De bakermat van Het Beest; De jongeren in Corleone nemen openlijk stelling tegen de mafia

Er heerst de schijnbare rust van de "pax mafiosa'. De bank is niet beveiligd, er wordt nauwelijks gestolen en de laatste jaren is er niemand doodgeschoten, gewurgd of in een vat zuur gegooid. De gevangenis is wegens gebrek aan bewoning in een klooster veranderd. Corleone, de Siciliaanse mafia-stad bij uitstek en eens de basis van Totò Riina, heeft twee zielen. De ouderen zwijgen. De jongeren praten wel. "Ze zijn niet bang omdat ze het verleden niet kennen.'

De weg naar Corleone kronkelt door verlaten valleien. Grote stukken stompe kale rots steken uit de grond, als geamputeerde ledematen. Lage wolken hangen dreigend over de bergen. Kilometers lang niemand en dan ineens een boer op zijn paard, op weg van niets naar nergens. Het spel van zon en wolken werpt grote vlekken van licht en donker over de vallei, nu nog groen, over een paar maanden geel en uitgedroogd. Een herder staat te peinzen bij zijn geiten. Er staat een gure wind en hij heeft zijn gezicht bedekt met een doek, als een Arabische vrouw. Twee uitdrukkingsloze ogen volgen de onbekende passant. Vreemden zijn hier niet welkom. Dit is mafialand.

De woeste en verlaten natuur is een passend voorportaal voor Corleone, de stad van de mafia. In miljoenensteden als Palermo en Catania gebeurt het: de moorden, de afpersing van winkeliers, het leegzuigen van de overheidskassen, de exploitatie van menselijke armoede en ellende. Maar het landelijke Corleone is het symbool. Wie de mafia uit romans kent, denkt aan don Vito Corleone, de peetvader in het gelijknamige boek van Mario Puzo.

De werkelijkheid heeft de fantasie van Puzo overtroffen. Corleone is de stad van Het Beest, de thuishaven van Totò Riina. Hij en zijn Corleonesi zijn de schrik van Sicilië geworden. Zij hebben zoveel gemoord, zoveel traditionele codes met de voeten getreden, dat steeds meer mannen van eer er genoeg van krijgen. Zij gaan samenwerken met de justitie. Echte pentiti, spijtoptanten, zijn het meestal niet. Maar ze vinden dat Riina op de verkeerde weg is. ""Ik herken me niet meer in een organisatie waarvan de regels ingrijpend zijn veranderd'', vertelt Giuseppe Marchese, een familielid van Riina, tegen de rechters. ""Ik vertrouwde volledig op Riina en op de regels van solidariteit waarvan ik dacht dat die de basis vormen van Cosa Nostra, maar ik heb begrepen dat die zijn verraden met het doel de absolute macht te krijgen.'' Anderen gaan praten omdat ze bang zijn voor Riina.

Zelfs nu hij uitentreuren in kranten en op tv is geweest, de handen machteloos voor zijn lichaam, in handboeien, boezemt hij angst in. Het zijn vooral zijn ogen. Kalm, staalhard, iets dichtgeknepen. ""Hij heeft een hypnotiserende blik'', zegt een van de politie-agenten die hem heeft ondervraagd. Daarom heeft Riina gezegd dat hij er zelf bij wil zijn, als andere mafiosi hem in de rechtszaal beschuldigen van een van de tientallen moorden waarvan hij wordt verdacht. ""Laat ze voor me staan, dat ze hun laster herhalen terwijl ze mij in de ogen kijken'', heeft Riina zijn ondervragers verzocht. Die tactiek van stille dreigementen is hij meteen al gaan toepassen. Hoe heet u, vroeg hij aan de agenten die hem direct na zijn arrestatie ondervroegen. En als hij dan de naam had gehoord, keek Riina de ander strak in de ogen, als om naam en gezicht in zijn geheugen te prenten.

Bang

De 72-jarige burgemeester van Corleone, Giuseppe Siragusa, zegt dat hij te oud is om bang te zijn. Als ik zijn kamer binnenkom - gewoon kloppen en naar binnen lopen, had een ambtenaar gezegd - onderbreekt hij zijn gesprek met anderen om openlijk over de mafia te praten. ""Ik ben buitengewoon tevreden met het resultaat dat de politie heeft geboekt door Totò Riina te arresteren'', zegt hij van achter een groot houten bureau, onder een schilderij dat het Laatste Oordeel voorstelt. ""Laten we hopen dat daardoor het imago van onze stad beter wordt. Natuurlijk heeft de mafia hier sterke wortels, maar dat wil niet zeggen dat twaalfduizend inwoners alleen maar mafia voortbrengen. Je kan niet heel de stad criminaliseren omdat mensen als Riina, Bernardo Provenzano en Leoluca Bagarella hier vandaan komen.''

