze opgebouwd. Daarom zorg ik ervoor dat al mijn broekspijpen te kort zijn. Het zogeheten "hoogwater'. Daardoor zie je die sokken beter. En die sokken zijn natuurlijk waard om gezien te worden. Vind ik.''