Westen in ademnood door ontwapeningswedloop

Westerse landen tuimelen over elkaar heen in hun haast te bezuinigen op de defensie. Alleen al de aankondigingen van Duitsland en de Verenigde Staten van de afgelopen dagen staan voor honderdduizenden manschappen en miljarden guldens.

De Bondsrepubliek heeft alle nieuwe militaire investeringen voorlopig opgeschort, als voorschot op nieuwe kortingen op de defensiebegroting. Na een eerdere voorgenomen reductie tot 390.000 man - bereikt na onderhandelingen met de toenmalige Sovjet-leider Gorbatsjov - beknotten de Duitsers versneld verder. Mogelijk wordt het Duitse leger, dat nog steeds bijna 500.000 man omvat, teruggebracht tot halve sterkte, zo hebben kringen rondom de Westduitse minister van defensie, Volker Rühe, geopperd. Tevens gaat Duitsland studeren op het afschaffen van de dienstplicht. Tot de eerste projecten die sneuvelen hoort de voorgenomen bouw van het Amerikaans-Duitse verkenningsvliegtuig "Lapas', wat 3,14 miljard D-mark oplevert.

De Amerikaanse regering laat er ook geen misverstand over bestaan waar ze het geld vandaan haalt voor haar sociaal-economische programma. President Clinton wil in vijf jaar zestig miljard dollar bezuinigen op de militaire uitgaven. Het Pentagon heeft de opdracht gekregen voor het komende begrotingsjaar, dat in oktober begint, plannen uit te werken voor een bezuiniging van zo'n 10,8 miljard dollar. Te verwachten is dat Washington de omvang van de Amerikaanse strijdkrachten in Europa, die Bush al wilde terugbrengen tot 150.000 man, met zeker nog eens 50.000 man wil beperken. Dat betekent een halvering ten opzichte van de huidige omvang.

Frankrijk, dat geen deel uitmaakt van de militaire arm van de NAVO, besloot medio vorig jaar al tot een reductie van zijn strijdkrachten van 280.000 naar 225.000 man, waarbij onder meer het aantal divisies terugging van twaalf naar acht.

Ook Nederland en België incasseerden al hun aandeel van het zogeheten "vredesdividend' door de omvang van hun legers ruwweg te halveren en de dienstplicht de facto af te schaffen. De Belgische regering besloot eind vorige maand tot een definitieve reductie van de strijdkrachten met meer dan veertig procent tot 40.000 man. Wel stelde Brussel daar de vorming naast van een reserve van 32.000 man, die in geval van een groot conflict in Europa onder de wapenen kunnen worden geroepen. Daarmee lijkt de Belgische regering enigszins te zijn tegemoetgekomen aan de bedenkingen die werden geuit door de secretaris-generaal van de NAVO, Manfred Wörner.

Deze schijnbaar ongecoördineerde opname van het vredesdividend dat het einde van de Koude Oorlog opleverde, verloopt zeer snel; te snel vinden sommigen. Wörner waarschuwt er al geruime tijd voor: de omvang van de strijdkrachten van de landen van het Atlantisch pact dreigt te klein te worden om in geval van nood, bij voorbeeld een grootschalige crisis in Europa, nog een vuist te kunnen maken.

Pag.5: "Hoofdmacht Navo moet behouden blijven'

Het wegvallen van de tegenstelling tussen Oost en West heeft de handhaving van grote staande legers onnodig gemaakt, zo is de achterliggende gedachte bij de toenemende bezuinigingen in de Westerse defensie. Er zou nu vooral behoefte zijn aan kleine, snel inzetbare interventielegers om conflicten in de kiem te smoren.

Een groot aantal landen is, vooral uit overwegingen van bezuiniging, daarom direct begonnen de omvang van de legers drastisch te reduceren. Maar, zo waarschuwde Wörner vorige week, het is van belang dat er niet te sterk wordt gereduceerd. Het is niet alleen van belang dat het Westen kan beschikken over snel inzetbare interventielegers zoals de Ace Mobile Force - de "brandweer' van de NAVO - maar juist ook een militaire hoofdmacht. Want ook aan een grootschalige crisis in Europa moet militair het hoofd kunnen worden geboden, meent Wörner.

De vraagtekens die nu worden gezet bij de reducties, lijken een voorzichtige keer in het denken over de militaire inspanningen dichterbij te brengen. Zo is de Britse regering deze week teruggekomen op haar aanvankelijke beslissing de omvang van haar strijdkrachten terug te brengen van 156.000 naar 116.000 man. De Britse minister van defensie, Malcolm Rifkind, verklaarde eergisteren in het Lagerhuis dat de plannen zijn bijgesteld en dat men nu mikt op een sterkte van 119.000.

Ter motivering van deze bijstelling zei de minister: “De bedreiging van onze nationale veiligheid is weliswaar minder groot dan ze was. Maar sinds 1991 heeft zich een aantal ontwikkelingen voorgedaan die extra inspanningen van het leger vergen op een moment dat het in een proces van herstructurering zit.”

Hoewel de aanpassing binnen de huidige begroting dient te worden gevonden dient de maatregel toch gezien worden tegen de achtergrond van de toespraak van de Britse minister van buitenlandse zaken Hurd in Chatham House, dat het Verenigd Koninkrijk momenteel aan de grens van haar militaire mogelijkheden staat wat betreft het bewaren van orde en vrede in de wereld.

Buiten de NAVO is het vooral Zweden dat opvalt door afwijkend gedrag. Sinds het begin van het afgelopen jaar stijgen de uitgaven voor defensie daar juist, niet alleen omdat dat land voorlopig zelf voor eigen verdediging wil blijven zorgen, maar ook omdat men rekening wil houden met de mogelijke gevolgen van de instabiliteit in de regio en met een eventuele omslag in de internationale politiek van Moskou.