Gevormd

Als je je voor dieren interesseert, stuit je vroeg of laat op de vraag of je wel van mensen houdt.

Op een literaire avond verschijnt deze vraag in de gedaante van een bijna academisch gevormde vrouw op de tweede rij. Ze zit de hele tijd aan de zoom van haar rok te frunniken. Uiteindelijk steekt ze haar vinger op. En dan stelt ze hem. Houdt u wel van mensen?

Van u mevrouw, zou je willen zeggen, hou ik in elk geval niet. Maar er zijn mensen bij, je moet op je woorden letten. Je zegt: mijn vader en moeder leven nog; ik ben getrouwd, ik heb kinderen, een zuster en een broer en misschien wel vrienden. Je zegt: er zijn dus mensen van wie ik hou. Want ja, welke mensen bedoelt die vrouw eigenlijk? Is de mensheid niet op alle mogelijke niveaus verdeeld in bosniërs en serviërs? Hou je van de één, dan slaat de ander je de hersens in. Of andersom. En als je van iedereen probeert te houden, pakken ze je allebei. (Dat was een leerzaam gesprek met Dick Hillenius. Hij had een boek over dierentuinen geschreven. Hij zei: ik heb voor- en tegenstanders het volle pond gegeven en nu zijn ze allebei boos op me.)

Laten we wel zijn: zelfs Onze Lieve Heer houdt niet van iedereen. Je denkt weleens, als je om je heen kijkt: Hij houdt van niemand.