Nieuwbouw mag niet duurder worden dan dertig miljoen; Stedelijk kiest met Venturi voor inpassing in omgeving

AMSTERDAM, 5 FEBR. De Amerikaanse architect Robert Venturi heeft voor de uitbreiding van het Stedelijk Museum een "delicaat' ontwerp gemaakt waarin rekening is gehouden met het programma van eisen en met de omringende historische gebouwen. Dat was de voornaamste reden om hem te kiezen, zei voormalig directeur van het museum Wim Beeren gisteren gezegd bij de bekendmaking van dit besluit.

Diens opvolger Rudi Fuchs zei graag in te stemmen met de voorkeur van Beeren. Hij hoopt op een snelle besluitvorming van de gemeente. Volgens cultuurwethouder Bakker zullen B en W nog voor de zomer of kort erna een definitief besluit nemen. Als de gemeenteraad met de voordracht instemt, kan in 1994 worden begonnen met de nieuwbouw. Het project zal ongeveer drie jaar in beslag nemen en het museum zal een half tot anderhalf jaar moeten sluiten. Dat zou kunnen betekenen dat het museum zijn honderdjarig bestaan niet kan vieren. Beeren wilde graag de vaste collectie onderbrengen in de oudbouw en wisseltentoonstellingen in het nieuwe gedeelte; Fuchs wil het liever andersom.

De kosten mogen niet hoger uitvallen dan de dertig miljoen die de gemeente beschikbaar stelt. “Venturi is uitgegaan van dertig miljoen,” aldus Beeren. “Quist zei dat het met moeite kon en Koolhaas zei dat het niet kon. Koolhaas lapte het hele programma van eisen aan zijn laars. Dat heb ik hem ook geschreven.” Venturi behoorde overigens niet tot de eerste vier architecten die Beeren had uitgenodigd: hij kwam er pas bij nadat de Nederlandse architect Abel Cahen zich had teruggetrokken.

In het ontwerp van Venturi komt de nieuwbouw los van het oude gebouw te staan en worden het oude en het nieuwe gedeelte verbonden door een soort binnenstraat met een glazen dak, door Venturi als "centrale hal' aangeduid. Die mondt uit in de Van Baerlestraat, waar de hoofdingang zal komen. De huidige ingang aan de Paulus Potterstraat blijft daarnaast gehandhaafd. De nieuwbouw krijgt dezelfde hoogte en rode bakstenen gevels als het door A.W. Weissman ontworpen gebouw uit 1895.

Beeren heeft zich bij zijn keuze laten bijstaan door een commissie van architecten, museumdirecteuren en wetenschappers. Deze commissie spreekt geen voorkeur uit, maar noemt het ontwerp van Venturi "nogal braaf', maar wel bijzonder bruikbaar. De architect maakt volgens de commissie weinig gebruik van de aanwezige mogelijkheden voor creatieve interpretatie: “Het plan biedt geen versterking van het Museumplein of van de Van Baerlestraat, het ligt er betrekkelijk los van zijn omgeving en onaangedaan bij.” Ook op de andere ontwerpen heeft de commissie kritiek.

In zijn persoonlijke advies aan B en W van 22 januari noemt Beeren als voordelen, dat Venturi het bestaande gebouw intact laat - zoals ook in het programma van eisen was geformuleerd - en dat ook de achterwand daarvan door de glazen hal zichtbaar blijft. Wel verdwijnt de Nieuwe Vleugel uit de jaren vijftig. De hal, waarin een monumentale trap is gepland, vormt een ontvangstruimte waar bibliotheek, informatiecentrum en museumwinkel op uitkomen. Anders dan bij de ontwerpen van de andere architecten, sluit in Venturi's plan de gevel aan de Van Baerlestraat volgens Beeren uitstekend aan bij de gebouwen aan de overkant van de straat, al gaf hij gisteren toe dat de lange, strakke façade misschien "een beetje saai' zou kunnen overkomen. De zaagtandvormige opbouw aan de kant van het Museumplein echter zal volgens hem "speels en luchtig' inspringen op het vernieuwde Museumplein. De oppervlakte van veertienduizend vierkante meter waarover het museum nu beschikt, wordt door de nieuwbouw vergroot met ongeveer achtduizend vierkante meter. Het plan voor de herinrichting van het plein, waaraan de Deense architect Sven-Ingvar Andersson werkt, zal over enige weken worden gepresenteerd, zo maakte wethouder Bakker bekend.