De fratsen van de BVD

De vorig jaar ingestelde "klankbordgroep' van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) heeft haar eerste vergadering gevierd met een kennismakingsmaaltijd. We herkennen daarin de stijl van de zwierige mr. A. Docters van Leeuwen, die sinds zijn aantreden als directeur van de BVD woord heeft gehouden en elke maand met een nieuw initiatief is gekomen om zijn vesting aan de Haagse Kennedylaan wat op te fleuren en zijn "gummiezolen' uit de schaduw te halen.

Op het Binnenhof is daarmee een bourgondisch gebruik uit de dagen van de oude Republiek in ere hersteld: een eet- en drinkgelag zoals de EdelGroot- en Hoogmogende Heren die, bij gebrek aan fractiekamers, in hun nabijgelegen hotels ("Gelderland' of "Amsterdam') plachten aan te richten om het nuttige met het aangename te verenigen.

Na die eerste bijeenkomst werd uit naam van de (verantwoordelijke) minister van binnenlandse zaken in een persbericht verklaard dat de "klankbordgroep' bestaat uit "personen die representatief zijn voor diverse sectoren van de samenleving' en de BVD een "onafhankelijk oordeel en advies moet geven over wat de samenleving van een dienst als de BVD verwacht' (NRC Handelsblad van 26 januari). In dat persbericht van Binnenlandse Zaken komt nauwelijks een zinsnede voor die geen onzin of wartaal bevat.

Dat geldt in de eerste plaats voor de naam van het gezelschap, die met zorg gekozen is om het karakter van vrijblijvendheid aan te geven. De klankbordgroep is een praatclub die, volgens de toelichting van het ministerie, geen controlerende taak heeft, maar ervoor moet zorgen dat de BVD "voeling houdt met de samenleving'. “Binnen de groep wordt over het werk van de BVD in het algemeen gesproken, niet over specifieke zaken die de BVD onderzoekt” (Trouw van 27 januari). Die omschrijving wijst op de beperkte functie van de klankbordgroep. Het is in feite slechts een praatgroep die de directeur van de BVD een sterkere inwendige legitimatie geeft (en hem in de praktijk minder vatbaar zal maken voor de greep van de minister) maar de samenleving niets wijzer maakt over de BVD.

De mededeling over de herkomst van de leden van de klankbordgroep houdt het midden tussen onzin en een drogreden: die leden vertegenwoordigen niemand dan zichzelf; de nadere omschrijving van hun representativiteit heeft dus geen enkele betekenis of consequentie. Voor de variant die in Trouw verscheen (“De leden zijn op grond van hun functie en ervaring in de samenleving door de minister op persoonlijke titel uitgenodigd”) geldt hetzelfde: het ministeriële uithangbord moge allure verschaffen, maar in geen geval representatieve legitimiteit.

Niet bekend

Het Kamerdebat van de vorige maand heeft voorlopig alleen maar verwarde voorstellen van de VVD en de PvdA opgeleverd: die twee partijen willen de controle op de BVD uitbreiden door een onafhankelijke commissie van externe deskundigen op de rug van de vaste Kamercommissie voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten te laten meerijden. Dat is een voorstel met een even verwarrend als parlement-ondermijnend effect. In plaats van de vaste Kamercommissie (waarin de voorzitters van de vier grote fracties zitten) af te zetten dan wel op te jutten en de parlementaire controle uit te breiden, halen de liberalen en de socialisten het Paard van Troje binnen.

De motivering van Wöltgens en Bolkestein c.s. illustreert niet alleen de verwarring over het functioneren van de BVD maar ook die over hun eigen constitutionele bevoegdheden. De controle die zij voorstellen "zou het gat moeten vullen tussen het ministeriële toezicht op de BVD en de parlementaire controle' (NRC Handelsblad van 20 januari). Als er een gat is tussen het "toezicht' en de "controle', is er maar één orgaan dat daaraan iets dient te doen: de Tweede Kamer. Die moet haar bevoegdheden niet uit handen geven aan een externe niet-parlementaire controlecommissie maar zelf de koe bij de horens vatten. Zo'n zelfwegcijfering is een parlementaire buitenstaat-verklaring, die de regering alleen maar in de verleiding brengt de wurgers van het reorganisatiebureau Terpstra & Terpstra op de Kamer af te sturen.

De reactie van Docters van Leeuwen roept trouwens om een krachtige uitbreiding van de parlementaire controle. Voor de AVRO-radio liet de BVD-directeur weten "geen extra controle op de BVD te willen'. De Kamer had hem onmiddellijk lik op stuk moeten geven: een ambtenaar van de BVD (constitutioneel ondergeschikt aan de minister) heeft op het punt van controle niets te willen. Maar dat komt ervan als de Kamer en Binnenlandse Zaken een ambtelijk directeur de vrije hand geven om zijn eigen public relations te verzorgen en zijn uitbundige "profiel te verhogen'. Met die persoonlijkheidscultus zou de Kamer korte metten moeten maken: de misplaatste tolerantie die de minister tegenover de malle fratsen van de BVD-directeur aan de dag legt heeft al veel te lang geduurd. Het is de hoogste tijd dat de Kamer de minister te verstaan geeft dat zij, de Kamer, niet van een ambtelijke one man show gediend is en erop staat dat de minister de directeur van de BVD niet meer politieke ruimte geeft dan de hoofdcommissarissen van politie (die vorige week een publieke uitbrander van de minister kregen omdat zij zich de laatste tijd teveel over het politieke beleid hadden uitgelaten).

Als Docters van Leeuwen behoefte heeft aan een maatschappelijk klankbord, moet hij lid worden van de Rotary of zich aansluiten bij het Nederlands Gesprekscentrum. Voor een ambtenaar die "voeling zoekt met de samenleving' zijn daarvoor gelegenheden te over: de Haagsche Club, de sociëteit de Witte, de Young Lions, Pulchri, Arti et Amicitiae, Tesselschade Arbeid Adelt, Roterodamum, Amstelodamum, de supportersvereniging van FC Den Haag of de Vrienden van de toneelgroep De Appel.

De klankbordgroep zal geen lang leven beschoren zijn. Ze heeft zichzelf geen dienst bewezen maar ze zit op haar eigen blaren. Het pleit niet voor het constitutioneel besef van de leden (bisschop Ernst, professor Arie van der Zwan, commodore Schouten, burgemeester Peper en oud-burgemeester mevrouw Vos, om er slechts enkelen te noemen) dat ze zich in het maaiveld van de parlementaire controle voor het karretje van de BVD hebben laten spannen. Ze kunnen niets van betekenis zeggen zonder zich het verwijt op de hals te halen dat ze op de stoel van de Tweede Kamer zijn gaan zitten, maar zodra ze hun "onafhankelijkheid' tonen en op politieke tenen gaan staan, worden ze of van de ene kant (BVD) of van de andere (Kamer) belaagd of afgeschoten. Hoe eerder dat gebeurt, hoe beter.