Spelling (1)

Naar aanleiding van de boekbespreking "Over dictees en de spelling van het Nederlands' door Rudy Kousbroek (22-1-1993):

In beginsel zijn spellinghervormingen niet te verwerpen, maar voor de naaste toekomst acht ik spellinghervormingen in het Nederlands ongewenst, niet omdat ik de geldende spelling zo ideaal vind, maar omdat al te frequente spellinghervormingen zelfs uit praktisch oogpunt dysfunctioneel zijn, omdat men dan geen tijd krijgt aan de nieuwe spellingen te wennen.

Het uitgangspunt van de spellinghervormers, dat een fonemische spelling gemakkelijker te leren is dan een niet-fonemische, wordt gesteund door de feiten. Spaanse kinderen leren b.v. veel sneller lezen en schrijven dan Engelse, omdat het Spaans een bijna zuiver fonemische spelling heeft en het Engels een extreem onfonemische.

Kousbroek noemt spellinghervorming provinciaal, omdat hij meent, dat die voornamelijk in kleine talen voorkomt (overigens geenszins alleen in het Nederlands: vele talen hebben spellinghervormingen ondergaan). Nu, het Russisch onderging na de revolutie van 1917 een vrij drastische spellinghervorming, waarbij zelfs enkele letters uit het Cyrillische alfabet verwijderd werden.

De bestempeling van de spellinghervormingen als provinciaal, omdat die voornamelijk in kleine talen voorkomen, is overigens misplaatst. Bepaalde globale overzichten van de wereldgeschiedenis geven wel de meeste aandacht aan de lotgevallen van de grote landen, maar heel dikwijls zijn veranderingen in grote landen voorbereid door gebeurtenissen in kleine landen. Zo wordt de Franse Revolutie algemeen beschouwd als een van de belangrijkste gebeurtenissen van de wereldgeschiedenis, omdat toen voor het eerst geprobeerd werd een democratie te stichten in een groot land. In werkelijkheid had Europa op het ogenblik van de Franse Revolutie al een eeuwenlange ervaring met democratie in kleine en middelgrote staten en gaf dat de mensen tenslotte het vertrouwen om de democratie ook in een groot land te beproeven. De radicale volksvergaderingsdemocratie van de Zwitserse boerenkantons inspireerde Rousseau tot zijn radicaal-democratische theorie (inderdaad kan Rousseau met meer recht als een Zwitser dan als een Fransman beschouwd worden) en daardoor indirect de Franse Revolutie.