Spelling (2)

In uw blad van 22-01-1993 trof ik een artikel aan over onze spelling, met als titel "Nieuw!' door Rudy Kousbroek, waarin mijn naam ook wordt vermeld.

De voorstanders van vernieuwing van de spellingregels zijn meestal zij, die door eigen ervaring en veel omgang (bijv. door beroep) met schoolgaande jeugd de waarheid achter onze inkonsekwentie en onnodig moeilijke spelling hebben gevonden. De tegenstanders van vernieuwing hebben zelf nooit moeilijkheden in de spelling ontdekt, vandaar dat ze tegen elke wijziging zijn. Zij zullen meestal wel beschikken over een hoog IQ. Vernieuwingen in datgene waaraan zij gewend zijn en waarin zij geen moeilijkheden zien, komt hun dan ook als dwaasheid voor.

Welke zijn nu eigenlijk de moeilijkheden, die voortdurend worden gebagatelliseerd door Heren als G.C. Molewijk, Rudy Kousbroek e.a.

1. De spelling van onze bastaardwoorden kan veel gemakkelijker (quiz-kwis).

2. Het verdubbelen van medeklinkers achter korte klinkers geeft in de lagere klassen veel moeilijkheden om te leren.

3. Waarom moeten gelijke klanken dikwijls onnodig met verschillende lettertekens worden aangegeven? (zoals paus, kous, / reis, wijk, / jong, yoga, mooi, / een, geduldige, eigenlijk, degelijk, / chaos, geen, / route, boete, enz.)

4. Waarom worden bepaalde letters geschreven, die niet worden uitgesproken? touw, ambt, thee, erwt, leeuw, enz.)

5. Waarom worden sommige spraakklanken weergegeven door twee lettertekens? (bang, schep, / neus, boek).

6. Waarom gebruiken we zoveel overbodige letters? (c, q, x, y, ch, ij, au)

Dit alles kan veel eenvoudiger. Het is beslist nodig om onze jeugd het leren lezen en foutloos schrijven te vergemakkelijken.