The Virago Book of Wicked Verse. Ed. Jill Dawson. ...

The Virago Book of Wicked Verse. Ed. Jill Dawson. Uitg. Virago, 176 blz. Prijs ƒ 33,50

Lisa St Aubin de Terán: Nocturne. Uitg. Hamish Hamilton (gebonden), 209 blz. Prijs ƒ 56,35

Stephen Fry: The Liar. Uitg. Mandarin, 367 blz. Prijs ƒ 19,90

Chr. Hope: Serenity House. Uitg. Picador, 227 blz. Prijs ƒ 20,85

Bloemlezingen worden de laatste tijd onhartelijk ontvangen door de Engelse kritiek. De uitgevers compileren maar een eind weg is de veelgehoorde klacht, geen onderwerp of het wordt gebloemleesd en vaak nog willekeurig of slordig ook.

In de categorie "gewaagd' valt Jill Dawsons bloemlezing The Virago Book of Wicked Verse uit stoute poëzie van vrouwen. Dawson beperkte zich niet tot de Engelstalige literatuur. "Naughty but nice'-achtige gedichten (zoals over chocolademanies) voldeden niet aan Dawsons criteria, ze moesten wel echt subversief zijn. Dawson, zelf aanwezig met een gedicht over het piemeltje van haar zoontje ("no more offence than/ a chipolate sausage') onderscheidde vijf afdelingen. "The clitoris in my throat', over de moeilijkheid een uitgever te vinden voor (obscene) vrouwengedichten; de opstandigheid in "Listen now if you dare' ("No, there's just your cruelty circling/ my head like a bright rotting halo'), geile gedichten in "The bush catches fire', "Queens of the underworld' over hoeren én over familie; en steken onder de gordel van vooral mannen in "If they can't take a joke'.

Het is frappant dat geen van de 150 gedichten een schok geeft. Een glimlach of een lichte verbazing is het maximum. Dorothy Parker dichtte al spijtig: "My slaves I'd like to bind with thongs/ That cut and burn and chill.../ But I am writing little songs,/ As little ladies will.'

Vrouwen zijn dus ofwel niet echt slecht, óf ze dichten er niet over. En nog een raadseltje: "I am a thousand colours/ and come from a thousand places/ I come in thousand places/ and out in a thousand places./ What am I?'

The Virago Book of Wicked Verse. Ed. Jill Dawson. Uitg. Virago, 176 blz. Prijs ƒ 33,50

Engelands "literaire tijger' Lisa St Aubin de Terán (39), wier biografische gegevens haast net zo spannend zijn als haar romans en reisboeken zelf, woont sinds kort in Italië, waar ze haar tiende boek schreef. Met haar Keepers of the House (1983) of The Tiger (1984), waaraan ze haar bijnaam dankt, laat deze nieuwe roman Nocturne zich niet vergelijken, en al evenmin met de sterke, half-autobiografische moederhaat-roman Joanna. Maar vreemd genoeg wél met Wegen van stof van de Italiaanse Rosetta Loy. Het sluit er wat tijd betreft zelfs bijna op aan. Oneerbiedig gezegd zou je beide boeken kunnen rekenen tot het genre van de betere Italiaanse familie- of streekroman met Marquez-achtige trekjes. St Aubin de Terán laat stilistisch wat meer vuurwerk zien.

Nocturne begint sterk met de intocht van een kermis in een Italiaans boerendorpje. Het gezwoeg op het land wordt even onderbroken, de jonge Alessandro wordt ogenblikkelijk verliefd op een kermismeisje en plaatst zich daarmee voorgoed buiten de dorpsgemeenschap. Alle schaarse vrije tijd gebruikt hij, ook later als gemobiliseerd soldaat, om haar per trein na te reizen. Door een stom ongeluk komt hij, aan een rustig front gelegen, toch zwaar verminkt uit de oorlog thuis. Dan komt een tweede hoofdpersoon in het boek, de vijftig jaar jongere Stefano met zijn strenge vader en zijn moeder, die na een miskraam een winterslaap van jaren hield en overleed. Hij wordt als militair toegewezen aan de blinde Alessandro, die van regeringswege elk jaar een nieuwe soldaat en een nieuwe kunstarm krijgt. Aan hem onthult de oude misvormde man het verhaal van zijn grote pech in de oorlog, zijn gruwelijke ziekbed, zijn schitterende illusies over de liefde. Pas helemaal aan het eind van het boek komt uit hoe de liefde van zijn leven hem bedonderd heeft.