Siragusa, met een gelooid gezicht dat is getekend door de jaren in een ruw land, geeft toe dat de meesten van zijn leeftijdgenoten wat voorzichtiger over de mafia praten. Ze hebben te veel gezien, te veel meegemaakt en sommigen van hen zijn een schakel in het netwerk van medeplichtigheid. ""De meeste mensen van mijn leeftijd zijn bang, zeker. Ze hebben nog steeds niet het gevoel dat ze in het openbaar kunnen zeggen wat ze denken. Maar dat is een vergissing. Kijk om u heen. Is dit een mafia-stad?''

Op het eerste gezicht niet. Overal hangen aanplakbiljetten van de anti-mafiapartij La Rete, de enige politieke pamfletten die te zien zijn. De boekhandelaar aan het plein tegenover het gemeentehuis heeft zijn kleine etalage voor de helft volgelegd met de belangrijkste recente boeken over de mafia. ""Komt u ook kijken naar de mafia?'' vraagt hij spottend. Al snel wordt zijn toon sarcastisch. ""De journalisten komen hier om te schrijven dat we allemaal mafiosi zijn en dat Corleone een achterlijk dorp is. Ze zoeken de vijf mensen in het dorp op die nog op een ezel of een paard rijden, eigenzinnige oude mannen die om welke reden dan ook geen zin hebben om auto te rijden. En die betalen ze dan om hen op de foto te zetten.''

Corleone oogt als een stadje als alle andere. Boven het kantoortje van de voetbaltoto schalt operamuziek het open raam uit. Een man verkoopt verse vis vanuit zijn laadbak, een ander is met een vrachtwagentje vol artisjokken, venkel en enorme groene bloemkolen naar het plein gekomen. Meubel- en kledingwinkels houden hun uitverkoop en vlak naast de Milan-club F. Baresi zit een computershop. Op straat staan dik-aangeklede oude mannen met elkaar te praten en door het bescheiden parkje, met gietijzeren lantaarns en net nieuw betegeld, lopen scholieren met fel gekleurde rugzakken die pijn doen aan je ogen. Nergens zie je mensen die je liever niet in het donker zou tegenkomen.

Klooster

Een van de weinige zichtbare tekenen van de mafia is de bank. Bij de Monte dei Paschi di Siena ga je door een gewone deur naar binnen. Geen kogelvrije glazen, geen dubbele deuren met een sluis, zoals bij veel banken in Rome. Geen bordje "verboden voor vuurwapens' dat je soms in Napels ziet. Niemand haalt het in zijn hoofd om de woede van de mafia over zich af te roepen door een bank in Corleone te beroven. Om dezelfde redenen wordt er nauwelijks gestolen en is er al jarenlang niemand neergestoken, doodgeschoten, gewurgd of in een vat met zuur verdwenen. De gevangenis werd zo weinig gebruikt dat er een klooster van is gemaakt. Het vuile werk doet de mafia in Palermo. Haar eigen straatje houdt ze schoon.

""Hier gebeurt gelukkig nooit wat'', zegt Antonio, een leerling aan de technische school die in een bar bij de bushalte de tijd staat te vullen met tafelvoetbal. ""Ik kom uit een dorp in de buurt, Marineo, en daar worden veel drugs gebruikt. Er zijn ook een paar mensen gestorven aan een overdosis. In Corleone zal je zoiets nooit zien.''

De mafia houdt zich stil, ze wil geen rotzooi voor de deur. Maar die rust is een pax mafiosa. Niemand bestrijdt dat de mafia er is. Waarom anders is Ninetta Bagarella, de vrouw van Riina die zijn leven als voortvluchtige heeft gedeeld en hem vier kinderen heeft geschonken, de dag na de arrestatie van haar man teruggekomen naar Corleone? Burgemeester Siragusa vindt het logisch. ""Ze is hier geboren, haar familie zit hier. Waar moet ze anders heen? Maar dat ze terugkomt naar haar familieleden wil niet zeggen dat ze de steun heeft van de samenleving.''

