Politici niet meer onder indruk van uitspraken Nordholt; "Boodschap nu wel begrepen'

DEN HAAG, 5 FEBR. VVD-Kamerlid Dijkstal heeft “de boodschap van Nordholt nu voor de vierëndertigste keer goed begrepen”.

Deze week vestigde de Amsterdamse hoofdcommissaris weer eens de aandacht op het probleem van de groeiende allochtone criminaliteit in de hoofdstad. Voor de radio maakte hij het vorige weekeinde bekend dat de helft van alle overvallen in Amsterdam wordt gepleegd door jeugdige Surinamers en Antillianen. Evenals bij eerdere gelegenheden twee jaar geleden en vorig jaar koppelde Nordholt aan zijn vaststelling een stevige waarschuwing aan het adres van verantwoordelijke bestuurders: Amsterdam zou afstevenen op rassenrellen.

In NRC Handelsblad van woensdag verweet de hoofdcommissaris degenen die vinden dat hij voorzichtiger moet zijn met het doen van dergelijke uitspraken dat zij hun ogen sluiten voor de maatschappelijke realiteit. “Als ik de problemen niet aan de orde stel, wie doet het dan”, zo vroeg Nordholt zich af.

Politici raken zo langzamerhand minder onder de indruk van de noodsignalen uit de hoofdstad. Dijkstal zegt dat hij het “heel nobel vindt dat Nordholt dit allemaal durft te zeggen”. “Maar hij is niet de enige die dat doet.” Het PvdA-Kamerlid Apostolou, partijgenoot van de hoofdcommissaris, is het “inhoudelijk eens” met Nordholt. “Maar hij kan misschien beter zijn energie in zijn eigen apparaat steken. Daar zijn genoeg problemen op te lossen.”

Volgens CDA-Kamerlid Krajenbrink moet Nordholt oppassen dat hij met zijn herhaaldelijke waarschuwingen geen last krijgt van een “inflatoir effect”. “Een politieman moet zeker signalen doorgeven, maar hij moet daarbij wel zijn plaats kennen. Onderhand weten we wel wat Nordholt te zeggen heeft”, aldus Krajenbrink.

Dijkstal vindt “het zo langzamerhand een rare vertoning worden”. “Kan Nordholt zijn partijgenoten Van Thijn of staatssecretaris Kosto soms niet meekrijgen?”

Pag.2: Politiek overleg over Antillianen

Een aantal gewelddadige incidenten in Rotterdam en Amsterdam Zuid-Oost waarbij met name Antilliaanse jongeren betrokken waren, vormde vorig jaar zomer aanleiding voor minister Hirsch Ballin (justitie/Antilliaanse en Arubaanse zaken) om een ambtelijke werkgroep in te stellen die met voorstellen moest komen om de "problematiek van de Antilliaanse jongeren' op te lossen.

Inmiddels heeft ook bestuurlijk overleg plaats tussen Hirsch Ballin, Dales (binnenlandse zaken), d'Ancona (WVC) en de zogenoemde "Antilliaanse gemeenten' in Nederland: Amsterdam, Amsterdam Zuid-Oost, Dordrecht, Den Helder, Rotterdam, Hoogvliet, Spijkenisse en Hellevloetsluis. Doel is te komen tot "positieverbetering van de Antillianen'. De gesprekken gaan over het geld, mogelijke registratie van Antilliaanse jongeren bij aankomst op Schiphol (wat de gemeenten graag willen, maar Justitie afhoudt), over jeugbescherming en huisvesting.

Een woordvoerder van Hirsch Ballin vindt de beschuldiging dat de politiek niets doet aan de problemen van Antilliaanse jongeren niet terecht. “Nordholt doet net of hij die problemen uitvindt. Maar ondertussen zijn we er terdege mee bezig. De Amsterdamse politie weet dat heel goed.”

Hirsch Ballin wil volgens zijn woordvoerder pas reageren als over naar schatting twee weken een interdepartementaal standpunt is bepaald over de aanbevelingen van de ambtelijke task force, die in november vorig jaar een rapport in Willemstad overhandigde aan de Antilliaanse premier Liberia-Peters. Het pakket van maatregelen voorziet onder meer in scholings- en werkgelegenheidsprogramma's op Curaçao en in Nederland door middel van bijvoorbeeld jeugdwerkgarantieplannen. In Nederland wordt ook gedacht aan een stringente "trajectaanpak' waarbij met school-drop-outs bindende afspraken worden gemaakt zodat deelname aan een opleiding desnoods kan worden afgedwongen. “Voor vrijblijvendheid is geen tijd meer. Wat telt is het resultaat”, zo schreef de ambtelijke werkgroep in haar advies.

Ook CDA-Kamerlid Krajenbrink wijst het verwijt van Nordholt van de hand dat er een soort "conspiracy of silence' zou bestaan over criminaliteit onder allochtone jongeren. “Ik wil het onderwerp niet monopoliseren, maar zelf heb ik twee jaar geleden bij de behandeling van de Antilliaanse begroting die problemen aan de orde gesteld en dat heb ik sindsdien steeds gedaan bij de behandeling van de begroting van justitie van Antilliaanse zaken.”

Zijn PvdA-collega Apostolou vindt dat Nordholt “niet moet doen of hij een roepende in de woestijn is. Vorig jaar is in het kader van de maatschappelijke discussie over integratie een gespreksgroep gewijd aan de positie van de allochtone jongeren. Daar is uiteindelijk een rapport met bruikbare maatregelen uit voortgevloeid. Hirsch Ballin bereidt samen met de Nederlandse Antillen en de gemeenten concrete maatregelen voor. Nordholt moet niet de schijn wekken dat niemand iets doet. We moeten het onheil niet over ons afroepen op die manier. Laat ieder zijn eigen taak naar behoren uitvoeren, zonder de beschuldigende vinger naar een ander te wijzen.”