Beeldradio (2)

Kaapstad - Op het heetst van de middag zendt de Zuidafrikaanse radio graag hoorspelen over de Boerenoorlog uit: rijdend op de ossewagen langs door de Engelsen gebrandschatte boereplaase wisselen Sussie en Ronelle bitterheden uit over het verloren land en de concentratiekampen. Voor Dawie en Kobie is er het programma "Jachtersverhalen'. Over hoe men leeuwen schiet, en wat voor geweer daarvoor het beste is.

Zuid-Afrika kreeg radio in de jaren dertig. Volgens John van Zyl, hoogleraar film aan de universiteit van Witwatersrand en jarenlang media-columnist, was het een modern medium dat door de Engelssprekende gemeenschap efficiënt en open werd opgezet. In '39 gingen veel van die pioniers van de toenmalige SABC als vrijwilligers het leger in. Het vacuüm werd gevuld door leden van de Afrikaner gemeenschap. Aanhangers van duistere wereldopvattingen boden het medium op een presenteerblaadje aan toen de Nationale Partij het land in 1948 overnam.

Het apartheidsregime heeft zich tegen de komst van "beeldradio' verzet tot 1976. De radio bereikte de Oranje Vrijstaat en al die andere Afrikaner thuislanden moeiteloos. Met televisie moest men leren omgaan. Maar toen het zo ver was heeft de geest van de Broederbond, de Nederduits Gereformeerde Kerk en de Nationale Partij, de televisie niet meer los gelaten.

Johan Pretorius, de huidige voorman van het televisienieuws bij de SABC, herinnert zich hoe zijn vader als spoorwegarbeider in de jaren twintig moest werken onder Engelssprekende bazen. Dat soort ervaring verklaart misschien iets van de koppigheid waarmee de Afrikaners later de staat en de media in handen namen.

Terugkijkend zegt Pretorius: “Hoe langer de NP aan de macht was, hoe effectiever hun invloed werd. Dat is logisch, het is een deel van het spel. Wie in de toekomst in dit land ook de meerderheid zullen krijgen, zij zijn stom als zij niet proberen invloed op de SABC te krijgen. Dat kan niet uitblijven. Iedereen die hier bij de SABC werkt wil liever vrij zijn van politieke en staatsinvloed. De enige vraag is of dat haalbaar is.”

Van Zyl: “Het waren blanke mannen van de universiteiten van Oranje Vrijstaat, Potchefstroom en Pretoria die bij de SABC de lakens uitdeelden. Voor "verligte' uit Stellenbosch was geen plaats. Ik weet dat Pretorius en zijn soort mensen zeggen dat zij bezig zijn de SABC te veranderen, maar ik betwijfel of dat kan. De hele mentaliteit zit er te diep in: de heimwee naar die heerlijke tijd dat je je eigen reebok nog schoot, en zwarten je "baasskap' respecteerden. De SABC heeft de voedingsbodem verschaft voor de retoriek van Eugene Terreblanche en de Afrikaner Weerstands Beweging.”

Vooral toen De Klerk in maart 1992 zegevierend uit de referendum-campagne tevoorschijn kwam, zakte de SABC volgens de waarnemingen van de Campaign for Open Media weer terug in haar oude, eenzijdige arrogantie. De president wordt nog steeds in staatsmanlijke ambiance beleefd ondervraagd, terwijl Mandela's toespraken minder regelmatig worden verslagen, en dan nog doorspekt met beelden van gapende toehoorders.

Tot de ergste voorbeelden behoren volgens Bronwyn Keene-Young van de Campaign de bloedbaden in Boipatong en Bisho (juni en september 1992), waar de zwarte slachtoffers van politiegeweld als daders en oproerkraaiers werden afgeschilderd. In die ernstige crises paste de SABC volgens haar waarnemingen de veel gebruikte techniek toe om beschuldigingen en tegen-beschuldigingen over de oorzaken te mengen met eigen eenzijdige veronderstellingen. Berichten over gewone misdaden completeerden een beeld van chaos en gevaar.

Johan Pretorius erkent dat die uitzendingen over Boipatong en Bisho verre van ideaal waren: “De verslaggevers die dat voor ons deden waren niet tegen hun taak opgewassen. Ik wil hen niet afvallen, maar we zouden betere mensen hebben moeten sturen. Het ligt niet aan de mentaliteit die hier niet zou deugen. Ja kijk, iedereen heeft een bepaalde kijk op de wereld. Dat hebben ze bij de Campaign for Open Media ook. Hoe die hier bij de SABC is? We hebben meer dan veertig jaar moeten werken onder een regering die vrij strikte regels hanteerde, en zonder concurrentie.”

Niet alleen zwarte critici en slachtoffers van de regering komen ernstig tekort in de berichtgeving, ook de eigen ambassadeur in de Verenigde Staten heeft de selectieve hand van de SABC ervaren. Toen hij in november jongstleden via het dagblad The Star en de commerciële zender Radio 702 liet weten dat de uitgelekte betrokkenheid van de militaire geheime diensten bij politieke moorden het hem onmogelijk maakten een beter beeld van Zuid-Afrika in de wereld aan de man te brengen, openden andere kranten daar ook mee. SABC wijdde geen woord aan deze opmerkelijke kritiek van binnenuit. Pretorius zegt dat de SABC het verhaal gewoon over het hoofd heeft gezien. “We hadden het nieuws wel, maar we hebben het niet uitgezonden. Waarom zou dat kwade trouw zijn? Er zijn ernstiger beschuldigingen aan het adres van de regering die we wel uitzenden.”

Volgens mediacriticus prof. John van Zyl kan de SABC niet op goede gronden beweren de laatste jaren iets te hebben geleerd. “Toen De Klerk Mandela vrijliet moesten ze de ANC-leider wel eens aan het woord laten. Ze hebben alleen maar de veranderde strategie van de regering gevolgd. De SABC heeft nooit een eigen journalistieke standaard gehad. Dat is de ergste veroordeling die denkbaar is.

“Dat is ook het griezelige van de huidige situatie. Een paar mensen hebben zich jarenlang tegen de gang van zaken verklaard. Nu moeten we leren architecten te zijn. De Campaign for Open Media wil nieuwe bestuursleden van de SABC op een niet-gepolitiseerde manier laten benoemen. Maar die hebben ook geen idee van mensenrechten. In feite heeft niemand hier een benul wat media-vrijheid is, er is geen filosofie, geen begin van een omroep-ethos. Het ANC zegt geen spiegelbeeld van het omroepbeleid van de Nationale Partij te willen. Zij menen dat wel, maar ik weet niet of ze ook weten wat dat betekent.”