Het kost enige moeite de straat te vinden waar Ninetta nu woont, bij haar moeder. In de via Roma die tegen de bergwand omhoog loopt heeft een slager kop en ingewanden van een net geslacht kalf voor de deur gehangen. We praten wat over deze lekkernijen en dan vraag ik naar de via Scorsone. ""Verder naar boven, en dan links, geloof ik'', antwoordt hij. Ik probeer hem te helpen en vertel dat ik het huis van de familie Bagarella zoek. Dan zegt hij niets meer, haalt zijn schouders op en loopt naar binnen. Het gaat precies hetzelfde bij een groentestalletje hoger in de straat waar twee oudere mannen staan te praten. Bij het horen van de naam Bagarella slaan ze dicht. Een jongen die het heeft gezien, komt even later naar me toe en stuurt me de goede kant op.

Ninetta Bagarella heeft zich in de paar weken dat ze nu terug is in Corleone, niet laten zien. De paar keer dat ze het huis uit moest, om met de politie te praten, had ze een grote sjaal over haar hoofd; om de wachtende fotografen in verwarring te brengen draagt haar zuster Maria Matilda precies dezelfde roodgebloemde sjaal en precies dezelfde bruine jas. De enige foto die van haar beschikbaar is, dateert van zo'n twintig jaar geleden: een aantrekkelijke mediterrane schoonheid. Van onder haar sjaal riep ze alleen maar "jakhalzen' tegen de wachtende journalisten. De politie vertelde ze dat haar man niet het monster is waar hij voor wordt gehouden. ""Ik wou dat iedereen zo was als hij, een voorbeeldige vader en liefhebbende echtgenoot.''

De 50-jarige Antonietta Bagarella heeft al vroeg de mafiacodes geleerd: een vrouw is moeder en hoort zich buiten de zaken van haar man te houden. Zij is de dochter van een beruchte mafiabaas en haar broer Leoluca geldt als een van de gegadigden om Totò Riina op te volgen als leider van de mafia. Volgens de Italiaanse wet kunnen directe familieleden van criminelen niet worden beschuldigd van medeplichtigheid als ze zelf niet actief hebben deelgenomen aan het betrokken misdrijf. Daarom is mevrouw Riina officieel vrij om te gaan en staan waar ze wil. Maar onder de regie van de jongere broer van Riina, de 60-jarige Gaetano, ook uit Corleone, blijft ze zoveel mogelijk binnenshuis.

Contrast

Het is een smal, onopvallend straatje, de via Scorsone. Nog geen drie meter breed, een gootje in het midden. De huizen zijn aan elkaar gebouwd en de meeste zitten keurig in de verf. Bijna overal hangt de was buiten. Dit bescheiden appartement moet een groot contrast vormen met de villa in Palermo waar de familie Riina volgens de politie jarenlang heeft gewoond. Na een vals alarm vorige maand is dinsdag de echte schuilplaats ontdekt: een fraaie villa in een complex van een vijftiental huizen. Er was een klein zwembad bij en de discretie werd verzekerd door een drie meter hoge heg en rijen bomen. Volgens berichten in de Italiaanse pers paste een van de sleutels die Riina bij zijn arrestatie bij zich had. Ook zouden er schriften zijn gevonden van de vier kinderen van Riina, waaruit is opgemaakt dat Ninetta, opgeleid als onderwijzers, haar kinderen zelf les heeft gegeven.

Op nummer 24 in de via Scorsone in Corleone zijn de luiken van de benedenverdieping en de eerste verdieping dicht, zoals bijna overal in de straat. Op de tweede verdieping wappert vitrage door een open raam het balkon op, maar de straat is te smal om naar binnen te kijken. Op de bruine deur zit een sticker: Maria, red ons. Er is geen naamplaatje. Pottekijkers zijn niet welkom. Vorige maand hebben journalisten die aanbelden om te vragen of zij Ninetta Bagarella konden spreken, een emmer water over zich heen gekregen. Gereed om opzij te springen bel ik aan. Maar er gebeurt niets. Ninetta blijft zwijgen.

Het zou aardig zijn geweest van haar te horen of ze de stad nog herkent, na al die tijd. Twintig jaar geleden liepen de kippen over straat. Nu drukken de auto's je tegen de muur, al kom je ook een man op een ezel tegen als je er niet naar op zoek gaat. Een paar jaar geleden werd al duidelijk dat jongeren de mafia met minder ontzag bejegenen, toen een groepje carnaval ging vieren met maskers van stereotiepe mafiosi, wat daarna een wereldberoemde foto is geworden. En na de arrestatie van Riina worden in het plaatselijke restaurant tagliatelle alla Totò Riina geserveerd, platte repen pasta in een saus van tomaten, aubergine, artisjokken en hete pepertjes - Riina staat waarschijnlijk voor de peper. In de mafiacodes is dat een ontoelaatbaar gebrek aan respect.

