Duitse polis WAO kost minder premie

ROTTERDAM, 6 FEBR. Via assurantiekantoren worden sinds kort Duitse arbeidsongeschiktheidsverzekeringen aangeboden. Omdat daar niet zo'n goede wettelijke arbeidsongeschiktheidsverzekering bestaat, is daar al tientallen jaren een grote markt voor particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. Deze zouden in veel gevallen aanzienlijk goedkoper zijn dan soortgelijke verzekeringen die Nederlandse verzekeraars bieden.

Crooy Assurantiën in Winterswijk is een van de eerste tussenpersonen die de Duitse verzekeringen op de Nederlandse markt heeft geïntroduceerd. Omdat buitenlandse verzekeraars tot 1 juli volgend jaar nog niet rechtstreeks op de Nederlandse markt mogen werken, heeft Crooy een filiaal opgericht in Rhede, vlak over de grens. Hierdoor kan hij in Duitsland Nederlandse verzekeringen verkopen en omgekeerd. Ook andere tussenpersonenen kunnen via Crooys filiaal Duitse verzekeringen verkopen.

De dekking van de populairste Duitse arbeidsongeschiktheidspolis die Crooy biedt wordt verzorgd door de Alte Leipziger. Deze verzekert niet het WAO-gat, maar biedt een afwijkende dekking. Ze keert uit wanneer medisch wordt vastgesteld dat een ziekte langer dan een half jaar duurt. Dat betekent dat er ook uitgekeerd wordt wanneer men nog in de Ziektewet zit. De premie is afhankelijk van leeftijd, beroep en gezondheidstoestand. Als indicatie noemt directeur Hans Crooy een bedrag van 1,5 procent van het salaris.

Nederlandse verzekeraars zetten vraagtekens bij het aanbod van Crooy. Jacques van Ek, president-directeur van de Amersfoortse Verzekeringen: “Wat Crooy heeft gedaan is best inventief, maar naar mijn gevoel mag het niet. Bovendien baseren Duitse en Nederlandse verzekeraars zich op verschillende statistieken. Het arbeidsongeschiktsheidsrisico in Nederland is slechter dan in Duitsland. Kennelijk weet men dat niet bij de Alte Leipziger. Dat kan natuurlijk nooit lang duren.” Van Ek wijst erop dat de uitkering verbonden zal zijn met het Duitse schadebeleid. In Duitsland wordt anders gekeurd dan in Nederland. Vooral op het gebied van stress en andere psychische factoren is men in Nederland relatief soepel.

Ook het Verbond van Verzekeraars zet vraagtekens bij de Duitse polissen. “Sluit de polis aan op het Nederlandse WAO-gat? Zijn de keuringen in Duitsland en Nederland hetzelfde? Het is de vraag of de produkten wel goed vergelijkbaar zijn”, aldus mevrouw J. van Leeuwen namens het verbond. Crooy, die dezer dagen overspoeld wordt met telefoontjes, probeert het gehakketak weer wat te dempen: “Ik begrijp wel dat Nederlandse verzekeraars het niet leuk vinden wat ik doe. Ik wil ook niet zeggen dat mijn produkt zaligmakend is. Het is een Duitse verzekering, naar Duits recht, met Duitse polisvoorwaarden. Ik vraag alleen een stukje vrije marktbenadering.” Het vergelijken van voorwaarden van arbeidsongeschiktheidsverzekeringen is zeer ingewikkeld. Crooy wijst er met klem op dat elke tussenpersoon de Duitse polis kan aanbieden.

Het Verbond van Verzekeraars adviseert werknemers niet nu al een individuele arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten. Van Leeuwen: “Kijk eerst wat je werkgever gaat doen. Daarna kun je altijd nog kijken of er een gaatje overblijft. Doe vooral niets overhaast.” Crooy vindt dat men wel een flink risico neemt door af te wachten. Volgens hem is een werknemer beter af met een individuele verzekering die na een jaar opzegbaar is. Mocht in de loop van het jaar de werkgever een goede dekking hebben geregeld, kan de werknemer zijn eigen verzekering opzeggen.

Van Ek vindt dat de markt voor particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekerngen sterk overschat wordt. “De schatting van drie à vier miljard gulden per jaar is erop gebaseerd dat alle bedrijven al hun werknemers verzekeren voor het hele WAO-gat. Dat is erg onwaarschijnlijk. We krijgen nu bijvoorbeeld van bedrijven veel aanvragen voor offertes voor partiële aanvulling op de WAO. En er zullen ongetwijfeld ook veel witte vlekken blijven. Ik schat de markt voorlopig op één miljard per jaar.”