Controle veevervoer schiet ernstig tekort

ROTTERDAM, 6 FEBR. In Nederlandse veewagens zitten de dieren dichter opeengepakt dan in die uit andere Europese landen. Tijdens binnenlandse transporten moeten drie volwassen varkens, samen 300 kilo, één vierkante meter ruimte met elkaar delen. Daardoor liggen ze soms urenlang half op en over elkaar.

Een dergelijke belading is in Duitsland, Scandinavië, Groot-Brittannië en Frankrijk niet toegestaan. In Denemarken gebruikt men voor het vervoer van varkens vrachtauto's met slechts één laadvloer, twee minder dan in Nederland.

De ruime Nederlandse norm van 300 kilo per vierkante meter wordt volgens de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) nog regelmatig overschreden. Inspecteurs stellen bovendien vast dat bij het transport van runderen de vereiste tussenschotten bijna altijd ontbreken. De dieren die aan de uiteinden staan, moeten daardoor het volle gewicht van de andere dieren opvangen.

Het Instituut voor Veeteeltkundig Onderzoek adviseerde voor varkenstransporten maximaal 235 kilo per vierkante meter in te laden. Bij deze norm kunnen de beesten nog net liggen en staan.

De EG stelde later een maximum vast van 265 kilo, maar onder druk van de veehandel bleef voor vervoer in Nederland een limiet van 300 kilo gehandhaafd.

De controle op handhaving van dergelijke regels door de Rijksdienst voor Keuring van Vee en Vlees schiet op “onaanvaardbare wijze” tekort, zo stelt de Dierenbescherming. Ook is er te weinig toezicht op de aanvoer naar veemarkten van als "wrak vee' aangemerkte zieke dieren.

“Het komt vaak voor dat ze met geweld tot lopen worden gedwongen, of - als dat niet meer lukt - met een lier in en uit auto's worden gesleurd”, aldus LID-directeur D. van Oers. Een ontwerp-besluit dat aan deze praktijken een eind moet maken, is nog niet ondertekend.

Ook op boerderijen worden inspecteurs geconfronteerd met zieke of door verwaarlozing bezweken dieren. De eigenaren zijn meestal boeren die er alleen voor staan en op een gegeven ogenblik het werk niet meer aankunnen. Met het oog op dit soort gevallen ijvert de Dierenbescherming voor het instellen van een landelijk vertrouwensteam voor boeren.