Twee zielen

Er is veel veranderd in Corleone, had de burgemeester al gezegd. Zelf is hij, als symbool van het protest van zijn stad, naar de begrafenis gegaan van de lijfwachten van mafiabestrijder Paolo Borsellino, vorig jaar juli omgekomen in een bomaanslag die waarschijnlijk is uitgevoerd in opdracht van Riina. Hij heeft meegedaan aan plaatselijke manifestaties tegen de mafia. En hij vertelt dat vooral jongeren openlijk over de mafia praten, bijvoorbeeld over de vraag wat er gebeurt als de kinderen Riina (de jongste is twaalf, de oudste twintig) zich inschrijven voor de plaatselijke scholen.

Maar de stad heeft twee zielen. De ouderen, van wie de meesten liever zwijgen of zeggen dat de arrestatie van Riina de pax mafiosa verstoort, en de jongeren, die openlijk stelling nemen tegen de mafia. ""Mijn moeder werd lijkbleek na de arrestatie van Riina'', heeft een meisje tegen Italiaanse journalisten verteld. ""Wie zal onze stad en onze kinderen nu beschermen, riep ze. Ik ging door de grond. Wij jongeren zijn verscheurd. Aan de ene kant de familie met de angst, aan de andere kant de wanhopige wens om eens anders te worden. Maar ik word liever vermoord dan dat ik leef met de bescherming van die moordenaars.''

De jongeren zijn niet bang, omdat ze het verleden niet kennen, mompelen sommige ouderen. Corleone is al sinds jaar en dag een mafia-stad. In de jaren zestig deelt Luciano Liggio er de lakens uit, en begin jaren zeventig vormt hij met de Palermitaanse mafiabazen Stefano Bontade en Gaetano Badalamenti het trio dat de dienst uitmaakt binnen de Siciliaanse mafia. Liggio was dik bevriend met de christen-democraat Vito Ciancimino, een beruchte ex-burgemeester uit Palermo en ook afkomstig uit Corleone. In 1975 wordt Liggio gearresteerd. Hij is 68 en heeft nauwelijks macht meer. Liggio doet alleen nog van zich spreken als schilder. Vijf jaar geleden maakte hij goede sier met een tentoonstelling in Palermo. Het waren landschappen die hij in zijn cel zou hebben gemaakt en die voor forse prijzen werden verkocht. Maar onlangs heeft een voormalige celgenoot, niet bang meer voor de voormalige mafiabaas, onthuld dat de meeste tekeningen niet door Liggio maar door andere gevangenen zijn gemaakt.

De arrestatie van Liggio betekent een keerpunt voor Totò Riina. Tot die tijd was hij de trouwe rechterhand, bereid om het vuile werk op te knappen. In 1975 begint zijn opmars. Liggio was een van de kopstukken in een collectieve leiding, de Commissie, maar Riina wil de absolute baas worden. In een verdeel-en-heers-tactiek worden tegenstanders binnen de mafia systematisch uit de weg geruimd. Eind jaren zeventig begint de mafia autoriteiten te vermoorden: rechters, politici, politie-agenten.

Riina vertrouwt niets en niemand en heeft overal spionnen. Geheimhouding is een obsessie: terwijl Liggio in de tien jaar op de toppen van zijn macht drie keer is gearresteerd, weet Riina meer dan twintig jaar lang te ontkomen aan de politie. De hechte en wrede clan van "boeren' uit Corleone, die liever schieten dan onderhandelen, of het nu om politici of mede-mafiosi gaat, nemen als gezichtbepalers van de mafia de plaats in van het collectief van Palermitaanse mafiabazen.

Macht

Ze moeten miljoenen en miljoenen hebben verdiend met de drugshandel, maar in Corleone is dat niet te zien. Het huis van de familie Riina staat in de via Rua del Piano, een steegje vol etensgeuren. Ook hier een keurig geverfd huis met de luiken dicht, geen naamplaatje op de deur en geen reactie als je op de bel drukt. Riina's doel is niet de rijkdom, het is de macht. ""Riina had miljoenen maar hij bleef brood met uien eten'', heeft Mario Mori verteld, vice-commandant van de speciale eenheid van de carabinieri door wie Riina is opgespoord en gearresteerd. ""Hij is niet geïnteresseerd in een mooie badkamer. Zijn horizon is de macht. Riina heeft niet als een rijk man geleefd, nooit. De miljoenen? Die heeft hij geïnvesteerd, in bedrijven bijvoorbeeld. Maar hij heeft ook veel grond gekocht.'' In de traditionele mentaliteit van Corleone geven onroerend goed en grond de meeste zekerheid.

