Venturi terecht uitverkoren

Vijf dagen nadat hij, gezeten op een hemelse troon, afscheid nam als directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam, heeft Wim Beeren toch nog zijn vinger uitgestrekt naar de architect die, volgens hem, de uitbreiding van het Stedelijk moet ontwerpen.

Van de vier architecten die op zijn uitnodiging een studieplan voor uitbreiding hebben gemaakt, Rem Koolhaas, Wim Quist, Robert Venturi en Carel Weeber, is volgens de oud-directeur de opzet van Venturi het beste. Het ontwerp is "inventief', "begripvol', "professioneel in architectuur en subliem in architectonische ordening'. De nieuwe directeur Rudi Fuchs stemt in met de vingerwijzing van zijn voorganger, dus is het wel een bijzonder stevige aanbeveling die het college van B en W gisteren mocht ontvangen.

Is de aanbeveling ook goed?

Het uitverkoren ontwerp is zonder enige twijfel het beste van de vier plannen die vorige maand in het Stedelijk Museum zijn getoond. De voorgestelde uitbreiding van Robert Venturi en zijn vrouw Denise Scott Brown met wie hij nauw samenwerkt, staat geheel los van het in 1995 honderdjarige gebouw van het Stedelijk Museum ontworpen door de toenmalige stadsarchitect van Amsterdam A.W. Weissman. Venturi bejegent het oude gebouw met zoveel respect, dat hij het model heeft laten staan voor de maten, verhoudingen en materialen - voor de gevels gebruikt hij vooral rode baksteen - van "zijn' nieuwe vleugel.

Oud- en nieuwbouw zijn met elkaar verbonden door een reusachtige hal in de vorm van een met glas overdekte binnenstraat die met een breed entree aan de Van Baerlestraat begint en smaller uitloopt aan de kant van het Van Goghmuseum. In deze hal voert een brede, monumentale trap de bezoekers naar de eerste verdieping van de nieuwe vleugel, de bestemming voor de wisselende tentoonstellingen. De vaste collectie zou onderdak moeten krijgen in het oude gebouw, althans in de opvatting van Wim Beeren, maar die is geen directeur meer. Fuchs heeft natuurlijk al te kennen gegeven dat hij over deze museale basiskwestie weleens andere opvattingen zou kunnen koesteren.

Een bezwaar dat wel tegen het Venturi-ontwerp wordt gehoord, is dat het teveel overeenkomst vertoont met zijn vorig jaar voltooide uitbreiding van de National Gallery in Londen. Vooral de museumstraathal met de centrale trap lijkt op hetzelfde onderdeel van de geprezen Sainsbury Wing. Maar een verstandig architect herhaalt toch met recht zijn mooiste en meest doordachte passages als dat in de opgave het beste uitkomt? In een interview in het laatste nummer van het architectuurtijdschrift Archis laat Denise Scott Brown zich heel wijs uit over de Venturi-museumtrap. “Onze brede trappen zijn gedeeltelijk een decompressiekamer voor de ogen en gedeeltelijk een hoopvolle verwachting van de kunst. We hebben geprobeerd de complexiteit van de huidige kunstbeleving te vereenvoudigen door plattegronden te ontwikkelen die zo simpel zijn dat mensen ze als ideogrammen kunnen onthouden en begrijpen waar ze zijn. In de National Gallery en in het Seattle Art Museum heeft de grote trap die aan de zijkant van het gebouw omhoog gaat en toegang geeft tot verschillende niveaus deze functie. Als je die trap in gedachten kunt houden, weet je de weg in het museum. ”

Het ontwerp van Robert Venturi en Denise Scott Brown voor de uitbreiding van het Stedelijk berust op een gefundeerd en zuiver inzicht in de architectuur die het museum het beste ten dienste staat. Dat er in het ontwerp nog duizend en één details niet deugen - bijvoorbeeld de veel te vlakke gevel aan de Van Baerlestraat en de schreeuwerige, weinig subtiele toegangspartij - is een zaak van later zorg. Per slot van rekening was dit nog maar een studie-opdracht. Het is te hopen dat B en W van Amsterdam de laatste vingerwijzing van de oud-directeur Beeren met voortvarendheid volgen.