Wouter Huibregtsen wordt voorzitter tot en met 1997; Vertrouwen basis fusie NOC-NSF

PAPENDAL, 5 FEBR. Een model dat als voorbeeld kan dienen voor een fusie in het bedrijfsleven, noemde Wouter Huibregtsen, voorzitter van het Nederlands Olympisch Comité, de wijze waarop de samensmelting van zijn organisatie met de Nederlandse Sport Federatie tot nu toe verloopt. Door gedurende een aantal jaren stapsgewijs naar elkaar toe te groeien en vooral door met drie gezamenlijke bestuursleden te werken is een sfeer van wederzijds vertrouwen ontstaan, die de basis was om vrij geruisloos in elkaar over te gaan.

Die sfeer leidde er toe dat de leden van de NOC en NSF gisteravond op hun afzonderlijke buitengewone algemene ledenvergaderingen op het nationaal sportcentrum Papendal instemden met de afsluiting van de eerste fase op weg naar het samengaan. Unaniem schaarden de bonden zich achter het voorstel Huibregtsen tot en met 1997 te benoemen tot voorzitter. Zijn NSF-collega Marten Kastermans is tot de eerste algemene vergadering in 1994 co-voorzitter. Wat rest zijn - op 27 april - het vaststellen van het financiële en juridische aspecten van de fusie en de benoeming van een bestuur. Als datum van samengaan is 1 juli van dit jaar gekozen.

Het voorzitterschap van Huibregtsen is tot half januari onzeker geweest toen bleek dat drie grote sportbonden, KNVB (voetbal), KNLTB (tennis) en KNGB (gymnastiek) zeiden meer vertrouwen te hebben in Kastermans als bewaker van de belangen van de breedtesport. Huibregtsen heeft de steun van met name de grootste sportorganisaties steeds als voorwaarde gesteld voor een nieuwe bestuursperiode. De stuurgroep die de fusie voorbereidt riep daarop een crisisberaad bijeen dat zondagmiddag 10 januari in hotel Jan Tabak in Bussum werd gehouden.

Dat mondde uit in de constructie waarin iedereen zich gisteren bleek te kunnen vinden. Voorzitter Ruurd de Boer van de tennisbond vertelde dat tijdens die bijeenkomst de twijfel weggenomen werd over de vraag of de breedtesport onder Huibregtsen wel voldoende aandacht zou krijgen. “En daar ging het ons om. Dat we ons eerst voor Kastermans uitspraken betekende niet dat we dus tegen Huibregtsen waren.”

Zo werd een van de laatste hobbels naar de samensmelting genomen. Huibregtsen stelde vast dat NOC en en NSF “zonder struikelen uit de startblokken zijn gekomen voor een marathon zonder finishlijn”. Centraal tijdens die marathon staat de verbetering van de plaats die sport in de maatschappij inneemt. Huibregtsen zei daarin enige verbetering te zien en noemde de vijf miljoen die de rijksoverheid in het fonds voor de topsporter steekt een “ontluikende erkenning voor dit thema”.

Nu bekend is wie “de kar gaat trekken” is ook voor André Bolhuis, chef de mission tijdens de Olympische Spelen van Barcelona, de laatste twijfel weggenomen over de vraag of hij die functie ook in Atlanta 1996 wil bekleden. Formeel moet het bestuur hem daarvoor benaderen.