Roemenie; Ruzie om een standbeeld

Nauwelijks is in Roemenië de bezorgdheid over het jongste congres van de partij van de Hongaarse minderheid voorbij of een nieuwe rel dreigt de relaties tussen de Roemenen en de Hongaarse minderheid te verstoren.

Het driedaagse congres van de Democratische Unie van Hongaren in Roemenië (UDMR) in Brasov was met enige zorg tegemoet gezien, omdat de UDMR vorig jaar plotseling de eis van territoriaal zelfbestuur voor de Hongaarse minderheid had gesteld. Voor de Roemenen kwam die eis als een onaangename verrassing. Dat gold zelfs voor de oppositiepartijen in het parlement die zich in het bijna permanente gekibbel over de positie van de anderhalf tot twee miljoen Hongaren in Roemenië vaak aan de kant van de UDMR scharen.

Maar de Hongaren lieten hun eis vorige maand stilletjes vallen om de tegenstellingen niet verder op de spits te drijven. Met hetzelfde oogmerk trok de leider van de radicalen binnen de UDMR, de controversiële dominee László Tökés - de man bij wie in december 1989 de Roemeense revolutie begon - zich terug als kandidaat voor het voorzitterschap van de partij, ten gunste van de gematigde schrijver Béla Marko.

Aldus werd in Brasov de etnische vrede weer even gered. Tot Gheorghe Funar vorige week weer eens van zich liet horen.

Funar is burgemeester van het 400.000 inwoners tellende Cluj (Koloszvar) en tevens leider van de extreem-nationalistische Partij van Roemeense Nationale Eenheid. Sinds hij een jaar geleden burgemeester werd, heeft hij telkens weer met zijn bizarre en in het sterk gepolariseerde Roemeense politieke klimaat ook gevaarlijke initiatieven tegen de Hongaren in zijn stad - een kwart van de bevolking - de aandacht getrokken. Cluj is niet alleen als bevolkingscentrum van die minderheid belangrijk, het is ook ook al eeuwenlang een belangrijk cultureel centrum van de Hongaren. Vorig jaar verbood Funar de tweetalige borden in de stad en werden alle Hongaarstalige opschriften verboden, vervolgens onthield de burgemeester de Hongaren elke openbare bijeenkomst en bepleitte hij een landelijk verbod op zulke bijeenkomsten omdat die per definitie “anti-Roemeens” zouden zijn. De jeugdorganisatie van de UDMR in Cluj werd uit haar kantoor gegooid en de verkoop van een Hongaarstalig blad in Cluj verboden. De Hongaren, vindt Funar, zijn “een migrantenvolk met barbaarse genen”. Hij verzet zich ook tegen de eis van de Hongaarse minderheid, de door Ceausescu geëlimineerde Hongaarstalige universiteit van Cluj in ere te herstellen door haar los te koppelen van de Roemeenstalige universiteit van Cluj. “We moeten een Europees niveau bereiken, en dat is een niveau zonder Hongaarse scholen, Hongaarse faculteiten en Hongaarse universiteiten”, aldus Funar.

Na de Roemeense presidentsverkiezingen van de herfst van vorig jaar, waarbij Funar al in de eerste ronde uit de race werd geworpen, heeft hij zich een tijdje stil gehouden. Vorige week maakte de omstreden extremist echter zijn rentrée op de voorpagina's van de Roemeense kranten. Hij stelde voor de tekst op de sokkel van het standbeeld van de Hongaarse koning Mathias Corvinus in Cluj te veranderen. De renaissancevorst Mathias Corvinus, in 1440 in Cluj geboren, is voor de Hongaren een legendarische koning, een symboolfiguur: hij was het die tussen 1458, toen hij koning werd, en zijn dood in 1490 Hongarije als belangrijke politieke, militaire en culturele mogendheid macht op de Europese landkaart zette, hij stichtte een in zijn tijd al beroemde bibliotheek, hij bevocht de Habsburgers, de Turken en de Jagiellonen, regeerde over een rijk van Bosnië tot aan Silezië en pakte de Habsburgers zelfs hun Wenen af.

Op de sokkel van Mathias Corvinus' ruiterstandbeeld in Cluj staat nu een Latijnse tekst: Mathias Rex. Funar wilde die tekst vervangen door het Roemeense Matei Corvin. Toen de Hongaren tegen dat voornemen protesteerden dreigde Funar een stedelijk referendum te laten houden over de vraag of het standbeeld niet beter helemaal kan worden gesloopt en omgesmolten. Gezien de samenstelling van de bevolking zou de uitslag van het referendum bij voorbaat vaststaan. Standbeelden als dat van Mathias, zo voerde Funar aan, zijn uit de tijd: “In elk land dat deel heeft uitgemaakt van het vroegere Oostenrijks-Hongaarse rijk zijn standbeelden als dit allang gesloopt.” Van het ijzer van Mathias' standbeeld, zo kondigde hij aan, zou hij een standbeeld laten maken van Avram Iancu, de Roemeense nationalist die anderhalve eeuw geleden een van de meest verbeten tegenstanders van de Hongaarse vrijheidsheld Kossuth is geweest.

Of de burgemeester zijn voornemen zal kunnen uitvoeren, is nog maar de vraag: het buitenland heeft zich inmiddels met het anti-Hongaarse plan bemoeid, want het standbeeld van Mathias staat op de UNESCO-lijst van waardevolle monumenten en de Raad van Europa heeft de gemeenteraad van Cluj inmiddels gevraagd of 's burgemeesters plannen serieus zijn. Antwoord is er nog niet. Maar aan de andere kant: Roemenië zet juist dezer dagen alles op alles om lid te worden van die Raad van Europa.