Mori heeft verteld dat Riina bij zijn arrestatie een biljet van één dollar in zijn zak had, een traditionele talisman. Het heeft niet geholpen. Ondanks de manische geheimhouding was er een verrader, iemand die de politie verder op het spoor naar Riina heeft gezet: Baldassare Di Maggio, een mafioso die een van de chauffeurs van Riina is geweest, een belangrijke vertrouwensfunctie.

Over deze breuk met de traditionele zwijgplicht, de omertà, hangt de schaduw van een vrouw. De 38-jarige "Balduccio' komt uit een dorpje op anderhalf uur rijden ten westen van Corleone, San Giuseppe Jato. Hij is al enige tijd lid van de mafia als hij in conflict komt met de belangrijkste mafiabaas van zijn dorp, Bernardo Brusca. De reden: hij heeft zijn vrouw en twee kinderen in de steek gelaten voor een nieuwe, jongere vlam. Di Maggio vlucht naar Canada om eens goed na te denken en speelt dan alles of niets: hij komt terug, zoekt, terwijl Brusca in de gevangenis zit, contact met Riina en vraagt diens zegen voor zijn poging om Brusca te vervangen als peetvader van San Giuseppe Jato. Riina's antwoord is bits: een man die zijn emoties niet onder controle heeft en die vrouw en kinderen verlaat, kan geen leidende functie hebben binnen de mafia.

Dat antwoord staat gelijk aan een doodvonnis. Di Maggio vlucht naar Noord-Italië, naar Piemonte, waar hij begin dit jaar bij een toevallige politie-controle wordt gearresteerd. De justitie ontdekt al snel dat ze met de zenuwachtige Di Maggio goud in haar handen heeft en Di Maggio wordt in het diepste geheim overgebracht naar Palermo om daar te helpen bij het identificeren van de plaatsen waar Riina zich liet oppikken door de mensen die als chauffeur voor hem werkten. Een paar dagen later, op 15 januari, wordt Riina gearresteerd.

Bezette stad

Voor San Giuseppe Jato was dat slecht nieuws. Het is een bescheiden dorp van achtduizend zielen dat uitkijkt over een vruchtbare vallei met druiven, groenten, fruitbomen en graan. Nu lijkt het wel een bezette stad, want de angst voor een wraakactie voor het verraad is groot. De meeste familieleden van Di Maggio zijn met onbekende bestemming vertrokken.

Overal in de zeer steile straatjes met hun gietijzeren balkons zie je politie-agenten of militairen rijden. Bij het huis van de familie Brusca staat permanent een Fiat met twee carabinieri geparkeerd. Zenuwachtige dienstplichtige soldaten zetten op steeds wisselende plaatsen controlepunten op. Een groepje kinderen voetbalt rustig door tussen al deze geweren, maar de angst hangt over de stad. ""Natuurlijk zijn we bang'', zegt Giansalvo, een jongen van achttien die elektronica studeert. ""De mafia zal zeker reageren, maar hoe, dat weet niemand. Voor mij mogen die soldaten nog lang blijven.''

Hij vertelt dat ook hier een duidelijke tweedeling bestaat tussen oud en jong. ""Ik praat veel over de mafia met mijn vrienden en we zijn er allemaal tegen, maar de meeste ouderen houden liever hun mond. Het is het oude verhaal: un cera, unu vitte, unu sacio'' - Siciliaans dialect voor "ik was er niet, ik heb niets gezien, ik weet van niets'.

Giansalvo wijst het huis aan van het enige familielid van Di Maggio dat nog is gebleven, een oom, maar hij wil me niet aan hem voorstellen. ""Ik weet niet of hij wil praten, ik blijf liever wat uit de buurt.'' Maar als ik aanklop blijkt Giuseppe Di Maggio, een zestiger met het dunne grijze haar strak naar achteren gekamd, weinig schroom te hebben. Hij doet het bovenluik van zijn deur open en vertelt dat hij nauwelijks contact had met Baldassare. ""Waarom zou ik weggaan? Eerlijke mensen zoals ik hebben niets te vrezen. Ik ben een boer, ik moet bij mijn land blijven om mijn gezin te onderhouden.'' Zijn vrouw komt er wat schuchter bij staan en zegt dat ze het geld niet hebben om weg te gaan. ""Wat zou ik me ook druk maken'', zegt Giuseppe Di Maggio. ""Wat gebeurt, gebeurt. Ik kan de loop der dingen toch niet veranderen.''