Verschijningsverbod dupeert ook ruim één miljoen Veronica-leden

Er bungelt een zwaard aan een steeds dunner touwtje boven het hoofd van de omroeporganisatie Veronica: zeven weken zendverbod.

Dat is de straf die het Commissariaat voor de media de VOO heeft toegedacht voor de manier waarop zij drie jaar geleden Hilversums grote concurrent RTL-Véronique in het zadel heeft geholpen. Het moment dat het Veronicascherm zwart wordt kwam deze week een stap naderbij toen het Europese hof van justitie een verklaring van geen bezwaar afgaf. De eindbeslissing over de straf ligt bij de afdeling rechtspraak van de Raad van State, die het geval in mei 1991 in eerste lezing behandelde.

Veronica heeft de ene na de andere koortsachtig opgeworpen juridische verdedigingslinie zien afbrokkelen. Zij protesteerde dat zij niet zelf in Véronique participeerde doch dat dit gebeurde door een beleggingsmaatschappij, Tornado BV geheten. De Raad van State merkte droogjes op dat de samenhang tussen stortingen van Veronica aan Tornado en door Tornado aan Véronique wel heel opmerkelijk is, zodat het niet aannemelijk is dat Veronica van een en ander onkundig zou zijn geweest.

Veronica beriep zich er verder op dat de wetgever bij de totstandkoming van de mediawet met zoveel woorden de omroepinstellingen de ruimte heeft gelaten voor normaal economisch handelen. Deelname via Tornado in RTL Véronique dient in dit verband te worden aangemerkt als een “normale beleggingsactiviteit”. Dat kan men echter moeilijk volhouden wanneer een Nederlandse omroepinstelling een rechtstreekse concurrent steunt, vond de Raad van State. Het college herinnerde er fijntjes aan dat mensen uit de Veronica-organisatie RTL-Véronique met raad en daad terzijde hadden gestaan, terwijl ook nog een bankgarantie was gegeven. Een dergelijke betrokkenheid kan niet meer tot de normale beleggingpraktijken worden gerekend. Die adviezen waren individuele acties die niet aan de organisatie kunnen worden toegerekend, protesteerde Veronica nog even. Maar dat was niet sterk want tot in de wijde omtrekken van Hilversum was bekend dat Veronica de club van de vrije jongens was.

Ook van de procedurele bezwaren van Veronica bleef bij de Raad van State weinig over. Volgens deze rechter is het Commissariaat voor de media op zijn beurt ook wat doorgeschoten in zijn heilige verontwaardiging over het verraad van Veronica. Het wreef de omroep niet alleen verboden nevenactivteiten aan, maar ook overtreding van het gebod dat de Nederlandse publieke omroep niet dienstbaar mag zijn aan het maken van winst door derden. Dat slaat overduidelijk op het gebruik van de toegemeten zendtijd of de programmering, en het is niet waargemaakt dat Veronica die heeft aangewend ten behoeve van RTL-Véronique. Zo belangrijk is dat volgens de Raad van State overigens ook weer niet, want de overtreding van het verbod op ongeoorloofde nevenactiviteiten is er niet minder om.

Bleef de vraag of de Nederlandse wet op dit punt wel in overeenstemming is met het Europese recht. Dit gaat uit van de vrijheid van kapitaalverkeer binnen de Gemeenschap en het betrof hier een buitenlandse deelneming. Op dit punt vond de Raad van State het geboden het oordeel van het Europese hof van justitie in Luxemburg in te roepen. Dat heeft in het jongste verleden ons land al eens genoopt de mediawet bij te stellen op het punt van de bestrijding van buitenlandse reclame. Maar nu bleef de Nederlandse wet overeind.

Zoals het er nu naar uitziet is dus het enige dat overblijft de vraag van de bestraffing. Intrekking van zendtijd komt volgens de wetgever “alleen in het ergste geval” in aanmerking. Het is de eerste keer dat het Commissariaat voor de media deze sanctie toepast. Veronica heeft daarvan een punt gemaakt; het Commissariaat heeft wel vaker straffen uitgedeeld voor overtreding van de mediawet, maar nooit in zendtijd, en waarom moet dat in haar geval nu opeens wel? Het Commissariaat wijst er met enige reden op dat de tot dusver behandelde gevallen van sluikreclame en aanverwante zaken moeilijk op een lijn zijn te stellen met “deze flagrante schending van het beginsel van non-commercialiteit dat aan het Nederlandse omroepbestel ten grondslag ligt”.

Dat verklaart echter nog niet de hoogte van de opgelegde straf. Het antwoord van het Commissariaat is van een roerende eenvoud: Veronica heeft ten minste tien miljoen gulden overgehouden aan haar kwalijke Luxemburgse investering. Omgerekend komt dat neer op zeven weken zendtijd. En dan mag Veronica nog blij zijn dat de indirecte schade voor het bestel niet wordt verdisconteerd. Daar komt bij dat de omroepboetes niet op illegale winsten van deze omvang zijn afgestemd.

Zendtijd is echter meer dan een simpele rekensom. Het is de munteenheid van de pluriformiteit die het hogere doel is van het omroepsbestel. Veronica heeft niet nagelaten daarop aan te haken. Zeven weken geen zendtijd is niet alleen een klap voor de omroeporganisatie zelf maar betekent dat ruim een miljoen leden voor die periode hun gemeenschappelijke uitingsmogelijkheid wordt ontzegd. Dat is natuurlijk rijkelijk hypocriet, want de band tussen leden en zendtijd is in ons omroepbladenbestel voornamelijk een kwestie van de voordelige aanbiedingen van programmabladen. Maar het Commissariaat kan moeilijk dit sprookjesbestel verdedigen en het argument van de collectieve uitingsvrijheid negeren.

Er zit iets in de stelling dat een omroep geen bedrijf is dat stil kan worden gelegd als ware het de eerste de beste andere economische delinquent. Een verschijningsverbod, ook al is dat tijdelijk, is toch iets dat men eerder associeert met de staatsveiligheid dan met de strapatsen van de vrije jongens van Hilversum. “Veronica heeft willens en wetens de bijl gezet in het publieke omroepbestel”, fulmineert het Commissariaat. Maar het kan toch ook niet de bedoeling zijn een soort loyaliteitsstraf uit te delen.