Veel van het goede; Meesterlijke verhalen van William Trevor

William Trevor: Collected Stories. Uitg. Viking, 1261 blz. Prijs ƒ 65,50

Vijfentachtig uitstekende verhalen, gemiddeld vijftien pagina's lang, bijeengebracht in een meer dan kloeke bundel: zoiets gebeurt maar zelden en het is verheugend als het geen gewoonte wordt. Met vijfentachtig tegelijk lijkt het of de auteur ons het zwijgen wil opleggen, als een gast die de hele avond doorpraat. Maar de nu verschenen verzamelbundel bevestigt dat William Trevor (1928) als schrijver van korte verhalen een van de beste is van Engeland en Ierland (hij stamt uit Cork). Soms vertelt hij ergens te lang over, en de onuitgesproken stemmingen en verhoudingen waarin hij zich specialiseert kunnen bekend klinken uit vorige verhalen, maar hij behandelt ze als een meester die weet hoe hij de aandacht moet richten zonder hem op te eisen.

Typerend voor Trevors onthullingstechniek is het verhaal "Beyond the Pale'. Het speelt in een Noordiers vakantieparadijsje waar niemand op het idee van de IRA zou komen, in een hotel waar net als iedere zomer een Engels echtpaar, de minnares van de man en een vriend die altijd voor de gezelligheid meegaat hun vakantie doorbrengen. Als zij een middag alleen zit wordt de echtgenote aangesproken door een gekweld uitziende bezoeker die haar vertelt over zijn vroegere vriendin, van hem vervreemd in Londen waar zij bommen is gaan maken voor de IRA; later die middag valt of springt hij van een rots in zee en verdrinkt. De andere drie en het echtpaar dat het hotel houdt willen aan het geval geen betekenis hechten, maar de echtgenote kan er niet over ophouden: niet over de bommen en de dode medegast, en vervolgens ook niet over de relatie van haar man met de vriendin, waar zij jarenlang over gezwegen heeft. De betovering van het paradijsje wordt onherstelbaar verbroken.

"Beyond the Pale' is typisch Trevor, maar meestal pakt hij zijn mensen minder hard aan. Zij denken dat zij hun leven verstandig kunnen regelen, of zij doen alsof; dan verandert de belichting, en zij weten het niet meer. Een gescheiden man die alweer met zijn vriendin gebroken heeft neemt zijn dochtertje een middag mee uit en hoopt bij het thuisbrengen de banden met zijn ex-vrouw aan te halen, maar zij heeft een nieuwe vriend en wil niet. Een bejaarde Engelse broer en zuster, geboren in het oude Ierland, zijn tevreden in hun dorpje blijven wonen, maar na 1968, hoewel er in hun omgeving nooit iets van terrorisme gemerkt wordt, verloopt de prettige relatie met de plaatselijke bevolking en zij leven eenzaam naar het einde. Norman van het reisbureau heeft een jarenlange geheime verhouding met het meisje van de drogisterij; als hij eindelijk met haar kan gaan samenwonen hebben zij te weinig geld, en zij krijgen er al gauw genoeg van. De ambitieuze yup Edwin heeft steeds beseft dat zijn bekoorlijke vrouw het leven minder gewichtig opvat dan hij, maar als hij mee moet naar een picknick van haar vrienden en vriendinnen waar iedereen voor teddybeer speelt veroorzaakt hij uit woede een dodelijk ongeluk. Boland praat in een bar op schappelijke toon met Lairdman die zijn vrouw heeft verleid en met haar wil trouwen; hij is blij dat hij van haar af is want zij was een lastpak, maar met een opzet waar hij zich niet van bewust was tekent hij zo'n ontnuchterend beeld van haar dat de minnaar zich bedenkt.

Geef ons meer drama, meer ontsteltenis, meer onverwachte wendingen, denkt een lezer soms, maar die behoefte komt pas op na een overdosis: een reeks van de verhalen in één zit. Wie ze uit elkaar houdt op verschillende uren van de dag wordt er meer dan genoeg door verrast en ontsteld.

Sommige van Trevors figuren zijn zo herkenbaar uitgebeeld in hun onzekere of ongenietbare persoonlijkheid dat zij als prototypen in de herinnering blijven. Attridge is er zo een, de alleenstaande flatbewoner die door zijn bovenbuurvrouw te hulp geroepen wordt als haar minnaar in bed bezweken is aan een hartaanval en haar man over een uur thuis kan komen; hij verstijft van onwil en vindt dat men hem zoiets niet hoort te vragen. Wij staan natuurlijk aan de kant van de bovenbuurvrouw, maar merken dat er in onze inborst ook een benedenbuurman leeft. Attridge, c'est moi. De lezer voelt zich het meest zichzelf als hij gesplitst wordt. Nancy gaat na vele jaren opnieuw uit eten met haar ex-echtgenoot Fitz, van wie zij gescheiden is toen zij hem te vaak bedrogen had; het blijkt dat hij het nog eens met haar wil proberen en dat zou haar goed uitkomen, maar zij kan niet verbergen dat de Italiaanse kelner haar sterker aantrekt, en bij het afscheid weet zij dat zij Fitz nooit terug zal zien. Deze onoplosbare relatie is bijna te simpel om iets te betekenen; toch lukt het, met de achtergrond van de Theems bij Putney, de lunch en de Italiaan. Hubert die sinds de dood van zijn ouders bij zijn grootmoeder woont negeert de wensen van de oude mevrouw, bekt een schuw nichtje af en leent geld van de dienstbode, ten overstaan van een logerend schoolvriendje dat het verhaal vertelt; hij is een onuitstaanbare jongen, en onze naaste.

In het laatste verhaal van de vijfentachtig laat Trevor zijn vermogen om stilstand te dramatiseren op zijn sterkst zien, aan een boerendochter die dienstmeisje heeft moeten worden bij de rijke familie van het dorp en geen andere toekomst verwacht dan een zolderkamer met een bed en een kast. Daarna mag het boek op de plank, als er plaats voor is. Het zou beter op een lezenaar kunnen liggen, om af en toe opengeslagen te worden en een paar van de figuren uit zijn dichtbevolkte verbeeldingswereld opnieuw te vertonen.

Wie er geen lezenaar voor over heeft, kan besluiten zich met de Penguins van Trevors verhalen tevreden te stellen, waar er minder in staan maar die zich makkelijker op laten bergen. In ieder geval is dit werk het hebben waard. Veel van de figuren leven voort als bekenden van vroeger, op den duur bijna vergeten; als het boek open gaat staan zij er weer, geen dag ouder geworden.