De "literaire tijger' lijkt met Nocturne even in slaap te zijn gesukkeld.

Lisa St Aubin de Terán: Nocturne. Uitg. Hamish Hamilton (gebonden), 209 blz. Prijs ƒ 56,35

De Britse acteur en televisiekomiek Stephen Fry schreef met The Liar een speels, humoristisch, meeslepend en verrassend romandebuut, dat bovenaan in de Engelse bestsellerlijsten staat. Hoofdpersoon Adrian Healey, een vijftienjarige public-schoolboy en hopeloos verliefd op medeleerling Hugo Cartwright ("Oh to be in Cartwright now that March is here'), is een bijna dwangmatig leugenachtig type. Van zijn "tutor' in Cambridge, Donald Trefusis, krijgt hij de opdracht een origineel essay over de Engelse letterkunde te schrijven. Als Adrians vriendin in de Universiteitsbibliotheek Victoriaanse pornografische geschriften ontdekt, bewerkt hij die en beweert dat het pas opgedoken manuscripten zijn van een onvoltooide roman van Dickens. Trefusis heeft de falsificatie snel door en nodigt Adrian uit voor een reis naar Salzburg. Adrian is uiterst verbaasd maar stemt grif toe. Trefusis' Hongaarse vriend Bela Szabo, zijn medewerker tijdens de oorlog bij het breken van de codes van de Duitse Inlichtingendienst, heeft een leugen-deflector uitgevonden. Onder invloed van dit apparaat wordt liegen onmogelijk, en Adrian is, zonder het te weten, hun perfecte proefkonijn. De ontknoping van dit verhaal, waarin alle en vooral Britse waarden op de hak worden genomen - public schools, cricket, Cambridge, de Intelligence - is flitsend en zet de lezer tientallen keren op het verkeerde been.

Stephen Fry: The Liar. Uitg. Mandarin, 367 blz. Prijs ƒ 19,90

"Noem maar een getal', zegt een oude man in een Gazelle-rolstoel afwezig tegen zijn schoonzoon die hem onophoudelijk vraagt hoeveel mensen hij vermoord heeft. De man, op en top Engels maar met een nauwelijks waarneembaar accent, woont met dementen en incontinenten in Serenity House, een duur verpleeghuis. Hij is niet zo vergeetachtig als het lijkt. Christopher Hope plaatste in het niet onkomische eerste deel van Serenity House, over Max Montfalcons kleine plasprobleem, zijn miljoenen, en zijn moordende bejaardentirannie over zijn zorgzame dochter, een aantal waarschuwingen dat pas na een tijdje effect sorteert. Max is verdacht anti-Europa ("From Weimar to the Treaty of Maastricht, nothing has changed. It was and is a German racket'), tegen immigranten en anti-joods. Hij laat zich vaak woorden als "camp', "measurements' en "selection' ontvallen en een keer een zin in het Pools, maar niemand in zijn omgeving reageert erop. " "We'll hear more of Urslavs tomorrow,' said Nurse, "time now for beddy-byes'.' De lezer moet zelf in afgrijzen vaststellen dat Max Montfalcon, alias Maximilian von Falkenberg, een experimenterende Nazi-dokter was. Zijn relieken koestert hij stiekem: gouden kiezen, zes schedels en een fles met ogen.

Hope vult zijn plot aan met een domme, op gruwelvideo's en Chinees eten grootgebrachte Amerikaanse crimineel die als Engel des Doods in Serenity House komt werken, een lieve kleindochter Innocenta die in Oosterse religies zit, en een bejaardenhuisdirecteur die met de "Nirvatron' van zijn overtollige bewoners af wil komen. Slechts heel af en toe duikt het gevoel op dat Hope's verbazingwekkende zwarte humor misplaatst is; niet als het de oudjes betreft misschien, maar wel als het over de Endlösung gaat.

Jonge lezers die niet weten wat er schuilgaat achter woorden als muzelman, of Rode Kruis-vrachtwagen zullen moeite hebben met het volgen van Serenity House. Voor anderen is het een wrang, maar fraai geconstrueerd, spannend boek. Hope weet zelfs aannemelijk te maken dat niet alleen het bejaardenhuis maar ook Disneyland iets heeft van een concentratiekamp.

Chr. Hope: Serenity House. Uitg. Picador, 227 blz. Prijs ƒ 20,85