De zwakke broeders in het Nederlandse bedrijfsleven moeten zonder Vader Staat verder

Minister Bert de Vries luidt de noodklok. De problemen bij vrachtwagenfabrikant DAF en het aangekondigde banenverlies bij KLM doen de minister van sociale zaken en werkgelegenheid denken “aan de berichten van massale ontslagen zoals we die tien jaar geleden kenden”. Voor dit jaar vreest hij een “dramatische” daling van de werkgelegenheid met mogelijk veertig- tot vijftigduizend banen. Een schril contrast met een gemiddelde stijging van 100.000 per jaar waar het kabinet bij de opstelling van het Regeerakkoord in 1989 vanuit ging.

Traditioneel besloot De Vries zijn vraaggesprek met de IKON-televisie met een "boodschap': een dringend beroep op werkgevers en werknemers om de lonen te matigen. Vol zelfkennis. “Het is mijn hobby om daar mee af te sluiten”.

En passant merkte hij op dat de kwetsbaarheid van de Nederlandse economie “aanzienlijk groter” is dan hij had verwacht. De calvinistische minister had gehoopt dat de Nederlandse bedrijven in de relatief gunstige periode 1989-1991 spaarpotten zouden hebben gecreërd.

En nu het slecht gaat met de economie weten bedrijven de weg naar Economische Zaken weer te vinden. "Koos wordt de laatste tijd vaker door oud-collega's gebeld', weet een ingewijde te melden. Met nul op het rekest, want steunbeleid is sind het Rijn-Schelde-Verolme (RSV) debâcle taboe.

Na 1973 (eerste oliecrisis) was de steunverlening gericht op het behouden van werkgelegenheid. De steun kwam onder grote maatschappelijke - stakingen - tot stand. "Met een overgave die aan de speeltafel niet zou hebben misstaan' werd RSV met 2,25 miljard gulden gesteund. Achtduizend van de dertienduizend banen verdwenen.

Anticiperend roept Koos Andriessen al sinds het begin van deze kabinetsperiode dat hij de geldbuidel niet zal laten rammelen voor het in nood verkerende bedrijfsleven. Het beleid van Economische Zaken is gericht op het creëren van gunstige concurrentie-voorwaarden voor het bedrijfsleven. Nederland is te klein voor een industriebeleid à la Frankijk, Groot-Brittannië en Duitsland. Het kabinet - en alle fracties in de Tweede Kamer - zijn daarvan doordrongen. Het RSV-spook laat ook het nieuwe Kamergebouw niet los.

De sociaal-democraten - met traditioneel meer aandacht voor werkgelegenheid - leggen Andriessen ook niet het vuur aan de schenen. Een financiële claim zou de CDA-minister doorschuiven naar Financiën en daar zwaait PvdA-leider Wim Kok de scepter. Conform het bedrijfsleven heeft ook de overheid geen appeltje voor de dorst. En de budgettaire ruimte is nul, laat Kok zijn collega's tot vervelends toe weten.

Maar binnenkort beschikt Andriessen over een fonds van ongeveer 880 miljoen gulden waarmee hij de industrie - onder strenge randvoorwaarden - financieel kan steunen. Saillant is dat de eerste gegadigden zich deze week al gemeld. Het gaat om financieel gezonde bedrijven, want het fonds is niet bedoeld voor de steun. Als eis stelt Andriessen namelijk dat de bedrijven “in de kern gezond zijn, goed geleid worden en toekomstperspectief hebben”. Picking the winners.