Criminaliteitspreventie in Rotterdams winkelcentrum; "Op Zuidplein kan je meisjes kijken'

ROTTERDAM, 6 FEBR. Hoog boven de winkelende Rotterdammers kijken veertig Turkse en Marokkaanse jongens ademloos naar een video van kickbokser Jean-Claude Vandamme, die zijn tegenstander zojuist op een landbouwwerktuig heeft gespiest. De jongens zijn vaste klanten van het preventieproject Zuidplein, een kantoortje van veertig vierkante meter boven een Bijbelkiosk. “We zijn een soort koffieshop, zonder alcohol, drugs en gokkasten”, zegt jeugdwerkster K. Koot.

Project Zuidplein is uniek in Nederland. Jongeren, die "full-time' rondzwerven tussen de etalages van winkelcentrum Zuidplein, kunnen er een kopje koffie drinken of televisie kijken. Het initiatief kost jaarlijks 135.000 gulden, waaraan de winkeliers 18.000 bijdragen. Zuidplein ontving in 1987 de Hein Roethof-prijs, bedoeld voor originele projecten om de kleine criminaliteit te beteugelen.

Rondhangende jongeren heeft Zuidplein in overvloed. Dit één na grootste winkelcentrum van Nederland ligt ingeklemd tussen wijken met een hoge werkloosheid en een hoog percentage migranten en heeft 4.000 scholieren en een bus- en metrostation in de directe omgeving. “Ook voor gewone jongeren is dit het Walhalla”, zegt ambtenaar M.J. Dekker van deelgemeente Charlois. “Zuidplein is zeker op vrijdagavond het centrum van hun kosmos. Je komt elkaar tegen, drinkt een pilsje, rookt een jointje en gaat daarna uit.”

Maar vorige week vrijdag was het plotseling oorlog in het Walhalla. Wat begon als een normale koopavond, ontaardde rond half negen in een veldslag tussen honderd voornamelijk allochtone jongeren, dertig politieagenten en twee politiehonden. Volgens de politie werd er gedreigd met stiletto's en vlindermessen. Justitie maakte zelfs gewag van vuurwapens. Zestien arrestanten werden uiteindelijk wegens openlijke geweldpleging ingesloten, waarvan er nog twee vastzitten. Geen van hen werd overigens op wapenbezit betrapt, en de harde kern was ouder dan 23 jaar.

Osman, een Turkse klant van project Zuidplein, stond vorige week vanaf een hogere verdieping toe te kijken. “Het was een puinhoop. Iedereen was aan het vechten en aan het rennen. Antillianen, Turken, Nederlanders, meisjes, jongens.” Hoe het allemaal begonnen is, weet hij niet. De aanstichters waren in elk geval geen bekenden, al deden wel enkele van zijn vrienden mee.

Het was de tweede keer dat Rotterdam met zijn in winkelstraten rondhangende jeugd in het nieuws komt; in november ontstonden problemen met de "Lijnbaanjeugd', die zich op koopavonden in het stadscentrum verzameld. Toch was de vechtpartij in Zuidplein niet meer dan een "incident', zeggen zowel politie, deelgemeente als winkeliers. Zij vinden niet dat hier sprake is van de "ontevredenheidsonlusten' waarvoor de Rotterdamse politie in een rapport waarschuwde.

G.A. Schill, bedrijfsleider van Peek en Cloppenburg en voorzitter van de ondernemersvereniging Zuidplein, vindt de berichtgeving “vreselijk overtrokken”. Hij staat ambivalent tegenover rondhangende jongeren: als consument waardeert hij ze, als plegers van typische jeugddelicten als vandalisme en winkeldiefstal minder. “Het publiek kan gentimideerd raken door grote groepen rondhangende jongeren. En als dat bijvoorbeeld Antillianen zijn, houden ze hun tasjes nog wat beter vast, zo zijn de mensen nu eenmaal”, zegt Schill.

Twaalf jaar geleden werden op Zuidplein al gedragsregels vastgesteld, die nog altijd op kleurige folders onder nieuwelingen worden verspreid. Fietsen, rolschaatsen en skateboards zijn verboden, evenals zitten op ballustrades en trappen of leunen tegen winkelruiten. Ook geldt een samenscholingsverbod voor grote groepen. Osman, die naar eigen zeggen, “overal wordt weggestuurd”, blijft desondanks naar Zuidplein gaan. “Het is lekker warm en voor de rest is er toch niets te doen. Op Zuidplein kan je meisjes kijken, een beetje gokken. En 's avonds ga je naar de koffieshop.”

Onderzoeker A. Hazekamp, die in de jaren tachtig een studie verrichtte naar het rondhangen van jongeren ("Rondhangen als tijdverdrijf') denkt dat juist een samenscholingsverbod gemakkelijk een aanleiding kan zijn voor geweldsuitbarstingen. “Rondhangen van jongeren is een oude traditie. In een bepaalde leeftijdsfase willen ze een plaats veroveren waar ze altijd naartoe kunnen gaan, zonder afspraken te maken. Als Brinkman bij Sonja Barend aan zo'n Lijnbaanjongere vraagt waarom hij niet gaat biljarten, is dat typerend voor het onbegrip bij volwassenen over de functie van het rondhangen.”

Rondhangende jongeren zijn geen specifiek probleem van het Zuidplein. Elk winkelcentrum heeft ze, meestal gegroepeerd rond een McDonalds of snackbar. Volgens Hazekamp gaat zelfs van de braafste groep iets dreigends uit. Wegsturen van jongeren door "ordebewaarders' behoort daarom tot de vaste rituelen van het rondhangen. “En als dat op eens een keer op een vervelende manier gebeurt, kan plotseling de vlam in de pan slaan.”

In het "Werkplan 1993' van project Zuidplein werd al eerder gewaarschuwd voor groepsgeweld van jongeren. Jongerenwerkster Koot ziet in "unit-projecten' zoals project Zuidplein een mogelijkheid om onrust vroeg te signaleren. “De tijd van grote jongerencentra is allang voorbij, er moeten nu een simpele vorm van opvang komen op de plaats waar de jongeren zelf willen rondhangen”, vindt zij. Al moet Koot toegeven dat ook zij de rellen niet had voorzien. “Zoiets is een bizarre samenloop van omstandigheden. Een paar dronken jongens met een slecht humeur, een paar opgefokte agenten, en steeds meer jongeren die zich ermee gaan bemoeien.”