HELD

The Struggle and the Triumph. An Autobiography door Lech Walesa 330 blz., geïll., Arcade Publishing 1992, f 55,40 ISBN 1 55970 149 8

Op 22 december 1990 legde Lech Walesa, voormalig elektriciën uit Gdansk, voormalig dissident, voormalig vakbondsleider, in de Sejm de eed op de grondwet af en werd hij president van de Poolse Republiek: de bekroning van tien jaar van politieke en vakbondsactiviteit.

Het is tevens het moment waarop Walesa het tweede deel van zijn memoires afsluit. The Struggle and the Triumph, het vervolg van het in 1987 gepubliceerde A Way of Hope, behandelt de periode van 1984 tot 1990, van de moord op de priester Jerzy Popieluszko door leden van de geheime politie tot die plechtigheid in de Sejm. Twee symbolische momenten: de moord was het dieptepunt van de repressie van de laatste decennia van het Poolse socialisme, Walesa's installatie als president was de ultieme zege op dat socialistische systeem.

Tussen die twee tijdstippen voltrok zich in Polen de vreedzame afrekening met het socialisme, en wie de memoires van de hoofdpersoon bij uitstek van die omwenteling ter hand neemt mag dus heel wat verwachten. Hij mag in elk geval het antwoord van die hoofdpersoon op een hele reeks prangende vragen over dit net afgesloten hoofdstuk van de Poolse geschiedenis verwachten, vragen over de rol van generaal Jaruzelski bij de transformatie van dictatuur naar democratie bijvoorbeeld, over de rol van de laatste socialistische premier Rakowski, over die van de paus ook, over de rol van Gorbatsjov. Hij mag verwachten meer te weten te komen over de motieven achter de door Walesa ontketende "oorlog' tegen premier Mazowiecki in 1990, of over de vraag waarom Walesa per se president moest worden.

Lech Walesa beantwoordt echter in zijn boek niet één van deze vragen, zelfs niet bij benadering. The Struggle and the Triumph heeft, ondanks de omvang van het boek, nog het meest weg van een uitgewerkte agenda: een chronologische opsomming van bezigheden, data en activiteiten met een minimum aan toelichting.

Om een voorbeeld te noemen: in de lente en de zomer van 1990 suggereerde Walesa bij elke gelegenheid dat president Jaruzelski's tijd voorbij was en dat hijzelf president zou moeten worden. In augustus ging hij naar Rome, waar hij uitvoerig met de paus sprak over de politieke situatie in Polen. Het ligt voor de hand - om het zwak uit te drukken - dat zijn kandidatuur voor het presidentschap daarbij ter sprake is gekomen, en de lezer van de memoires zou dus mogen verwachten daar iets over te lezen. Zelfs als het onderwerp zelf te delicaat zou zijn geweest, zou die lezer misschien iets mogen vernemen over de adviezen van de paus, of over de zienswijze van de paus met betrekking tot de toestand in Polen.

Maar nee, de hele episode wordt afgedaan met de zinnen: ""Mijn batterijen werden opgeladen. Mijn twijfels en zorgen verdwenen.'

Er worden in dit boek nogal wat stoten onder de gordel uitgedeeld. Wojciech Jaruzelski speelde in de jaren 1989 en 1990 een sleutelrol bij de transformatie van Polen - zijn beloning bestaat, voor zover het Walesa betreft, uit louter schamperheid. Nog erger vergaat het de intellectuelen die tien jaar lang in Walesa's schaduw het communisme bestreden - zij worden in dit boek zelfs met onverholen minachting overladen. Ze zijn "eierhoofden' die "cappuccino's drinkend' slechts "lege retoriek' produceerden en in 1990 "in hun zeepkisten' klauterden om hem, Lech Walesa, te bestrijden.

The Struggle and the Triumph kent - afgezien van de paus - maar één held: Lech Walesa, die zich honderden pagina's lang verbaast over zijn eigen grootheid en niet uitgekeken raakt op zijn constatering dat een eenvoudige elektriciën uit Gdansk het zover kan schoppen. In dit tweede deel van de memoires trekt de schrijver een reusachtig standbeeld van zichzelf op. Het doet het ergste vrezen voor het derde deel.