Vrijdag 5; Cinemien

Nederland is niet alleen gezegend met de rijkdom van een filmfestival te Rotterdam, maar de bioscopen en "filmtheaters' bieden ook gedurende de rest van het jaar een veelzijdig filmaanbod.

In aanmerking genomen dat hier minder naar de film gegaan wordt dan in welk Europees land ook, is dit gegeven een klein wonder. Het kan alleen in stand worden gehouden door een actief overheidsbeleid, dat twee distributeurs van zogenaamde kunstzinnige films, elk met ruim een half miljoen gulden per jaar subsidieert.

De ene gesubsidieerde distributeur is International Art Film (IAF), gelieerd aan het Nederlands Filmmuseum en de erfgenaam van het uit het Rotterdamse festival voortgekomen Film International. De andere is de oorspronkelijk feministisch georiënteerde, maar sinds enige tijd het hele gebied van de kunstzinnige film bestrijkende stichting Cinemien.

Een door de Raad voor de Kunst ingestelde commissie bestudeert op dit moment de wijze waarop de minister van WVC de filmdistributie subsidieert. Er waren namelijk nogal wat klachten: met name in kringen van niet-gesubsidieerde distributeurs wordt het succes van Cinemien, dat bij publiek en filmkritiek hoog scoort dank zij titels als An Angel at My Table, met lede ogen aangezien. In dit opzicht herhaalt de geschiedenis zich. Toen Huub Bals' distributieorganisatie Film International een jaar of tien geleden de ene Gouden-Palmwinnaar na de andere Gouden-Leeuwhouder uitbracht, klaagden de commercieel opererende collega's ook al over "valse concurrentie met overheidsgeld'.

De werkelijkheid was, toen en nu, anders. Inderdaad in staat gesteld door overheidssteun komen mensen als indertijd Bals en nu Cinemiens Phil van der Linden en Nicolaine den Breejen op vele festivals vroegtijdig in contact met producenten van kwaliteitsfilms. Door hun goede neus en voortreffelijke staat van dienst hebben zij een streepje voor bij de filmverkopers, die bovendien op de afrekenstaten kunnen lezen dat zij de films goed aan de man weet te brengen. Bovendien zijn de gesubsidieerden eerder dan de commerciële distributeurs bereid verliezen op een "moeilijke' film uit dezelfde stal voor hun rekening te nemen.

San Fu Maltha, directeur van de niet-gesubsidieerde maatschappij Meteor Film, voert al enige tijd campagne tegen Cinemien. Hij beschuldigde de stichting in een interview van malversaties met subsidiegeld, maar moest die woorden rectificeren op last van de rechter. Afgelopen maand publiceerde hij in een advertentie in Skoop nieuwe beschuldigingen over concurrentievervalsing. De tekst eindigt met de constatering dat de minister van WVC binnenkort een beslissing moet nemen over steun aan de filmdistributie. Maltha zou graag zien dat de overheid voortaan per titel beslist over subsidiëring van welke aanvrager dan ook.

Het is niet waarschijnlijk dat de commissie van de Raad voor de Kunst, die vertegenwoordigers van zeer uiteenlopende belangen bevat, tot een eensluidend besluit kan komen. Dan moet de minister inderdaad zelf met een voorstel komen. Er valt veel voor te zeggen de suggesties uit het eigen beleidsplan van Cinemien over te nemen: een structurele ondersteuning van de distributeur die bewezen heeft de beste kunstzinnige films op een verstandige manier aan de man te brengen, aangevuld met een speciaal budget voor IAF op het terrein van de filmklassieken, de Nederlandse kunstfilm en de avant-garde, waar het Filmmuseum nu eenmaal bijzondere connecties heeft.